Kwaliteit blijkt toch een kwestie van rekenen

Bij de toekenning van de Spinoza-premies domineerde dit jaar wederom de bèta-wetenschap. Alfa's voelen zich steeds meer buitengesloten...

De enige troost voor de 23 verliezers is dat ze niet weten dat ze verloren hebben. Wetenschapsfinancier NWO maakte maandag alleen de vier winnaars van de Spinozapremie bekend. De andere voorgedragen kandidaten blijven geheim.

Wel bekend is in welke hoek de verliezers dit jaar moeten worden gezocht: die van de alfa-en gammawetenschappen. Alle vier laureaten werken in exacte disciplines. Prof. dr. René Bernards, moleculair bioloog. Prof. dr. Detlef Lohse, fysicus. Prof. dr. Lex Schrijver, wiskundige. En prof. dr. Peter Hagoort, neurowetenschapper.

Daarmee lijkt NWO haar eigen Spinoza-regels te schenden, die sinds 2002 voorschrijven dat jaarlijks maximaal drie winnaars uit de medische en bètawetenschappen mogen worden gekozen.

NWO is zich van geen kwaad bewust en wijst op Peter Hagoort: van oorsprong bioloog én psycholoog, en lid van de sectie Gedragsen Maatschappijwetenschappen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). 'Dus beschouwen we Hagoort als gamma', zegt een woordvoerder van NWO.

In het veld vallen andere geluiden te beluisteren. Een echte alfa of gamma zit er volgens verschillende alfa-en gamma-vertegenwoordigers dit jaar niet bij. Terwijl er genoeg zijn van dezelfde statuur als de mensen die nu zijn uitverkoren, zegt historicus prof. dr. Wim Blockmans, rector van het Nederlandse Instituut voor Maatschappij-en Geesteswetenschappen NIAS in Wassenaar en voorzitter van de raad voor Geesteswetenschappen van de KNAW. 'Er is al jaren een zeer sterk bèta-overwicht.'

Van de veertig Spinozapremies die sinds 1995 zijn uitgereikt, zijn er 31 naar exacte wetenschappers gegaan - bij elkaar ruim veertig miljoen euro. Onder de andere negen winnaars bevinden zich drie economen, een psycholoog, een pedagoog en enkele taalkundigen. De zachtere wetenschappen komen er bekaaid vanaf. In elf jaar is geen enkele socioloog, jurist, filosoof of archeoloog bekroond. Welgeteld één letterkundige. Een halve historicus.

Volgens Blockmans is de miskenning van de alfa's geen uniek Nederlands probleem, maar doet het zich ook voor bij andere interdisciplinaire prijzen in het buitenland. De toewijzing voor de Europese prijs voor jonge onderzoekers, ongeveer even groot als de Spinozapremie, was afgelopen jaar ook 'zeer scheef'. Bèta tegen alfa/gamma, uitslag 22-3.

'Zo raken die onderzoeksgebieden in een neerwaartse spiraal', zegt Blockmans. 'Doordat er geen Spinoza's aan worden toegekend, krijgen ze geen geld, en zo houd je die disciplines klein. Ze worden letterlijk kleinerend behandeld.'

Die opmerking is niet terecht, vindt prof. dr. Peter Nijkamp, voorzitter van NWO, econoom en Spinozawinnaar in 1996. Hij deelt de zorgen over de verdeling van de prijzen dit jaar niet. 'Het is inderdaad juist dat sommige disciplines nog niet in de prijzen zijn gevallen. Maar we hebben in Nederland zo'n honderd disciplines en het zou niet wenselijk zijn, als de verdelende rechtvaardigheid het zou winnen van het kwaliteitscriterium, gebaseerd op internationale erkenning .'

Individueler Toch maakt ook prof. dr. Frits van Oostrom, president van de KNAW en de enige letterkundige Spinozaprijswinnaar (1995), zich ongerust. Hij wijst op de zes toponderzoeksscholen die in 1998 door NWO zijn aangewezen, en daardoor sindsdien op extra geld konden rekenen. Het werden zes bèta-scholen.

'Het argument was dat daar de grote onderzoeksgroepen en de grote onderzoeksprogramma's zitten. Ik citeer: 'Voor alfa en gamma, zoveel individueler en kleinschaliger, zijn persoonsgerichte steunvormen meer geëigend, zoals Pionier en Spinoza...'. En zie nu eens, op bepaalde gebieden in het bèta-medische complex zijn al vier Spinoza's gevallen.'

'Zou dit werkelijk recht doen aan de kwalitatieve verhoudingen?', vraagt Van Oostrom zich af. 'Ik zou niemand van de nu bekroonden ook maar in het minst willen diskwalificeren, maar het gaat mij om de kwaliteit elders.'

Het systeem lijkt zichzelf te versterken, zo blijkt na enig rekenwerk.

Kandidaten voor de Spinoza-premie kunnen zichzelf niet aanmelden, maar moeten worden voorgedragen. Die macht ligt in handen van 26 wetenschappelijke instanties en rectores magnifici van de universiteiten, die elk twee kandidaten mogen voorstellen. Acht van de instanties hebben een duidelijke bètasignatuur, vijf zitten aan de zachte kant. De kleur van deze dertien voordrachten ligt dus min of meer vast.

De andere helft van de voordrachten komt van de rectores. Omdat een binnengehaalde Spinoza-premie afstraalt op de hele universiteit, zullen de rectores zich rekenschap geven van de mogelijke kansen van hun kandidaten.

Dat blijkt. Navraag bij NWO leert dat dit jaar twintig medici en bèta's zijn voorgedragen, tegen zeven alfa's en gamma's. Van wie waarschijnlijk vijf door hun eigen achterban. Dat zou betekenen dat maar twee rectores het met een 'zachte' kandidaat aandurfden.

Nijkamp denkt echter niet dat de rectores bij hun voordrachten rekening houden met tactische overwegingen. 'Dat argument kun je ook omdraaien: als alle universiteiten bèta's zouden voordragen, zou het tactisch kunnen zijn om juist een alfa voor te dragen. Gelukkig heerst er bij de universiteiten een gezond idee van internationale kwaliteit. Dat is het uitgangspunt.'

Maar dat uitgangspunt is het probleem, vindt Blockmans. Internationale kwaliteit is voor alfa's niet zo makkelijk te meten, omdat ze vaak in een lokale context werken.

Het bekende citatiescoresysteem is met name bruikbaar voor de exacte wetenschappen, die ingebed zitten in een stevige hiërarchie van internationale wetenschappelijke bladen, met S cience, Nature en The Lancet aan top. Aan de hand van publicaties, citaties en impactfactoren valt te meten hoe goed een onderzoeker is.

'Maar het is naïef te veronderstellen dat je de alfa's en gamma's op dezelfde wijze zou kunnen meten', zegt Blockmans. 'Er is een veel grotere diversiteit in publicatiekanalen. Bovendien is de functie van alfa-publicaties heel anders. Het gaat ook om de bijdrage aan het maatschappelijke en culturele debat. Die criteria moet je ook in de beoordeling betrekken.'

NWO-baas Nijkamp erkent dat sommige alfa-disciplines zich anders profileren. 'Maar ook bij de alfa's zien we dat de slag naar een internationale profilering, met publicaties in internationale tijdschriften, sterker wordt gemaakt.'

Blockmans denkt echter dat de alfa's door een fundamenteel andere bril moeten worden bekeken. Deze maand presenteert hij het rapport Judging research on its merits, dat ingaat op de problematiek. Daarin zoeken hij en mede-auteur prof. dr. Jacques Thomassen de schuld ook bij zichzelf.

'We moeten duidelijker maken wat de betekenis van ons onderzoek is, en beter aansluiten bij de vraag', zegt Blockmans. En aangeven hoe nuttig hun werk is. 'Als je dankzij beter inzicht in zaken als vooroordelen en identiteit de oorlog in Kosovo een paar dagen had kunnen bekorten, zouden de kosten van het onderzoek al ruimschoots zijn terugverdiend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden