Kwak

Op de radio hoorde ik een hobbyboer die afscheid moest nemen van zijn kip Kwak. Wekenlang binnengezeten, die Kwak, en nu werd hij geruimd in verband met de vogelpest....

'Ze doden haar', zei de hobbyboer grimmig. Hij hield niet van het woord ruimen.

Kwak en de hobbyboer deden mij denken aan mijn broer die in de buurt van Oene woont, twee jaar geleden het centrum van de MKZ-crisis. Mijn broer is geen hobbyboer, niet eens een beroepsboer, maar hij had destijds toch een geit, Van Dam - een witbruin gevlekt dier dat in de verste verte niet aan de culinaire journalist Johannes van Dam deed denken, maar daar toch naar was vernoemd, want mijn broer houdt erg van lekker eten.

Om te voorkomen dat Van Dam geruimd zou worden, liet mijn broer de geit onderduiken. Hij was niet de enige; een boer in Heerde werd 's nachts aangehouden omdat hij met een shovel een onderaardse bunker voor zijn lievelingskoe aanlegde, een oude dame op een bejaardeflat had drie lammetjes als onderduikers. Van Dam bracht de MKZ-crisis door op het kantoor van mijn broer in Nieuwegein.

Enfin.

Ik belde mijn broer op.

Ik trof hem in de auto. Sommige mensen tref je altijd in de auto, anderen altijd in gesprek. Er zijn er ook die altijd meteen opnemen, alsof ze op een telefoontje zaten te wachten. Met die mensen pas ik altijd een beetje op. 'Waar ben je?', vroeg ik aan mijn broer. Ooit vroeg we elkaar 'hoe gaat het?', maar nu 'waar ben je?' De één noemt het vooruitgang, de ander schamperend oppervlakkigheid.

'Ik rij net de oprijlaan op', riep mijn broer.

Ik viel even stil. Het is niet niks om een broer met een oprijlaan te hebben. Hij is nog jonger dan ik ook, en de oprijlaan mag er wezen. 'Hoe is het met Van Dam?', vroeg ik, om er meteen Kwak en de hobbyboer aan toe te voegen.

'Die man had niet zo stom moeten zijn om zich aan te melden met zijn Kwak', reageerde mijn broer onmiddellijk. Hij is zo iemand aan wie moderne regelgeving niet is besteed. Het omzeilen ervan gaat gewoon automatisch. Het zit in je motoriek of niet.

'Hoe is met Van Dam?', herhaalde ik.

'Die zit al een tijdje in de vriezer', zei mijn broer, 'lekker hoor, geitenbout.' Hij lachte.

Wat bleek? Van Dam was aanvankelijk voor de kinderen bedoeld geweest. Die konden er op paardje rijden. Maar op een dag waren ze er op uitgekeken en begon Van Dam rare nukken te vertonen. Het besluit tot consumptie was toen snel genomen. Mijn broer had Van Dam in de kofferbak geladen en was naar een islamitische slagerij in Apeldoorn gereden. Voor vijftig euro wilden ze daar de geit wel even slachten, 'die gasten doen dat in een poep en een zucht'. Ik hoorde hoe mijn broer zijn auto tot stilstand bracht, de telefoon uit de houder haalde en uitstapte. 'Ik ben er jongens', riep hij hard. In de verte klonken vrolijke kinderstemmen.

'Doe je de groeten aan Johannes, als je hem ziet', zei hij nog snel tegen mij en toen hing hij op. Het is wat, zo'n broer die middenin het leven staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden