KWAKJURISTEN

HET Amsterdamse Hof heeft bepaald dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij niet mag zeggen dat Dr Houtsmuller een kwakzalver en een leugenaar is....

Het Hof concludeert dat er geen wetenschappelijke reden is om in de werking van het Houtsmuller-dieet te geloven, en zelfs dat nooit is aangetoond dat zijn therapie onschadelijk is. De Vereniging tegen de Kwakzalverij mag dus zeggen dat Dr Houtsmuller, die beweerde dat haaienkraakbeen een genezende werking heeft op kanker, rommel verkocht, maar een kwakzalver mag men hem niet noemen. De Vereniging had aangevoerd dat volgens het woordenboek een kwakzalver iemand is die zich bezig houdt met het aan de man brengen van onwerkzame genezende stoffen, maar het Hof meende dat in het spraakgebruik de term kwakzalver de implicatie heeft van bewust bedrog, en dat had de Vereniging niet bewezen.

Maar dat is ook een merkwaardige eis. Ten eerste is het vrijwel onmogelijk zoiets ooit aan te tonen. Neem Jomanda. Als ik zou moeten raden of ze zelf werkelijk gelooft in haar ingestraalde water, of dat ze 's avonds bij het legen van de kassa in haar vuistje lacht, dan zou ik misschien gokken op dat laatste, maar dat weet ik niet zeker. Er is een groot grijs gebied tussen moedwillige misleiding en oprechte onbenulligheid; in die schemerzone van zelfsuggestie, goedgelovigheid en zelfoverschatting speelt zich het grootste deel van de alternatieve geneeskunde af. Maar weinig alternatieve genezers zijn pure bedriegers, en het is niet redelijk van het Hof om te eisen dat men zoiets bewijst.

Houtsmuller is niet zo maar iedereen. Hij is arts en hij is gespecialiseerd als internist. Hij weet dus welke eisen er worden gesteld aan geneesmiddelen voordat ze op een patiënt mogen worden losgelaten. Hij weet ook (anders dan het Hof, dat er een misplaatste alinea aan wijdt) dat het er hierbij niet toe doet of een geneesmiddel nu geacht wordt een ziekte volledig te genezen, of slechts (zoals bij Houtsmullers therapie) een aanvullende bijdrage te leveren aan de genezing: in alle gevallen moet er werkzaamheid aangetoond worden, en Houtsmuller heeft in de studiebanken geleerd hoe dat zou moeten. Hij heeft dat nagelaten, maar wel het volledige gewicht van zijn gezag als arts en internist in de strijd gegooid om argeloze en doodzieke mensen zijn onzintherapie te verkopen. Ik ben zelf tien jaar directeur geweest van de Onderzoekschool Oncologie Amsterdam, en daar wist iedere student wat een trial is waarmee een geneesmiddel wordt getest. Het Hof heeft dit aspect, dat een kruidenvrouwtje in Zwalk iets meer ruimte heeft voor het uitventen van therapietjes dan een medisch specialist, onvoldoende in zijn oordeel laten doorklinken.

Dat geldt ook voor het predikaat leugenaar. Houtsmuller heeft tienduizenden dieetboeken verkocht waarin hij vertelt dat hij zelf een uitgezaaid en onbehandelbaar melanoom had, maar zichzelf met zijn therapie had genezen. Dit verhaal droeg zeker bij aan zijn reputatie. Achteraf bleek dat hij nooit een uitgezaaid melanoom had gehad.

Leugenaar, vond de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Weer zegt het Hof: niet is aangetoond dat de misleiding opzettelijk was. Maar opnieuw heeft het Hof bij dat oordeel niet betrokken dat de man een arts en internist was. Die weet toch dat je, voordat je een individuele 'genezing' hanteert als argument voor een therapie, alle feiten moet checken? Hij schuift nu de schuld op zijn behandelend arts, en die moet door het beroepsgeheim tandenknarsend de praatjes van Houtsmuller in stilte aanhoren. Als de internist Houtsmuller niet beter weet dan na de twintigste druk van zijn boek te zeggen, 'sorry, het was geen kanker', dan mag je die man best een leugenaar en bedrieger noemen. Of het onkunde is geweest of moedwil, je kunt het nooit zeggen.

Tenslotte: in het vonnis leunt de rechtbank zwaar op het feit dat het boek van Houtsmuller voorzien was van een voorwoord van een Wageningse professor in de voedingsleer, Kromhout. Die schrijft dat werkzaamheid niet vaststaat, maar dat hij het wel een heel indrukwekkend boek vond. Je proeft in het vonnis duidelijk dat de rechtbank heeft gedacht: een echte professor vindt het kennelijk interessant. Zo zie je wat voor schade de opgeblazen en gratuite ijdelheid van zo'n boerenheikneuter doen kan.

Vorige week betitelde een NRC-columnist de met een miljonair voor de televisie getrouwde Coby als een prostituee ('temeier'), en haar echtgenoot als homo. Dat mag kennelijk, maar het Amsterdamse Hof (de heren Tjittes, Van Schendel en Hondius) komt door een ongebalanceerde en eenzijdige weging tot de conclusie dat je een medisch specialist die jarenlang onwerkzame flauwekul verkoopt geen kwakzalver mag noemen. Als ik vanavond in bed de dekens over mijn hoofd heb getrokken, en niemand hoort me, misschien dat ik het dan toch heel zachtjes even zeg: kwakzalver, leugenaar. En ook: Kromhout, flapdrol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden