Kwaadaardige zakgeldslurpers

Een spuuglelijke tekenfilm met een wezenloos verhaal veroverde vanaf 1999 de jongensziel. Maar het verhaal doet er niet toe; bij het verzamelen van Pokémonkaarten gaat het puur om de heb....

De namen klinken als die van oude, verloren gewaande vrienden: Venusaur, Blaistoise, Rattata, Pigdeotto. En Charizard natuurlijk, felbegeerde Charizard! Volgens mijn zoon, toen 8, was dat ‘de waardste’ van alle pokémons. Zelden is een mensenkind zo gelukkig geweest als hij, toen hij na een jaar sparen, ruilen en veroveren, het kaartje met deze vuurdraak in zijn album kon steken. Charizard, meldt de kaart, ‘geëvolueeerd’ uit de minder krachtige Charmeleon en de schattige Charmander, ‘spuwt vuur dat heet genoeg is om rotsblokken te laten smelten’. Op internet doet de Nederlandse Charizard momenteel 37,50 euro en de Engelse 75 euro.

In de loop van 1999 werd het een hype. Het verzamelen van Pokémon-kaarten verdrong zelfs de voetbalplaatjes van Panini, en was minstens zo’n zakgeldslurper. Een pakje met elf kaartjes kostte 7,50 gulden, een flink bedrag, vooral omdat er vrijwel altijd dezelfde, laag op de evolutieladder geplaatste pokémons inzaten. Een enkele zilveren kaart (‘héél waard!’) werd met gejuich begroet.

Gelukkig kon je ruilen met vriendjes. Geen jongen tussen de 6 en 10 – bij meisjes sloeg de rage amper aan – ging van huis zonder zijn handelswaar. Schoolpleinen veranderden in beurzen. Bovendien kon je met spelletjes kaarten van elkaar winnen, wat leidde tot drama en tranen: grote jongens die er behendig in waren, ontfutselden de kleintjes hun beste kaarten. Er werd ook gestolen, uit garderobes en kleedkamers. Doortrapte vervalsers verpatsten neppers van zeldzaamste kaarten voor grof geld.

Waar ging het allemaal om? Pokémon is een Japanse, spuuglelijke tekenfilm. Het verhaal is volkomen wezenloos, op het debiele af. Drie jongeren, de witte, gisse Ash Ketchum, de zwarte ladykiller Bruno en het chagrijnige meisje Misty, wonen in een fictief universum. Hun levensdoel is om pokémons, op aardse dieren lijkende wezentjes, te vangen en te trainen tot gemene vechtmachines, die vervolgens tegen elkaar worden opgezet. Met explosieve gevolgen.

‘Ik wil gewoon de beste zijn/ Dat geeft een goed gevoel /Ze vangen is mijn opdracht/ Ze trainen is mijn doel’ zingen de Pokémon-trainers – geen tekstueel hoogtepunt, deze serie, en pedagogisch evenmin. De pokémonmonstertjes zien er lief uit, maar het zijn engerds: ze stijgen in de hiërarchie naarmate ze meer schade veroorzaken; na elke overwinning transformeren ze tot een hogere orde. Pikachu, de olijke gele muis die vele kleuterdekbedden siert, kan een fatale ‘bliksemstorm’ veroorzaken. Als de kwaadaardige Gyarados het op zijn heupen krijgt, ‘vernietigt hij hele steden’. Wie een van de staarten van Ninetales aanraakt, ‘roept een levenslange vloek over zich af’. Het griezeligst is Mewtwo, een ‘genetische’ pokémon, ‘gecreëerd middels dna-manipulatie’ – een effectieve vernietiger.

Gewoon dom tekenfilmgeweld dus. Maar wel van een soort dat, via listige marketing, wereldwijd de jongensziel veroverde. Misschien juist omdat ouders niet begrepen wat hier in godsnaam leuk aan was. Tot hun verbazing hoorden ze uit kindermondjes woorden als ‘evolueren’ en ‘energiestroom’.

Het spel dat je met de kaartjes kon spelen, was eigenlijk een kartonnen computerspel. De speler kreeg opdrachten als: ‘Gooi een munt. Als het kop is, is de verdedigende Pokémon nu verlamd.’ Het echte computerspel, vooral de gameboyvariant, werd razend populair. Ook dat zat slim in elkaar: toegankelijk voor de jongsten, maar ook te spelen op complexe niveaus. Briljant was dat de makers begrepen dat de speler zélf pokémon-trainer wilde zijn. Het spel was daarmee een voorloper van de role playing games: schep je eigen verhaal, met jezelf in de hoofdrol.

De meeste jongens waren nauwelijks geïnteresseerd in het verhaal of het spel. Het ging puur om de heb. Het album mocht elke avond mee naar bed. Zachtjes prevelde mijn zoon de namen van zijn helden, als een buitenaards gedicht, terwijl hij de kaartjes aaide. Als een jaloerse minnaar hield hij zijn map afgeschermd; zijn zus mocht er niet naar wijzen. Soms probeerde hij een andere indeling, maar daar kwam hij altijd van terug. Als hij wakker werd, tastte hij meteen naar zijn schat.

Een keer dreigde groot ongeluk. Ik zou hem van school halen en naar een vriendje brengen, mét Pokémonalbum uiteraard. Ik nam de map mee naar mijn werk, maar toen ik wilde vertrekken, kon ik hem nergens meer vinden. Met bonkend hart fietste ik naar school. Mijn zoontje zou ontroostbaar zijn. Halverwege de rit bedacht ik dat ik het album, voor de veiligheid, in een la had gelegd. Als een haas fietste ik terug. Mijn zoon heeft nooit geweten waarom ik die middag te laat was. Op het nippertje ontkwam hij aan een gruwelijk jeugdtrauma.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden