KVP vreesde populariteit van Drees

DE PARLEMENTAIRE geschiedschrijvers van de Nijmeegse universiteit verrichten al jaren monnikenwerk. De kabinetten sinds 1945 en hun beleid werden minutieus beschreven in vele dikke en schier onleesbare naslagwerken....

De nieuwe werkwijze maakt dit soort parlementaire geschiedschrijving veel leesbaarder, ook al varieert de kwaliteit bij zoveel auteurs. De - groeiende - politieke spanningen in het midden van de jaren vijftig, vooral tussen de katholieke KVP en PvdA, worden treffend beschreven en grondig geanalyseerd. Het is over het algemeen een goed boek vol aardige details geworden, en toch nog veel uitvoeriger dan de aloude parlementaire geschiedschrijving van Van Welderen Rengers en van Oud, waarvan het hele Nijmeegse project een voorzetting wil zijn.

Een andere vernieuwing bleek veel minder geslaagd. Uitgever Sdu en enkele auteurs presenteerden het boek op een Haagse bijeenkomst met allerlei gratuite vergelijkingen tussen de kabinetten Drees III en Kok II. Er zijn enkele oppervlakkige overeenkomsten, maar die verzuipen in de enorme verschillen tussen beide tijdperken. Uitgevers en historici moeten geen aandacht willen trekken met zulke fratsen en ministers-presidenten en zeker tv-journalisten (Den Haag Vandaag) horen daar niet in te trappen.

Het kabinet-Drees III was een eensgezind en zeer vruchtbaar kabinet, het beste van de grote PvdA-premier, maar het had wel de economische wind mee. De auteurs laten helder zien hoe de eerste schuchtere naoorlogse welvaart meteen ideologische tegenstellingen opriep. De confessionele partijen, die met de oppositionele VVD een parlementaire meerderheid konden vormen, wilden liberaliseren en denivelleren. De PvdA-fractie, toch al mikpunt van KVP-venijn, raakte steeds meer getergd.

Het beste hoofdstuk, geschreven door Johan Merriënboer, betreft het Mandement uit 1954. In dit epistel eisten de katholieke bisschoppen meer gehoorzaamheid, kuisheid en eenheid van de katholieken en dat laatste vooral ook in politiek opzicht. Katholieken werd verboden om lid van NVV en VARA te zijn, terwijl het lidmaatschap van de PvdA en het luisteren naar andere omroepen dan de KRO 'ernstig werd ontraden'. De socialisten waren hels, maar durfden geen kabinetsbreuk met de KVP aan, te meer omdat de Katholieke Werkgemeenschap in de PvdA na veel gewetensnood besloot het Mandement te negeren.

Bij het ontstaan van het Mandement heeft de KVP een actievere rol gespeeld dan tot nu toe werd aangenomen. Merriënboer toont aan dat én de KVP-top én een groot deel van de clerus, vooral in het zuiden, vanaf de KVP-nederlaag in 1952 ernstig bezorgd waren over een PvdA-doorbraak bij de katholieke arbeiders. Drees was populair (hij zou nu de AOW voltooien) en maakte toen de PvdA net iets groter dan de KVP, waardoor KVP-leider Romme van het premierschap werd afgehouden.

Na die verkiezingen zijn drie KVP-Kamerleden in afzonderlijke missies bij het kerkelijk gezag gaan pleiten voor een bisschoppelijk vermaan ten nadele van de PvdA. Dat waren J.H. Maenen, Th.S.J. Hooij en de prominente priester-politicus J.G. Stokman. De auteur meent dat Romme van deze pogingen heeft afgeweten en niets heeft gedaan om ze te stoppen. Overigens waren de bisschoppen aanvankelijk huiverig voor zo'n ingreep met partijpolitieke bijsmaak.

Romme heeft ook royaal bijgedragen aan het klimaat waarin het Mandement tot stand kwam. Na de verkiezingsnederlaag wilde hij zich krachtig profileren ten nadele van Drees en de PvdA. Dat lukte redelijk door het sociaal-economische beleid te ontdoen van veel na 1945 ontstane sociaal-democratische trekken.

Dat leidde zelfs tot de door de PvdA-fractie gemaakte huurwetcrisis van 1955, overigens door fractieleider Burger zelf weer gelijmd, zonder dat hij er iets moois aan overhield. Het ging vooral om weerzin tegen het immer compromisserige beleid van de ministers en tegen de giftige politieke stemming na het Mandement.

Romme voerde vanaf 1952 een scherpe campagne tegen 'het atheïsme' van de PvdA. Dat was voor de socialisten pijnlijk, schrijft Merriënboer, omdat ze juist na 1945 hun best hadden gedaan om sympathie voor de idealen van het christendom te tonen. De katholieke en protestantse werkgemeenschappen kregen volop ruimte en invloed. Maar Romme hield de katholieken in de PvdA voor dat ze alleen maar de etalage van een kwalijk atheïstische partij mochten opsieren.

Dat 'heidense' zou vooral blijken uit de steun van de PvdA aan de humanistische organisaties, die hun eigen geestelijke verzorgers wilden hebben in de kazernes en de gevangenissen. In dit boek wordt de verbale kruistocht van Romme tegen de humanistische stroming vermakelijk beschreven. Deze hele curieuze campagne leek in het Mandement een logisch sluitstuk te krijgen.

Wonderlijk genoeg heeft het Mandement - die plompe poging om de ontzuiling te vertragen - tijdelijk gunstig gewerkt voor de KVP. De top en het kader wonnen aan zelfvertrouwen, terwijl de PvdA eerder verdeeld raakte. Fractie en NVV ergerden zich aan de lauwheid van Drees en de andere PvdA-ministers (Mansholt uitgezonderd) en zo heeft deze strijd ook bijgedragen tot de huurwetcrisis van 1955.

Overigens heeft Romme in 1956 niet kunnen profiteren van dit alles. Hij bleef toen een zetel achter bij Drees. Maar hij heeft het kabinet-Drees III ongetwijfeld in veel opzichten gedomineerd.

Drees wist dat Romme in een gevaarlijke stemming was en heeft daarom uitermate behoedzaam (en dus weinig socialistisch) geregeerd, wat de eenheid van zijn kabinet - maar niet die van zijn partij - beslist ten goede kwam.

In die tijd gold een 'beperkt dualisme', aldus de auteurs. De regering was sterk en overlegde weinig met de fracties. Overigens blijkt duidelijk dat de regering tegelijkertijd zeer scherp rekening moest houden met wat vooral de fractieleiding van de KVP wilde. Het was een bijna onzichtbaar dualisme, vooral beperkt tot slechts een deel van de coalitie. Zeker niet iets om naar terug te verlangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.