KUSHANDJES UIT TEHERAN

TOEN president Clinton in het voorjaar een Amerikaans handelsembargo tegen Iran afkondigde, reageerde Europa met een mengeling van onbegrip en meewarigheid....

Inmiddels zijn we vijf maanden verder en blijken de Iraanse leiders de dialoog met Europa buitengewoon te waarderen. Niet omdat ze vinden dat de Europeanen zulke behartigenswaardige dingen te zeggen hebben, maar omdat de economie van het land kraakt in haar voegen.

Dat kraken is al enige tijd hoorbaar: Iran gaat gebukt onder een enorme schuldenlast en de olie-inkomsten zijn als gevolg van de daling van de dollarkoers teruggelopen. Het Amerikaanse embargo heeft - anders dan men in Europa aanvankelijk bevroedde - nog een flinke schep bovenop de malaise gedaan. Een kwart van de export van Irans ruwe olie werd namelijk door Amerikaanse bedrijven afgenomen, en door de boycot ontstond een leemte die pas op termijn weer geheel kan worden gevuld. Ook niet-Amerikaanse bedrijven wagen zich slechts voetje voor voetje in het wespennest van de ayatollahs.

Teheran wil natuurlijk af van zijn slechte imago en is met dat oogmerk begonnen aan een charme-offensief richting Europa. En de Iraanse leiders beseffen maar al te goed dat het offensief niet zal slagen zolang de heikele kwestie van de fatwa tegen schrijver Salman Rushdie in de weg staat. Om die barrière te slechten is een vernuftige formule bedacht: het doodvonnis kan als zodanig niet worden herroepen - want het gaat hier om een religieuze verordening - maar de Iraanse regering wil wel plechtig beloven dat ze geen enkele activiteit zal ontplooien om het vonnis ten uitvoer te leggen.

De grote vraag is nu: hoe kritisch is de kritische dialoog waaraan de Europese regeringen zo zijn verslingerd? Want met die formule wordt een uiterst dubieuze draai gegeven aan de affaire-Rushdie.

Laten we niet vergeten dat in de islamitische republiek Iran staat en religie een onontwarbaar geheel vormen. Ayatollah Khomeini was niet louter een religieus leider, maar fungeerde tevens als politieke opperherder van de staat. De fatwa tegen Rushdie kan dan ook niet worden verwezen naar het exclusieve domein van de religie. Zo'n domein bestaat niet.

Er zijn diverse groeperingen in Iran die ijveren voor strikte eerbiediging van de fatwa. Die groeperingen bewegen zich zowel op het religieuze als op het politieke vlak. Van hun pleidooien heeft de regering zich nimmer gedistantieerd, ook niet toen er een premie van een kleine twee miljoen dollar op het hoofd van de vermaledijde duivelskunstenaar werd gezet.

Waarom niet? 'De mensen mogen hier zeggen wat ze willen', legde de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Velayati onlangs uit aan een Britse journalist die ernaar informeerde. 'Dit is vrijheid van meningsuiting. Het is net zoals in Groot-Brittannië. Neem Hyde Park, daar mag iedereen over alles praten.'

Gelukkig heette de journalist Robert Fisk (van The Independent), en die liet zich geen knollen voor citroenen verkopen. Hij hield de minister voor dat het uitloven van een beloning voor het plegen van een aanslag een spreker in Hyde Park normaliter komt te staan op gerechtelijke vervolging wegens het aanzetten tot moord. Waarna de bewindsman nogmaals een lofzang aanhief op het vrije verkeer van ideeën in Iran.

Het zou allemaal prettig hilarisch zijn, als je de Europese landen al niet de voorbereidingen zag treffen voor de diplomatieke manoeuvre waarin het oude continent excelleert: de discrete knieval. Nu al kun je horen mompelen dat de toezegging van de Iraanse regering toch een geweldige stap vooruit is, zeker als zij bereid zou zijn een en ander schriftelijk vast te leggen. Meer kun je toch eigenlijk niet verwachten van een land dat zozeer in de ban van godsdienstige doctrines leeft! En is het trouwens wel gewenst dat het lot van één man - wiens veiligheid waarschijnlijk toch nooit meer ten volle kan worden gegarandeerd - zo'n zware hypotheek legt op de betrekkingen met een regionale mogendheid als Iran?

Het lijkt er inderdaad niet op dat Rushdie ooit nog onbekommerd op straat zal kunnen lopen. Maar dat vooruitzicht mag geen reden zijn om de fatwa met de mantel der inschikkelijkheid te bedekken. Het doodvonnis tegen Rushdie is een weerzinwekkende vorm van internationale terreur, die ten enenmale niet kan worden getolereerd. En waar staat eigenlijk geschreven dat in de sji'itische leer een fatwa van een overleden geestelijk leider niet kan worden herroepen?

In al hun dubbelzinnigheid geven de kushandjes van de Iraanse leiders naar Europa aan dat ze dringend verlegen zitten om betere betrekkingen met de buitenwereld. Hun relatieve zwakte is een argument te meer om vast te houden aan de eis dat ze ondubbelzinnig afstand nemen van de uitoefening van terreur. Als er in Teheran 'gematigden' zijn die de koers willen verleggen, dan moeten ze nu maar bewijzen wat ze waard zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden