Kurt Weill & Bertolt Brecht **

De veelgeroemde akoestiek van het Concertgebouw was funest.

Klassiek


Die Dreigroschenoper. Solisten, Asko Schönberg, Theaterkoor Dario Fo o.l.v. HK Gruber


Amsterdam, Concertgebouw, 22/5


Hoeren, bedelaars, een messentrekker: binnen de chique muren van het Amsterdamse Concertgebouw vind je ze niet elke dag. Toch paradeerden ze daar, onder de hoge pijpen van het concertorgel: Mackie Messer, Seeräuberjenny en ander sympathiek uitschot dat Die Dreigroschenoper van Kurt Weill en Bertolt Brecht bevolkt.


De dwarse revue uit 1928 sierde de feestreeks waarmee het Concertgebouw zijn 125-jarige bestaan viert. En waarom ook niet. Per slot van rekening kent de muziektempel een bescheiden anti-elitaire traditie. Cafétafels, popconcerten, bokswedstrijden - niets menselijks is het Concertgebouw vreemd.


Dus waren ze welkom, entertainer Sven Ratzke, actrice Betty Schuurman, popzangeres Janne Schra en andere experts die de Dreigroschenoper moesten helpen aan een authentieke, ongeschoren, vooral niet-klassieke sound. Op hun weg vonden ze helaas een ironische vijand: de veelgeroemde akoestiek van de Grote Zaal. Die zit een honderdkoppig symfonieorkest als gegoten, een elektronisch versterkte zangstem kust hij dood.


Zelfs de sympathiekste dirigent die je voor de driestuiversopera kunt bedenken, de Oostenrijkse componist, chansonnier en Weillfanaat HK Gruber, kreeg de zaak niet onder controle. Een avond lang heerste onbalans tussen zanger-acteurs en het door Asko|Schönberg geformeerde theaterorkestje, met rariteiten als harmonium en hawaïgitaar.


Zich omkerend naar het publiek knarste Gruber trouwens verdienstelijk de rol van Herr Peachum. Hij heeft voor keelraspen de nodige aanleg, zoals hij bewees op een cd waarvoor het Duitse popfenomeen Nina Hagen hem als Frau Peachum vergezelde naar de studio.


Het is het eeuwige probleem van de Dreigroschenoper: hoe roep je het geluid op van Berlijn anno 1928? Zingende acteurs fileerden toen niet alleen de crisismaatschappij, via hen geselde Kurt Weill ook het weeë genre van de opera. In die sfeer vormt toonvastheid geen vereiste, zolang acteertalent maar dient als tegenwicht.


Ook daarvoor bleek de Grote Zaal te groot. Zelfs Sven Ratzke, die beroemde frases vertolkte als 'erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral', kreeg de kubieke meters niet bedwongen. Meiden met jarretelgordels op het podium, het theaterkoor Dario Fo dat uit volle borst een slotkoraal zong - het baatte allemaal weinig. Die Dreigroschenoper is voor zaaltjes waar een blik of stembuiging kan inslaan als een bom.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden