Kunstzijde vormt de woonwijk

Op het fabriektsterrein in Ede waar Enka met kunstvezels industri geschiedenis schreef, komt een woonwijk. Die weerspiegelt de historie. 'Ik vind het interessanter om de samenhang te bewaren dan een paar losse gebouwen.'..

De poort, een bekende blikvanger voor treinreizigers tussen Utrecht en Arnhem, is nog ongeschonden. Op het raam van de portiersloge hangt een aankondiging van de rommelmarkt van het Enka-mannenkoor. Een poster maant tot zuinigheid met water: 'Elke druppel telt.' Bovenop de poort prijkt het fabriekswapen: twee bomen met de naam Enka eronder.

Maar de klok aan de muur is stil blijven staan op 20 over 3. De poort, waar tachtig jaar lang duizenden arbeiders in en uit gingen, 24 uur per dag, is stil en verlaten. Daarachter is de onttakeling zichtbaar: kapotte ramen, ingezakte daken, puin en glasscherven.

Ede was een boerendorp op de rand van de Veluwe totdat het door Enka werd meegenomen in de vaart der volkeren. In 1922 bouwde scheikundige J. C. Hartogs een kunstzijdefabriek in Ede. Het terrein lag vlakbij het spoor, de grond was goedkoop en er zat veel schoon water in de grond. Alleen arbeidskrachten waren er aanvankelijk niet, die werden met bussen aangevoerd.

Ede werd groot door Enka en Defensie, dat in dezelfde tijd de Veluwe ontdekte om te oefenen. Nederland speelde een belangrijke rol op de wereldmarkt voor kunstvezels. Enka was samen met Philips en Unilever kunstzijde, kunstlicht, kunstboter Shell en Organon een van de exponenten van de industri opmars van Nederland in de eerste helft van de 20ste eeuw.

In 1929 werkten bij Enka 5200 werknemers, een ongekend aantal voor die tijd. De bevolking van Ede verdubbelde in een paar jaar tijd. De werknemers werden gehuisvest in een speciale Enkawijk, onlangs geheel gerestaureerd.

Enka legde een zwembad aan, bouwde een cultureel centrum (De Reehorst) en stond aan de basis van talloze verenigingen waaronder het Enka-mannenkoor en voetbalclub Blauw Geel '55. Wat Philips was voor Eindhoven, was Enka voor Ede.

In 1969 ging Enka samen met de Duitse Vereinigte Glanzstoff Fabriken op in de Algemene Kunstzijde Unie (AKU), in die tijd de op een na grootste kunstvezelproducent ter wereld. AKU fuseerde met Koninklijke Zout Organon (KZO) tot Akzo, dat op zijn beurt in 1993 samen met het Zweedse Nobel Akzo Nobel vormde.

Tegen die tijd ging het met de kunstvezeldivisie bergafwaarts. Er kwamen goedkopere alternatieven voor viscose, zoals acryl en polyester. De concurrentie uit het Verre Oosten nam toe. In 1999 verkocht Akzo Nobel de kunstvezeldivisie aan een Britse investeringsmaatschappij, die de winstgevende delen verkocht en de rest afstootte.

Op 30 september 2002 viel het doek voor Enka, waar toen nog 550 werknemers werkten. 's Ochtends om 4.20 uur werd de laatste spinmachine uitgezet. Hoewel sluiting al een tijd in de lucht hing, kwam het bericht toch nog als een donderslag bij heldere hemel, zegt wethouderRob Spiegelenberg van Ede, inmiddels een groeistad met meer dan honderdduizend inwoners.

Vooral omdat en passant werd meegedeeld dat het terrein al verkocht was aan projectontwikkelaar AM Wonen. 'Dat was even slikken, we hadden het graag zelf gekocht.' De gemeente zette de hakken in het zand door zo'n beetje het hele fabrieksterrein tot monument te willen verklaren.

Nadat beide partijen met de koppen tegen elkaar waren geknald, kwam er een gesprek op gang over wat te doen met het 40 hectare grote Enka-terrein, waarvan 12 hectare bebouwd. Zo ontstond een aanpak die tot op heden bijzonder is in de monumentenwereld.

In plaats van te bakkeleien welk gebouw wel en welk niet behouden moet blijven, sloten de gemeente, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en Grondbank (een samenwerking tussen AM Wonen en Fortis Vastgoed) eind februari een convenant over de ontwikkeling van het voormalige fabrieksterrein.

Het convenant is mede het resultaat van veranderde inzichten bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, zegt directeur Fons Asselbergs. 'Normaal zou het zo gaan dat wij iemand sturen om de monumenten aan te wijzen waarna ze de rest kunnen slopen.'

Maar de waarde van het Enka-terrein zit meer in de indeling van het gebied dan in de gebouwen. De fabriek is gebouwd als een soort kazerne. In het midden van het terrein staat een 10 hectare groot vierkant van productiehallen met torens op de hoeken. Hier, tegen de wijzers van de klok in, doorliep het product alle stadia van cellulose tot viscose. De wegen op het terrein dragen namen die verwijzen naar de werkzaamheden die er plaatsvonden zoals Zoutstraat, Spinnerijpad en Bleeksteeg.

Het gaat om het verhaal, zegt Asselbergs. Meer dan om de dingen. 'Je hebt het over historische geografie en lokale geschiedenis. Dat zijn waarden die we pas de laatste jaren zijn gaan waarderen. Ik vind het interessanter om die samenhang te bewaren dan een paar losse gebouwen.'

In het convenant staat dat een aantal gebouwen, zoals het poortgebouw, het chemicaliagazijn, de kantine en de schoorstenen behouden blijven. Daar tussendoor en omheen zullen woningen worden gebouwd, met als uitgangspunt dat de structuur van het gebied behoudenblijft. Zo komt de carrrm van de productiehallen met de torens op de hoeken terug in de toekomstige bebouwing, zegt directeur Chris Jagtman van AM Wonen.

De hallen zelf zijn ernstig aangetast door de tand des tijds en brandstichtingen, blijkt tijdens een rondgang over het terrein. Sinds vorig jaar september is er dertien keer brand geweest, een deel van de daken is ingestort.

AM Wonen was eerst van plan zoveel mogelijk te slopen en nieuw te bouwen, erkent Jagtman. De monumenten stonden vooral in de weg. Nu ziet hij het historisch kader als een attractie voor de nieuwe wijk. 'Het nadeel is een voordeel geworden. Het is aantrekkelijk in een wijk te wonen waar je de geschiedenis terugvindt.'

Er staan zo'n 1500 woningen gepland. Op een toplocatie, benadrukt Jagtman. 'Je zit vlakbij het station, vijf minuten van de A 12 en de Veluwe is je achtertuin.'Over tweeenhalf jaar zou de bouw kunnen beginnen. De bodem moet eerst nog worden gesaneerd.

De monumenten zullen worden geloiteerd door Boei, de nationale maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed. Over de bestemming van de historische gebouwen staat nog niets vast. In het poortgebouw zouden appartementen kunnen komen, het chemicaliagazijn is misschien geschikt te maken voor winkels of buurtvoorzieningen.

Midden tussen de productiehallen staat de kantine die uit de jaren vijftig stamt. Op de eerst verdieping staan de garderobekastjes voor de werknemers. Daarboven is de eigenlijke kantine met ramen die uitkijken over het terrein. Jagtman wijst: 'Hier zie ik wel een mooi restaurant.' Buiten op de stoep liggen twee klossen viscosegaren. Niemand heeft de moeite genomen die mee te nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden