'Kunstwerkjes op het hoofd'

Wat ze vindt van de hoeden van de koningin. Hoedenontwerpster Eugenie van Oirschot begint te lachen, antwoordt niet, lacht nog steeds, zegt dan, diplomatiek: 'Ik ben blij dat ik ze niet hoef te maken.' De koningin - de koningin bepaalt zelf wat er gemaakt gaat worden....

Grafisch zijn de hoeden van Eugenie van Oirschot, 'opgebouwd vanuit een patroon, heel wiskundig'. Niet te vergelijken met de keuze van de koningin, die ze, na enig aarzelen, omschrijft als 'vrij traditioneel'.

Van Oirschot (1966) maakt 'kunstwerkjes voor op het hoofd'. Hoeden geschikt voor Nederlands nationale hoedendag: Prinsjesdag, dat Ascot aan het Binnenhof. Minister Borst droeg drie jaar geleden een hoed van Eugenie van Oirschot, staatssecretaris Annelies Verstand heeft er één in haar bezit. Of ook vandaag, nu Prinsjesdag een sobere uitvoering kent, haar hoeden opduiken, weet ze niet. Eigenlijk weet ze helemaal niet zo goed wie haar werk koopt, maar dat er mensen zijn, die het waarderen, is duidelijk - ze kan leven van de verkoop.

Nog steeds maakt Van Oirschot al haar hoeden zelf. Dat zal veranderen als haar pogingen lukken het buitenland te veroveren. In mei won ze een ontwerpwedstrijd van het Franse Musée du Chapeau in Chazelles-sur-Lyon, waar haar inzending is opgenomen in de museumcollectie.

Vorige maand werd ze in Engeland uitgeroepen tot Hatdesigner of the Year. Als beloning mag ze stage lopen bij groten in het vak als Philip Tracey, de enige hoedenmaker die zijn eigen show heeft op de catwalks in Parijs; bij Stephen Jones, die veel voor film werkt, en bij Rose Cory die de hoeden maakt voor de Britse koningin Elisabeth en voor de queen mum.

Van Oirschot heeft de wind mee, want hoeden kunnen weer. 'In de jaren zestig was een hoed burgerlijk. Nu zijn we een generatie verder en is trouwen met een hoed ineens romantisch. Mensen zoeken naar een gelegenheid om een hoed te dragen.'

Tot 1994 had ze nog nooit een hoed gemaakt. 'Ik ben begonnen, als een geintje, hoeden te maken bij mijn kleding.' De hoeden liepen beter dan de theaterkleding waarin ze een bedrijfje had. En ze waren leuker om te maken. 'Bij een hoed kun je verfijnde technieken gebruiken, beter dan in kleding. Bij kleding moet je rekening houden met verschillende maten. Bij een hoed alleen met de ovale vorm van een hoofd.'

Dat resulteert in 'hoedjes waarmee je naar de stad kunt' en in autonome 'kunstwerkjes', zoals de helmachtige vorm van leer en metaal . Maar altijd zijn het vormen waarin Van Oirschots hand te herkennen is. Grafisch en symmetrisch, hele series van hoeden met steeds een andere manier waarop een lapje, een flapje, een driehoekje is gebruikt, met steeds nieuwe variaties op lamellen, getordeerde biesjes, omgevouwen punten. 'Ik ben wel een beetje een getalletjesfreak.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden