Kunstverkoop joden na 1933 'onvrijwillig'

Alle kunstverkopen door joden in Duitsland na 1933 en in Oostenrijk na 1938, moeten vanaf nu als 'onvrijwillig' worden beschouwd....

Van onze verslaggever

Dit stelt staatssecretaris Van der Ploeg vandaag voor in het kabinet. Hij verwacht dat het nieuwe beleid gevolgen zal hebben voor de collectie oorlogskunst van de Nederlandse staat. Die bevat bijvoorbeeld werken uit de verzameling van de Duitse rijksmaarschalk Göring. Een deel daarvan is mogelijk afkomstig uit vooroorlogs Duits-joods bezit.

Met zijn voorstel geeft Van der Ploeg na maandenlang aarzelen gehoor aan de oproep die de adviescommissie-Ekkart eerder dit jaar deed om joodse rechthebbenden soepel te behandelen. Van der Ploeg reageerde meteen positief op die aanbeveling, voor zover het gaat om de Nederlandse oorlogsjaren. De jaartallen 1933 (toen Hitler in Duitsland aan de macht kwam) en 1938 (de Anschluss) nam hij niet meteen over 'vanwege de mogelijk verstrekkende gevolgen'. Die wilde hij eerst bestuderen.

Joodse organisaties reageerden daarop met verbijstering en ernstig wantrouwen. Zij uitten het vermoeden dat het kabinet aarzelde uit angst belangrijke kunstcollecties die de Nederlandse staat nu in beheer heeft, te verliezen. Zij wezen erop dat de jaartallen 1933 en 1938 internationaal geaccepteerd zijn.

In totaal heeft de staat zelf in de zogeheten NK-collectie ruim vierduizend objecten - waaronder 1750 schilderijen - in bezit die na de oorlog werden overgenomen van de Duitsers. Die verkregen de kunststukken tijdens het nazi-regime door vrijwillige of onvrijwillige verkoop, confiscatie en ook door roof.

Hoeveel nog kan worden opgeeist, is onduidelijk. Sinds Ekkart in 1998 met zijn onderzoek naar de oorlogskunst begon, hebben zich pas enkele gegadigden gemeld. De website www.herkomstgezocht.nl, waar rechthebbenden sinds enige tijd terecht kunnen, moet ertoe leiden dat meer mensen zich gaan melden.

Tot nu toe gold bij het teruggavebeleid de vuistregel dat het moest gaan om 'onvrijwillig bezitsverlies'. Daarbij werd volgens Ekkart te weinig rekening gehouden met het feit dat joden hun bezit onder druk van de dreigende omstandigheden verkochten.

Ze wisten immers dat bij een vlucht de achtergebleven bezittingen werden geconfisqueerd. Ook is het de vraag in hoeverre kunstbezitters konden weigeren in te gaan op een bod van bijvoorbeeld Göring.

Kunstwerken werden bovendien na de oorlog vaak pas teruggegeven als de oorspronkelijke eigenaar bereid was het bedrag dat hij van de Duitsers had ontvangen, terug te betalen aan de Nederlandse staat. Daardoor haakten veel berooide joden af. Met de terugbetalingseis wil het kabinet voortaan soepeler omgaan.

Dat geldt ook voor de manier waarop de adviescommissie met de bewijslast zal omspringen. Als het eigendomsrecht niet bewezen kan worden, is teruggave toch mogelijk mits het 'in hoge mate aannemelijk' is gemaakt.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden