Kunstroof loont

In Nederland worden zo'n 450 keer per jaar schilderijen, antiek of andere cultuurobjecten gestolen uit musea en huizen. De roof van topstukken kan lonen....

Voor de museale sector was 2002 het annus horribilis. Vijf schilderijen weg uit het Frans Hals Museum in Haarlem. Twee doeken uit het Van Gogh Museum in Amsterdam. Juwelen en sieraden gestolen uit het Museon in Den Haag. Vier pendules zoek uit een museum in Loosdrecht.

Het jaar 2003 is al een eind op weg - een nieuwe affaire heeft zich inmiddels aangediend in Delft, waar een conservator van het Legermuseum de eigen collectie plunderde - en de branche worstelt nog altijd met de vraag hoe je kunstrovers het leven wat zuurder kunt maken. Vandaag en morgen congresseren collectiebeheerders over veiligheid en preventie.

Wie informeert welke extra maatregelen zijn genomen, stuit op stilzwijgen. Je hoeft inbrekers immers geen handleiding te verstrekken. Maar zekerheid over de 'bouwkundige weerbaarheid' - jargon in de beveilingsbranche - is er allerminst. Het ministerie van Cultuur is een onderzoek begonnen. Resultaten worden pas volgend voorjaar verwacht en zullen goeddeels vertrouwelijk blijven. Misschien dat de beveiliging op onderdelen beter kan, mogelijk moet er hier en daar management op los worden gelaten, concludeerde de Nederlandse Museum Vereniging na een snelle inventarisatie.

Maar over de principiële kwestie of er nooit losgeld moet worden betaald, bestaat geen eensgezindheid. Het is de vraag die bij elke diefstal van topstukken opduikt: waarom rukken daders in hemelsnaam een Van Gogh, Ruisdael of Jan Steen van de muur? Ze zullen een buit van dat kaliber nergens aan de man kunnen brengen. De door de filmindustrie gecreëerde zonderlinge opdrachtgever die in alle beslotenheid van de uitbundige penseelvoering wenst te genieten, is nog nergens opgedoken. Kunstcriminelen rekenen erop dat er vroeg of laat wisselgeld te halen is. Ze zinspelen op de lastige keus voor de gedupeerde: betalen of laten wegrotten op een onbekende zolder.

Directrice Marie Christine van der Sman van de Nederlandse Museum Vereniging laat weten het 'vreselijk' te vinden als er wordt ingegaan op eisen van de dieven. 'Je nodigt meteen andere inbrekers uit.' Maar officiële richtlijnen hoe te handelen bestaan niet. Het uitloven van tipgeld, doorgaans 10 procent van de waarde, behoort zo langzamerhand tot het standaardrepertoire. Het besluit wordt genomen in overleg met justitie en verzekeraars. Directeur Peter Eriks van Eriks Assuradeuren, de grootste kunst- en entertainmentverzekeraar van Nederland, zegt grote moeite te hebben met het uitloven van premies. 'Op de eerste plaats uit principe, maar ook omdat het niet werkt. Beloningsadvertenties hebben ons nooit enig plezier opgeleverd. Misschien veroorzaakt het wat onrust in het milieu, wie weet. Maar verder?'

Toch staat vast dat de geëtaleerde aversie tegen elke vorm van beloning voor de misdaad niet altijd wordt volgehouden. Vraag het Vincent Kraal, de omstreden advocaat uit Amsterdam die al twee bemiddelingen op zijn naam heeft staan, en afgelopen zomer schermde met een derde; omzichtig legt hij nu een verband met de schilderijenroven van het vorig jaar. 'Iemand zegt dat hij weet waar een van de producten zich bevindt. Nee, nee, het was nog niet eens het begin van een onderhandeling. Hij zou nog wel van zich laten horen.'

Op zijn werkkamer tuimelen enkele polaroids uit de map. Het zijn afbeeldingen van Raderen van de watermolen te Gennep en Zittende boerenvrouw. Hij heeft de wazige opnames van de Van Gogh-schilderijen nog altijd in zijn bezit. 'Kijk, ook de achterkant is gefotografeerd. Daar schijn je nog het meest aan te kunnen zien.'

De doeken zelf hangen al lang weer in het Noordbrabants Museum. In 1990 werden ze daar gestolen, samen met Spittende boerenvrouw, op de rug gezien. 'De terugkeer was onderdeel van een deal', zegt hij. Een cliënt bood aan de Van Goghs terug te bezorgen. De polaroids vormden het bewijs dat hij er de beschikking over had. De prijs: het Openbaar Ministerie moest afzien van het hoger beroep tegen de veroordeling van anderhalf jaar celstraf wegens hasjsmokkel. De eis was vier jaar. Kraal: 'Er is even onderhandeld, het verwijt was dat er chantage werd gepleegd, maar uiteindelijk was de boodschap: doe ze maar in een deken.' Het gevreesde beroep bleef achterwege.

Ziedaar: kunstroof kan lonen. Kraal tekent aan dat hij denkt dat zijn cliënt niet heeft ingebroken in het museum. 'Het was niet een, eh, diefstalachtig type. Hoe hij er dan aankwam? Ik weet het niet. Dat behoor je als advocaat niet te vragen.' De bemiddeling maakte hem omstreden onder vakbroeders. Maar een klacht bij het Hof van Discipline leidde niet tot een berisping.

Enkele jaren later dacht hij het wederom op een akkoordje te kunnen gooien met justitie. Nu verlangde een cliënt geld: 250 duizend gulden voor drie in 1994 gestolen werken uit het Rembrandthuis. Twee schilderijen waren van Rembrandts leermeester Pieter Lastman. De politie nam ze in beslag op het kantoor van Kraal. 'Ik was in de val gelokt. Toen dacht ik: ik stop ermee. Stank voor dank.' Maar nu is hij weer bereid contact te leggen. Hij kan een grijns nauwelijks onderdrukken. 'In het belang van het openbaar kunstbezit.'

Betaald wordt er. De directie van het Frans Hals Museum heeft al laten doorschemeren een bemiddeling om weer in het bezit te komen van de vijf schilderijen niet op voorhand af te wijzen. Peter R. de Vries maakte in de marge van zijn geruchtmakende uitzending over de contacten tussen Mabel Wisse Smit en drugscrimineel Klaas Bruinsma ook melding van een deal. Zijn kroongetuige, lijfwacht Charlie da Silva, was na de dood van De Dominee in het bezit gekomen van Lachende jongen met bierkruik van Frans Hals en Boslandschap met bloeiende vlier van Jacob van Ruisdael. De doeken waren op 13 oktober 1988 gestolen uit het Hofje van Van Aerden in Leerdam.

De bodyguard beschreef een sessie bij hem thuis in Zaandam, waarbij naast politiefunctionarissen ook een kunsthistoricus kwam opdraven om de echtheid van de schilderijen vast te stellen. Na zijn akkoord kon Da Silva het geld ophalen, naar verluidt 'enkele tonnen'. Toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin verklaarde later in antwoord op Kamervragen dat een verzekeringsmaatschappij 'bewaarkosten' had vergoed. Overigens is ook hier onzeker of de dader leverancier was: Bruinsma zou in het bezit zijn gekomen van de doeken nadat afnemers hem niet konden betalen. Het is een patroon dat volgens experts vaker opduikt: criminelen benutten kunst ook als betaalmiddel en onderpand bij drugstransacties.

Inbraken in de musea trekken de meeste aandacht, maar ze vormen een beperkt bestanddeel in het totaal. Vooral woningen zijn het doelwit. In Nederland is het volgens ruwe schattingen 450 keer per jaar raak: schilderijen, antiek en andere cultuurobjecten verdwijnen met onbekende bestemming. Als er geen topstukken in het geding zijn, is het aannemelijk dat de buit vroeg of laat weer opduikt in de handel.

De ethiek in de branche staat dan ook geregeld ter discussie. De verdenking is dat helers er vrij spel hebben. Directeur Julian Redcliffe van het Art Loss Register, een internationale databank van gestolen kunst, verweet de handel onlangs te weinig onderzoek te doen naar de herkomst van hun waren. De reden loog er volgens hem niet om. 'Gestolen voorwerpen hebben in potentie de hoogste winstmarges.'

Een uitzending van de actualiteitsrubriek Zembla eerder dit jaar bevatte een fragment waarin een handelaar in een wegrestaurant niet minder dan een Toulouse-Lautrec kreeg aangeboden. Beide partijen deden niet voor het eerst zaken met elkaar, al deed de handelaar zijn best dat te verbergen. 'Ik doe zo veel zaken.' De conservator van het Legermuseum in Delft kon zijn prenten uit de collectie moeiteloos slijten bij een handelaar in Leiden, die had moeten weten dat het om verdachte waar ging.

Directeur Antoon Ott van de stichting NedArt, waarin ook de handel is vertegenwoordigd: 'Een Toulouse-Lautrec op een parkeerplaats, dat is natuurlijk wel heel verdacht. Daar wil je niets mee te maken hebben.' Maar de realiteit van het vak is volgens hem ook dat de herkomst van de spullen soms simpelweg niet is vast te stellen. Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, het Art Loss Register en de lijsten van Interpol met vermiste objecten bieden houvast, maar elk Delftsblauw tegeltje zul je er niet tegenkomen. ' Het ene voorwerp leent zich nu eenmaal meer tot onderzoek dan het andere.' Montage van andere wijzerplaten maakt identificatie van een gestolen klok bijna tot een onmogelijke opdracht. Nieuwe wapens zijn het aanbrengen van microdots en DNA-vloeistof. Maar daarvoor zijn nauwgezette registratie en documentatie noodzakelijk. En juist daaraan ontbreekt het nog al eens.

En hoe gewiekst is de kunstdief zelf? 'Het zijn bepaald geen fietsendieven', weet advocaat Kraal op basis van zijn relaties. Maar het door Hollywood - weer de film - geschapen beeld van de gentleman-rover die infraroodstralen en luchtdruksensoren met behulp van nog geavanceerdere technieken weet te omzeilen, lijkt tamelijk overtrokken.

Misschien zou je 'graaf Gian Franco Cenni' nog als een vertegenwoordiger van dat slag kunnen bestempelen. Maart 1999 bezocht deze gefortuneerd ogende heer van respectabele leeftijd de belangrijke kunst- en antiekbeurs Tefaf in Maastricht, waar hij indruk maakte op de standhouders met zijn kennis van zaken en goede smaak. Enkele maanden later kreeg een aantal van hen een telefoontje: Cenni was op zoek naar een passend cadeau voor het huwelijk van zijn dochter. Hij vroeg handelaren naar Venetië te komen met fraaie schilderijen . In Italië werden ze in een mooi 17de-eeuws palazzo beurtelings opgewacht door iemand die zich voordeed als Cenni's zoon. Helaas was vader verhinderd, moeder lag in het ziekenhuis. Maar zou de handelaar zo vriendelijk willen zijn de waar hier te laten hangen, dan kon de graaf er later kennis van nemen. Er werd een ontvangstbewijs uitgeschreven en een overnachting aangeboden in een nabij hotel. Enkele uren later was het palazzo geheel leeg en verlaten. The Observer berichtte later dat Cenni in werkelijkheid Alberto Bassoli is, een beroepsfraudeur met connecties bij de maffia.

De geruchtmakendste inbraken in Nederlandse musea bleken gepleegd door types die moeilijk als specialist konden doorgaan. Ze hadden meer ervaring met handel in drugs, vrouwen of gestolen auto's. Affiniteit met de branche is er zelden. De opdrachtgever van de diefstal in het Stedelijk Museum in 1988, waarbij een Van Gogh, een Cézanne en een Jongkind verdwenen, bekende één keer in de instelling te zijn geweest, 'uit verveling'. Dat de daders de Jongkind meenamen en een waardevollere Matisse en Monet lieten hangen, was omdat de doeken te groot waren voor de auto. De moeder en zoon die in 1998 uit het Zeeuws Museum in Middelburg een Mondriaan meenamen, waren geïnspireerd door de commotie over de volgens velen idioot dure aankoop van Victory Boogie Woogie. Het besluit was ter plekke gevallen.

Het gemak waarmee de daders zich telkens weer toegang weten te verschaffen tot musea leidt ook tot twijfel over professionaliteit bij het doelwit. Beveilingsexpert Ton Cremers, voormalig hoofd beveiliging van het Rijksmuseum en tegenwoordig international consultant met zijn bedrijf Museum Security Network, meent dat 'Nederland internationaal een figuur heeft geslagen'. Hij wijst tegelijkertijd ook op de ingewikkelde opdracht. Musea zijn openbare instellingen, waar het publiek toegang moet krijgen tot de collecties. 'Je kunt van een museum nooit een Fort Knox maken.' De instellingen moeten zich volgens hem niet blind staren op 'bouwkundige weerbaarheid'. 'Er bestaan opnames waarin een bedrijf laat zien dat het wel twintig minuten duurt voordat inbraakwerend glas bezwijkt onder zware mokerslagen. Heel overtuigend, maar je kunt je afvragen hoe lang het duurt als de daders andere middelen inzetten.'

Verzekeraar Eriks stelt vast dat de budgetten voor betere beveiliging worden opgeschroefd. Maar ook hij relativeert de waarde ervan. 'Als de boeven iets echt willen hebben, komen ze het halen.' Hij kent een voorbeeld van een museum in midden-Nederland dat fors investeerde in veiligheidssystemen. 'En inderdaad, vol trots kon de firma tot op de seconde laten zien wanneer de inbrekers naar binnen waren gekomen en welke route was gevolgd. Maar die mooie gouden schaal was wel weg.' Van veel groter gewicht is volgens hem de snelheid waarmee de politie na het afgaan van het alarm ter plekke kan zijn. 'Meer dan vijf minuten is eigenlijk al te laat.' Cremers pleit voor een 'integrale aanpak'. 'Het valt of staat met de bedrijfscultuur. De nieuwste snufjes zijn waardeloos als een medewerker vergeet de deur af te sluiten.'

De jongste trend baart zorgen. De agressie en brutaliteit van kunstrovers nemen toe. Niet langer beperken ze zich tot een poging in het holst van de nacht, maar ze slaan toe tijdens de openingsuren. In Schotland is een Leonardo Da Vinci ontvreemd door een bewaker het mes op de keel te zetten. In Denemarken is een suppoost neergeslagen. De werkelijkheid van de kunstroof dreigt Hollywood alsnog te achterhalen: daar geniet geweld al langer de voorkeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden