Kunstrecensies

POP / PJ Harvey * * * * *

Paradiso, Amsterdam 30/5

Polley Jean Harvey zingt en schrijft mooier dan ooit. Tegen het publiek en haar bandleden spreekt ze niet.


Het podiumbeeld is al meteen bijzonder. Voor de kijker rechts bevindt zich het instrumentarium. Drumstel, keyboards en gitaren omcirkeld door speakers. Links van de apparatuur een gapend zwart gat, met een microfoonstandaard. Als PJ Harvey in een prachtige witte jurk, en witte veren in het zwarte haar gestoken met een autoharp liefdevol omklemd achter die microfoon plaatsneemt, is het even schrikken.


Alsof ze niks met haar begeleiders aan de andere kant te maken wil hebben. Mick Harvey staat met basgitaar zelfs met zijn rug naar haar toegekeerd als hij samen met John Parish en drummer Jean-Marc Butty Let England Shake inzet.


Openingsnummer van haar laatste album, dat deze avonden (dinsdag stond PJ Harvey ook in Paradiso) centraal zal staan. Een zeldzaam indrukwekkende plaat, waarop Harvey niet alleen mooier zingt dan ooit maar waar ze in liedjes die allemaal betrekking hebben op oorlogen zichzelf ook tekstueel overtreft.


Wat de plaat bovendien van de rest van haar inmiddels imposante oeuvre onderscheidt dat is het fraaie ingehouden en toch rijke geluid. En het is dat geluid waar de drie heren naast haar de hele avond, een hapering bij aanvang daargelaten, zo knap neerzetten.


De zangeres bemoeit zich zelf nauwelijks met hen, die staat er als Witte Godin met haar autoharp of gitaar en concentreert zich volledig op haar zang. Die klinkt mooier, voller en intenser dan ooit. Het altijd rumoerige Paradiso houdt zich vijf kwartier muisstil als het viertal zich door het dozijn liedjes van Let England Shake heenwerkt. Slechts een enkele keer is er ruimte voor een ouder liedje als C'Mon Billy (1995) of The River (1998) en die worden ook met dezelfde beheersing uitgevoerd. Wilde rockers, daar leent deze setting zich niet voor, en hoe merkwaardig het podiumbeeld ook, de toeschouwer heeft er snel vrede mee. Waar bij eerdere optredens Polly Jean Harvey tussen de mannen uit haar band nogal eens onhandig oogde, lijkt ze zich zo naast hen veel beter op haar gemak te voelen. En die drie begeleiders spelen subliem. Parish en Harvey wisselen toetsen af met gitaar en larderen de liedjes een enkele keer met treffende samples van een trompet, of van een oud reggaeliedje in het dreigende Written On The Forehead.


Tot elkaar komen band en zangeres niet in beeld maar wel in geluid, want het klankbeeld nadert na een half uur haast perfectie. PJ Harvey verlaat na anderhalf uur en een adembenemend gezongen Silence de zaal. Ze heeft niks gezegd. Niet tegen het publiek en niet tegen haar bandleden. En het was om zelf ook sprakeloos van te worden zo mooi.


Gijsbert Kamer


-------------------------


DANS / Beyond Seoul * * * *

Choreografie: Emio Greco en Pieter C. Scholten. 30/5, Stadsschouwburg Amsterdam. 1/6 in Korzo theater Den Haag. www.ickamsterdam.com

Al gauw draait het in dit dansproject niet meer om het individu en gaan de verschillen tussen de dansers op in een zee van beweging. Zacht en sterk, strak en golvend, explosief en wervelend gaan organisch samen in een choreografie waarin veelal unisono, met de hele groep tegelijk, wordt gedanst.


De choreografie wordt een hoogwaardig artistieke synergie van culturen, tradities en persoonlijke bewegingsstijlen.


Het zal een reis voorbij woorden, huid en zelfs onze verbeelding worden, belooft de goochelaar in zwarte glitterbroek ons opgewonden. Het is alsof hij zijn nieuwste show aanprijst, en niet de choreografie BEYOND Seoul (2009), de eerste uitwisseling van Emio Greco en Pieter C. Scholten met dansers uit Azië in het kader van hun meerjarige, grensoverschrijdende project BEYOND.


Als een ceremoniemeester zet de goochelaar zijn collega-dansers ombeurten in de spotlights. De krachtige martial arts-man uit India en de jongen met zijn verfijnde Chinese klassieke dans, de zijdezachte Koreaanse en de kale Japanse met in zich de geheimzinnige beheerste orkaankracht van de butoh-dans.


Zo los voorgesteld is iedereen even exotisch. Of niet, wat je wilt. Ook de typische balletjongen die nog naar de macht van het Franse hof en de elegantie van de barok riekt, de Spanjaard die wat flamencopassie door zijn lijf laat stromen of zelfs de opvallende Italiaanse - hoogzwanger, als enige in het blauw - die weet wat een spinnenbeet uit Puglia kan veroorzaken. Het is een heerlijk luchtig begin van wat een hoogwaardig artistieke synergie van culturen, tradities en persoonlijke bewegingsstijlen zal worden.


In doorschijnende jurkjes en hemdjes, tegen een imposante wand van allemaal anders geweven gordijnen, gaan de acht dansers eerst nog solo, als in een hiphop-battle. Maar al gauw draait het niet meer om het individu en gaan de verschillen op in een zee van beweging. Zacht en sterk, strak en golvend, explosief en wervelend, gaan organisch samen in een choreografie waarin veelal unisono, met de hele groep tegelijk, wordt gedanst. Nu en dan steken herinneringen aan al die persoonlijke achtergronden de kop op, als citaten. Tuimelen over de vloer in lotushouding is een hele mooie.


Ook de eigen signatuur van Emio Greco blijft zichtbaar. In de als meerminnen golvende bovenlijven, die graag ook achterover hellen. Maar ook in de voeten die als een blinde de vloer aftasten of in de gestrekte balletposities van de benen met de armen juist ontspannen langs het lijf.


Veel choreografen zoeken tegenwoordig de dialoog met andere culturen (denk aan Sidi Larbi Cherkaoui, Akram Khan). Soms gaat het daarbij om het samen vinden van een nieuwe taal, soms om het gelijkwaardig tegenover elkaar plaatsen van verscheidenheid. Greco en Scholten zochten de versmelting zonder de eigenheid te verliezen. Dat is gewaagd en geslaagd, hoewel het stuk best nog iets meer solo's of explicietere confrontaties had kunnen hebben. BEYOND Seoul bewijst in elk geval dat internationale samenwerking een uitstekende impuls voor artistieke vernieuwing kan zijn.


Mirjam van der Linden


-------------------------


KLASSIEKE MUZIEK / Vivaldi * * *

Vivaldi door het Venice Baroque Orchestra. Midori Seiler en Romina Basso. . Concertgebouw Amsterdam, 30/5.

Het Venetiaans orkest heeft een reputatie van spetterende uitvoeringen, maar kwam in Amsterdam mat en voorzichtig over.


Ongetwijfeld zou een concert met alleen werken van Antonio Vivaldi (1678-1741) drie eeuwen geleden luisteraars van heinde en verre hebben getrokken. De priester en componist vergaarde bij leven wereldroem.


De verzameling van tien Vivaldi-werken die het Venice Baroque Orchestra maandag in het Amsterdamse Concertgebouw bracht, bleek minder aanlokkelijk. Deels was het te wijten aan de opbouw en de keuze van de in temperament gematigde stukken. Het programma met drie vioolconcerten, vijf aria's en twee concerti voor strijkers van Vivaldi werd een vale ketting van korte strijk- en zangstukjes.


Langzaam-snel, donker-licht, hard-zacht; een komen en gaan van de solisten Midori Seiler (viool) en Romina Basso (mezzosopraan) domineerde het concert. Daarbij kwam dat de topmusici van het Venice Baroque Orchestra zich op de vlakte hielden. Het gezelschap dat met een voorkeur voor Venetiaanse componisten een reputatie van spetterende uitvoeringen heeft te verdedigen, kwam vooral mat en voorzichtig over.


Het Vioolconcert in e klein, RV 278 vormde als type compositie én in vertolking een uitzondering. Het Largo is dramatisch, de langademige aanpak van de violiste Midori Seiler versterkte dat gevoel. Het slotdeel met spitsvondige lijntjes van alle strijkers fungeerde als oppepper: Seiler verleidde het clubje met heren en maar één dame tot een speelse en losse benadering.


De zangeres Romina Basso, die geregeld optreedt met het Venice Baroque Orchestra, kon helaas haar draai niet vinden. Haar stem leek instabiel en te klein voor de Grote Zaal. Sprankeling ontbrak. Alleen in Quanto magis generosa uit Juditha triumphans wist zij ontroering te creëren. Fraaie, warmbloedige soli van de concertmeester op zijn viola d'amore complementeerden het intieme moment.


In het Concerto voor strijkers, RV 157 sloeg de stemming om. De musici legden plotseling een actieve speelstijl aan de dag: frivole en feestelijke uitspattingen, heftige accenten en een fijne overpeinzing in het langzame middendeel. Niet spectaculair, wel zoals we Vivaldi's muziek kennen. Zo'n werk met extreme kanten, zoals pijlsnelle loopjes, rauwe randjes en hartverscheurende viooltonen, maken Vivaldi nog steeds tot een favoriete componist.


Lonneke Regter


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden