Kunstig pleidooi ***

Tauberbach is een knieval voor de schoonheid van het imperfecte.

Dans


Tauberbach van Les Ballets C. de la B., NTGent en Münchner Kammerspiele, regie: Alain Platel


5/2, Stadsschouwburg Amsterdam. Daar nog te zien: 7/2. Tournee: lesballetscdela.be


De voorstelling Platform naar de roman van Michel Houellebecq (NTGent, regie Johan Simons) begon met een enorme knal. Uit de nok van het theater kwam een karrenvracht aan kleding, kapotte meubels en grof vuil naar beneden denderen. Ineens was het podium een grote vuilnisbelt geworden. Dat overrompelende toneelbeeld symboliseerde het verval van de consumptiemaatschappij.


In tauberbach, een coproductie van NTGent, Münchner Kammerspiele en Les Ballets C. de la B., in regie van Alain Platel, ligt die puinhoop al voor aanvang op het podium. Bergen vol oude kleding, waarin vijf dansers en een actrice (Elsie de Brauw) bivakkeren. In deze anderhalf durende voorstelling zijn zij echter niet gedoemd aan decadentie ten onder te gaan, zoals in Platform, maar zoeken ze de vrijheid. Met vallen en opstaan. I'm fine! I'm happy here!, roepen ze steeds.


Elsie de Brauw vroeg Alain Platel of zij een keer met hem en zijn dansers mocht werken. Hij zei ja en vier maanden lang hebben ze aan deze productie gewerkt. Met twee inspiratiebronnen: de documentaire Estamira (over een Braziliaanse vrouw die er vrijwillig voor kiest op een vuilnisbelt te leven) en het kunstproject Tauber Bach, waarin muziek van Bach door doven wordt gezongen.


Dat klinkt allemaal nogal ingewikkeld en kunstig, en dat is het deels ook. Maar tegelijk is tauberbach ook een heel open voorstelling die de kijker gelegenheid biedt er zijn eigen fantasie op los te laten. Het eerste halfuur verloopt nogal stroef en ongewis. De Brauw dwaalt in die bergen kleding rond en zegt flarden onbegrijpelijke tekst, deels in een fantasietaal, alsof ze die vorm van communicatie heeft afgezworen. De dansers bewegen om haar heen, iedereen zoekt zijn plek of duikt weer onder. Daarna vloeien actrice en dansers geleidelijk aan steeds meer samen. De vuilnisbelt wordt een rommelzolder en kinderspeelplaats tegelijk, waarin de verkleedkist lijkt omgekieperd. Kleren aan, kleren uit. Er worden spelletjes gespeeld, trucjes uitgehaald, op stalen balken geklommen, ze smeren elkaar in met zwarte vingerverf.


Met veel Bachmuziek tussendoor, soms ingezet als sfeerbepalend tapijt voor de dansers, soms vervormd en door de doven in talloze klankkleuren gezongen. De dans is van de expressieve soort, die ondertussen Platels handelsmerk is geworden en hier virtuoos wordt uitgevoerd.


Tauberbach heeft geen duidelijke verhalende, dramatische structuur. Het is een open pleidooi voor levenslust. En een knieval voor de schoonheid van het imperfecte, zoals De Brauw zelf over dit project zei. De vuilnisbelt als zelfgekozen speelplaats en paradijs. Waarin je met de armen in de lucht op Bach kunt dansen en zingen, om tenslotte onomwonden eenzaam te zijn en toch de vrijheid te omarmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden