Kunsthaat, dat klinkt pas lelijk

Ik zal wel bevooroordeeld zijn. Ben tenslotte kind van een schrijver en een componiste en met de culturele paplepel grootgebracht. Toen ik zo oud was dat ik een uur m'n mond kon houden, nam mijn moeder me mee naar repetities. Ik luisterde naar atonale muziek die ik even gruwelijk moet hebben gevonden als de lieden die sinds kort op deze opiniepagina apentrots hun penibele afkeer ervan spuien. (Penibel, omdat ze de intolerantie van hun persoonlijke smaak schaamteloos etaleren.)

Nausicaa Marbe

Als kleuter die overigens alle zandbakken van Boekarest kende, leerde ik luisteren naar Myriam Marbe, Anatol Vieru, Aurel Stroe, Stefan Niculescu en de rest van de Roemeense avant-garde. Ik wende eraan, later ontdekte ik het plezier in nadenken over deze muziek. Als kind ging ik ook naar ballet, opera, toneel, film, galeries en musea. Dat was ons leven, in die kringen begaven zich onze vrienden, daar leek vrijheid geen verloren strijd.


Jazeker, de elite, dat waren wij. Maar ook weer niet de jaknikkende elite die socialistisch realisme fabriceerde. Mijn ouders wilden redden wat er te redden viel van de marxistisch-leninistische bijl. Met weinig vrijheid en karige subsidie hielden meer Oostbloklanden een boeiend cultureel leven in stand. Hoe schaarser de kunst, hoe groter het publiek. Stond je 's nachts in de rij voor vlees, werd er ineens gepraat over de nieuwste roman van Norman Manea: ook een zeldzaam consumptiegoed.


Mijn moeder sleepte me niet langs alle podia louter om de liefde voor kunst veilig te stellen. Deze Bildung kwam ook voort uit ouderlijke zorg. In een onveilig land wilde ze haar kind gelukkig zien. Ik moest de middelen leren vergaren om het leven in al zijn complexiteit te begrijpen, om stilstand in eentonigheid of culturele onmacht te vermijden. Kunst als reddingsboei, schokdemper, vrije ademruimte, verleiding en bron van mensenkennis - ik heb er veel aan gehad. Een aanrader voor elke ouder en leraar: benut het vermogen van kinderen zich te verwonderen. Dat kunnen ze behouden door kunstonderwijs.


Minder subsidie en een pittig kunstdebat zullen Nederland cultureel niet verarmen. Ook de kunstwereld wil, oog in oog met de denigrerende trombone-uitspraken van de PVV en de aangekondigde bezuinigingen, over verandering meedenken.


Maar wat ons cultureel wel kan nekken, is de groeiende vijandigheid jegens kunst en de hatelijke weergave van de kunstwereld als een wetteloos gebied waar profiteurs geld verkwanselen ten koste van de natie.


Let vooral op de klassenstrijdtermen van de bestrijders van de 'linkse hobby's': het proletariaat is vervangen door de hard werkende Nederlander die belasting betaalt voor kunstbedrog; de bourgeoisie (of uitbuitersklasse) is dat parasiterende zootje artiesten dat denkt vernieuwend te moeten zijn, terwijl het volk hunkert naar volkskunst.


De roep om vergelding komt dan al gauw. Weg met de kunstenaar als onbetrouwbaar sujet met ontaarde intenties, als handlanger van een elite die het nationale erfgoed sloopt. Dat beeld is zo absurd dat het op zichzelf al een fraai staaltje dadaïsme vormt.


Maar de kou slaat je om het hart als je Anouschka van Miltenburg (VVD) ziet, die het waagde de orkesten respijt te beloven en daarna teruggefloten is. Kennelijk. Want toen de Journaalcamera naderde, nam ze letterlijk de benen. Rennen maar, alsof ze doodsbenauwd was.


En wat te denken van componist John Borstlap die op de opiniesite van deze krant rept over 'destructiviteit van het staatsmodernisme' die ertoe leidt dat talentloze types 'in Nederland de kans krijgen glamour te stelen'? Conceptuele kunst, stelt Borstlap, is niet in staat 'het niveau van de samenleving' te verheffen. Hij wenst subsidie voor de 'tonale traditie' en de rest moet naar 'de vuilnisbelt van de geschiedenis.'


Toe maar. Met zulke kunstenaars heeft kunst geen vijanden meer nodig. Want erger dan de dichte geldkraan, is de rancune die nu woekert tegen kunststromingen die ineens als malafide of destructief gelden. De theoretici van de onverzoenlijke tweedeling tussen elite- en volkskunst, ontkennen uit politiek opportunisme de wisselwerking tussen genres en tradities.


Zo klinkt dus het verlangen naar een kunstpolitiek die lak heeft aan het open, internationale, fluctuerende, ontembare karakter van kunst. Iets zegt me dat dit lawaai oorverdovend zal worden. Extreem atonaal is het al, in de zin dat het lelijk uit de toon valt in een beschaving die artistieke vrijheid kent.


Nausicaa Marbe is schrijfster.


vk.nl/columnisten


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden