Kunstguerrillero's

De tsunami in Japan heeft de kunst voorgoed veranderd. Weg is de schattige manga. Wat kwam ervoor terug?

DOOR SACHA BRONWASSER

Het licht gaat plotseling uit. Net keken we nog naar een zorgvuldig uitgelichte wortelkluit in een vitrine - kronkelige wortels met ragfijne haartjes eraan. Nu is het pikdonker in het kleine, vers geschilderde hokje. De Japanse kunstenares Junko Kido blijft doodstil naast me staan. 'Eh...', begin ik, maar tolk Makiko Shinonda zegt: 'Wait.'

Na 10, 20 seconden begint er een tekening op te gloeien op de grond, gemaakt van fosforescerend materiaal. Op de grond ligt een vlekkenpatroon, alsof de maan op een heldere nacht door gebladerte op de bosgrond schijnt. Sprookjesachtig.

Op de tentoonstelling 'Now Japan' in kunsthal KAdE worden veel ideeën over kunst uit Japan bevestigd. Ja, het werk is van een ongelooflijke technische inventiviteit en verfijning. Ja, de rust en precisie kun je als zen betitelen. Ja, er duiken ook veel schattige stripfiguurtjes op. En ja, soms is het zo subtiel dat je de adem inhoudt. Zie ik dat echt? Zijn daar uit de losgetrokken draden van gekleurde badhanddoeken complete hoogspanningsmasten en torens gebouwd (werk van Takahiro Iwasaki)? Welke elfenvingers kúnnen dat?

Maar er is meer - en daar was het kunsthal KAdE om te doen. De Japanse kunstenaars in 'Now Japan', van wie een flink deel vorige week in Amerfoort was om hun werk op te stellen, laten een nog veel gevarieerder palet aan nieuwe Japanse kunst zien. Precies wat de samenstellers hoopten, toen ze twee jaar geleden op zoek gingen naar de stand van zaken, naar nieuwe posities binnen de Japanse kunst.

Die had op dat moment vooral twee gezichten. Aan de ene kant de verfijning en de balans. Aan de andere kant de 'Superflat'-stijl van voorman Takashi Murakami, zo genoemd naar een tentoonstelling die hij in 2000 organiseerde. De superplatte, op manga- en anime-esthethiek gebaseerde 'kawaii' (schattig)-wereld is sinds het ontstaan als een soort nieuwe nationale stijl gaan gelden, mede door aanzwengeling van nationale cultuurorganisaties. Kunst die zich kritisch over de maatschappij uitliet, leek afwezig.

Maar de nieuwsgierigheid van KAdE viel onverwacht samen met de grootste recente ramp in Japan, de aardbeving en de tsunami op 11 maart 2011 en de daaropvolgende nucleaire ramp in Fukushima.

Dat veranderde alles. De ramp bracht verdriet en pijnlijke herinneringen aan Hiroshima en Nagasaki naar boven. Na enkele maanden begon er - voor het eerst - scherpe kritiek op de lakse en met de feiten sjoemelende overheid te klinken. 'De overheid is niet te vertrouwen', staat in kleine letters op de binnenkant van een fijntjes volgetekende tent van Sakaya Abe te lezen. 'Dat was, zo hoorde ik van de Japanners die ik sprak, de meest ontluisterende ontdekking na Fukushima', zegt curator en KAdE -directeur Robbert Roos. 'Dat de overheid faalde en loog.' Kritiek op de samenleving, die was er al eerder. Vaker ludiek dan scherp, maar toch.

'Dit is Super Rat', zegt Ryuta Ushiaro, één van de leden van de kunstenaarsgroep ChimPom. Met zijn grote gekleurde gymschoenen en hoedje lijkt Ushiaro zelf weggelopen uit een strip. Hij laat me een opgezette rat zien, geel gespoten en voorzien van rode stippen op zijn wangetjes - inderdaad, het Pikachufiguurtje van Pokémon in rattengedaante. 'Als groep komen wij uit Shibuya, de uitgaanswijk in Tokyo. De ratten daar zijn resistent geworden tegen alle verdelgingsmiddelen, door de giftige gassen en het vuil van de stad. Het rattenbestrijdingsbedrijf noemt ze 'superratten'.

En ja, het rijmde natuurlijk mooi op 'Superflat'. Hij grijnst. 'Maar daar hebben wij niks op tegen hoor.'

In 2011, na de ramp met de kernreactor in Fukushima, heeft ChimPom (de naam is slang voor penis, lees ik later) zich van vrolijke kunstguerrilla tot artistieke welzijnswerkers ontwikkeld. Na de ramp deden de leden vrijwilligerswerk in het besmette gebied. 'We dachten eerst: onze kunst is nu nutteloos', zegt Ushiaro 'Maar het is het enige wat we kunnen. We zijn het gaan gebruiken als een empowerment tool.'

ChimPom maakten onder andere het videowerk 100 Cheers met tien lokale jongeren. Die schreeuwen, in een geïmproviseerde sessie midden in de post tsunamipuinhoop in de stad Soma nabij Fukushima, steeds uitzinniger optimistische leuzen. 'Kom op Japan!', begint het. Maar ook: 'Ik wil calamari eten!' En: 'Ik wil je vriendje zijn!' En: 'Wij zijn ongeslagen!'

Bij anderen is de ramp geen onderwerp, maar ver weg is ze nooit. Shinji Ohmaki werkt al jaren met traditionele kimonomotieven, die hij met los pigment in sjablonen neerstrooit. 'Na de ramp', legt hij uit, 'maakte ik ze niet meer in kleur. Alleen nog in zwart en grijs, als een schaduw van wat het was.'

De kunstenaar Kito Kengo, die op de begane grond een grote installatie met aan elkaar genaaide sjaals heeft opgesteld, zegt juist dat hij niet anders is gaan werken. 'Toch is het anders. Alles wordt anders begrepen', zegt hij. Niet alleen Japanners, maar ook anderen zien nu zijn zee van stof, hier gedrapeerd over een staketsel van stokken, als een verwijzing naar woeste golven, of naar tentenkampen voor ontheemden. 'Dat accepteer ik', zegt hij.

Ertegenover hangt het delicate papierwerk van zijn vrouw Kei Takemura. Sinds 2000 woont het stel in Berlijn. Hij heeft een aantal opgezette vogels in zijn installatie verwerkt, zij borduurt een grote palmboom (een voor Japan exotische boom) op een flinterdunne voile. 'Sinds ik in Duitsland woon, is de natuur dichterbij gekomen', zegt Kengo. 'Japan is een artificieel land. Onze hele opvatting van natuur is uiterst kunstmatig. Dat heb ik pas daarbuiten leren zien.'

'Onze opvatting van natuur bestaat voor een groot gedeelte uit angst', preciseert Kei Takemura. 'Al sinds 2004 zijn er steeds kleine aardbevingen geweest. We wisten dat het er, historisch gezien, weer 'tijd voor was'. Japanners leven in een constante angst voor natuurkrachten. Als reactie daarop proberen ze die te beheersen.'

Op een andere video van Chim Pom hijst de groep illegaal een witte vlag op een heuvel nabij de kernreactor. In plaats van de Japanse rode zon schilderen ze er de radioactieve propeller op. 'Wij zijn kritisch, maar niet gedemotiveerd', wil Ushiaro benadrukken, zijn vinger priemend in de lucht. 'We hebben gemerkt hoe enorm veerkrachtig iedereen is. Daarom hebben we in 2011 nóg een Super Rat gemaakt, nu als ode aan de Japanse bevolking. Wij evolueren. Wij overleven alles.'

Finger Pointing Worker

De autoriteiten in Japan zijn op zoek naar de 'Finger Pointing Worker'. Een kunstenaar die anoniem wil blijven ontdekte dat er een live streaming webcam gericht stond op de verwoeste kerncentrale in Fukushima. Hij trad na de ramp in dienst, posteerde zich in beschermende kleding voor de camera en richtte vijftien minuten lang een beschuldigende vinger op de camera van Tepco. Het bedrijf hield en houdt (samen met de overheid) stelselmatig informatie achter over de gevolgen en gevaren van de nucleaire ramp. De actie lijkt heel bescheiden, maar dergelijk openlijk protest is in Japan ongehoord.

Now Japan, KAdE Amersfoort. T/m 2/2/2014

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden