Kunstgras in de polder

In zijn tochten langs de amateurvoetbalvelden zag Hans van der Meer het weiland verdwijnen en het kunstgras komen. Wat blijft zijn de verhalen.

W eilanden spelen een belangrijke rol in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal. Misschien lijkt het levenloze kunstgras juist daarom zo weinig op zijn plaats tussen de sappige graslanden van onze polders.


Op zoek naar oorspronkelijke Hollandse velden belandde ik midden jaren negentig in Friesland. Ik reed een dorp binnen en passeerde een terrein waar op dat moment een wedstrijd werd gespeeld. Achter het verre doel bevond zich een sloot met een rijtje kale bomen en verderop lag een stolpboerderij. Naast een groen geverfde houten kantine wapperde een Friese vlag. Een eenvoudige entourage, uit een tijd vóór het gemeentelijke sportpark. Men richtte in het plaatselijke café een voetbalclub op en vroeg aan een behulpzame boer of er op zijn weiland gespeeld mocht worden. Op wedstrijddagen werden dan de koeien of schapen er vanaf gejaagd. Op die manier zijn na de oorlog heel wat amateurclubs van start gegaan.


Tijdens de rust meldde ik me in de kantine. Ik schudde de voorzitter de hand en kreeg een kop koffie aangeboden in de bestuurskamer. Daar zaten een stuk of zes mannen op leeftijd rond een tafel bijeen.


'Je moet volgend jaar terugkomen', zei de voorzitter. 'Dan spelen we op een gloednieuw sportcomplex aan de andere kant van het dorp.'


Ik keek door een raam naar het bijveld en zei: Was dat vroeger het hoofdveld? Meteen kwamen de verhalen over het 'oude veld' bij de oud-spelers naar boven. Ze vertelden over legendarische wedstijden met bizarre doelpunten, het ene verhaal nog sterker dan het andere. De opgeroepen beelden werden om beurten aangevuld met hilarische details en droge opmerkingen.


Terwijl de spelers alweer het veld opkwamen vroeg ik aan de voorzitter: Heeft uw vader daar nog gespeeld? Aan zijn ogen meende ik te zien dat hij al spijt voelde over de aanstaande verhuizing.


In de jaren zestig verplaatst het amateurvoetbal zich van het weiland naar de gemeentelijke voorziening. Door het hele land worden bij nieuwbouwwijken eenvormige sportcomplexen aangelegd, met overal dezelfde bosjes rond het veld.


De tweede grote verandering voltrekt zich nu: de natuurlijke grasmat wordt steeds vaker ingeruild voor het praktische kunstgras. Vooral bij amateurverenigingen.


En dat is niet alleen omdat de gemeenten goedkoper uit zijn. Veel amateurvoetballers vinden de voordelen opwegen tegen de nadelen. Een voetballer wil namelijk maar één ding: spelen. Dat was niet anders toen er bij boeren werd aangeklopt om te vragen of er op hun land kon worden gevoetbald. Om diezelfde reden rukt het kunstgrasveld op, ook bij die paar verenigingen die niet waren verhuisd naar de andere kant van het dorp en nog tussen de weilanden voetballen. Kaal getrapte strafschopgebieden waar toeval een geduchte rol kon spelen, worden ingeruild voor glad tapijt met kaarsrechte strepen, dat geen excuus meer toelaat.


Maar de verhalen zullen altijd blijven, op wat voor veld er ook gespeeld wordt. Het voetbal overleeft vooral dankzij de verbeeldingskracht van zijn beoefenaar. Ook al speelt die tussen koeien en knotwilgen, zijn acties zijn briljant en juichen doet hij voor volle tribunes. Nergens is de discrepantie tussen de realiteit en de beleving ervan groter dan in het amateurvoetbal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.