Kunstexpeditie in oude fabriek

In de hallen van de Maastrichtse Timmerfabriek kunnen bezoekers dolen door de jonge, onbekende kunstcollectie van het Franse fonds FRAC Nord-Pas de Calais.

Hoeveel smaken kan een relatief jonge, museale kunstcollectie hebben? Veel, blijkt in de Timmerfabriek in Maastricht, waar een grote overzichtstentoonstelling is te zien van de bij ons vrijwel onbekende kunstcollectie van het FRAC Nord-Pas de Calais. Die collectie, in de jaren tachtig van de vorige eeuw samengesteld, waaiert uiteen van kritisch en breed geëngageerd, tot apolitiek met louter de kunst in de hoofdrol.


Wat dat laatste betreft is het adembenemend om in deze onrustige tijden, waarin beurscrises, hongersnood en oorlogsgeweld kunstenaars nogal eens aanzetten tot zwaarbeladen apocalyptische visioenen, oog in oog te staan met Blue Sail (1965) van de Duitse Hans Haacke (1936). Blue Sail bestaat uit slechts een blauw, voile-achtig doek en een ventilator. Met deze eenvoudige middelen veroorzaakt Haacke, die vooral bekend werd met zijn latere maatschappij- en kunstkritische praktijk, zo'n elegant en minimaal gewapper, waarbij het doek net anders bolt en holt dan verwacht, dat je uren in de beweging kunt zwelgen. Het werk is een van de vele hoogtepunten van de tentoonstelling.


Hoe anders is daarbij vergeleken het videowerk Painter (1995) van de Amerikaanse rasprovocateur Paul McCarthy, bigger than life geprojecteerd in een zaaltje met sleetse, stenen muren. Voorzien van een absurdistisch masker met grote neus, kwakt McCarthy verf uit gigantische tubes tegen het doek, kakt in een hoek van zijn studio, trekt schilderijen van de muur en drijft zijn galeriehoudster tot waanzin. Op zijn gebruikelijke, hilarische manier maakt de westcoast-kunstenaar korte metten met het cliché van de artiest als asociale woesteling, die met elke scheet bergen geld verdient.


De uitersten tekenen de brede blik van het FRAC Nord-Pas de Calais, een van de 22 Franse regionale fondsen voor hedendaagse kunst (Fonds Régional d'Art Contemporain). Deze jaloersmakende instellingen zijn in de crisisjaren tachtig opgericht. Ze begonnen met verzamelen op initiatief van toenmalig Cultuurminister Jack Lang. Die vond dat kunst geen dure hobby is, maar noodzakelijk voor de sociale en economische ontwikkeling van de regio's.


Van alle fondsen heeft het FRAC Nord-Pas de Calais een van de toonaangevendste verzamelingen bijeengebracht, op westerse modernistische leest geschoeid, met veel verwijzingen naar de Amerikaanse naoorlogse bloeiperiode met zijn abstract-expressionistische schilderkunst en minimalisme. Chinese en andere niet-westerse kunst ontbreekt geheel, maar binnen dat stramien is de collectie verrassend veelzijdig, met talrijke dwarsverbanden en naast beeldende kunst ook design.


De behuizing voor de collectie in Duinkerken is pas in 2013 klaar. Daarom nodigde Guus Beumer - directeur van de Maastrichtse cultuurinstellingen NAiM/Bureau Europa en Marres en curator van het huidige Nederlands paviljoen van de Biënnale van Venetië - FRAC-directeur Hilde Teerlinck uit om in Maastricht haar grootste overzicht ooit te tonen, Out of storage, vanuit het depot.


Het overzicht is een paradijs voor kunstliefhebbers. Het ontleent zijn aantrekkingskracht voor een deel aan de collectie zelf. Die bevat werk van vele internationale grootheden, van Sol LeWitt tot Gordon Matta Clark en van Blinky Palermo tot Maurizio Cattelan, maar ook vrijwel onbekende en nooit eerder getoonde werken. Nederlandse topwerken zijn eveneens ruimschoots aanwezig.


Zo heeft het FRAC Nord-Pas de Calais de hand weten te leggen op Respect , de video-installatie die Erik van Lieshout namens Nederland presenteerde op de Biënnale van Venetië in 2003. Hierin begeeft Van Lieshout zich in zijn woonplaats Rotterdam-Zuid tussen de Marokkaanse jongeren om een homovriend te zoeken voor broer Bart. Al grappend en grollens voelt hij de grimmigheid van het huidige tijdperk goed aan, en brengt hij die zo goed in beeld, dat het een van de sleutelwerken is uit de Nederlandse kunstgeschiedenis.


Ook van Daan van Golden zijn een paar belangrijke werken aangekocht, waaronder de pastelkleurige fotoserie Youth is an art (1978/1998). Daarin volgt hij de transformatie van zijn dochter - van baby tot volwassene - en overrompelt en confronteert de bezoeker met het eigen verouderingsproces.


Van even groot belang om de tentoonstelling te ervaren, zijn de ruimten waarin de kunst wordt getoond, en de manier van presenteren.


Out of storage is de eerste en misschien ook de laatste tentoonstelling in de onlangs gerenoveerde Timmerfabriek. Dit complex moet uitgroeien tot het culturele hart van de nieuwe woonwijk Belvédère, met film-, muziek- en theaterzalen. De fabrieksruimtes, van door het verleden getekende hallen met gepokte, rauwe muren tot een labyrint van statige directiekamers met visgraatparket, zijn een belevenis op zich. De Onderzeebootloods in Rotterdam en het fabriekscomplex van de Twente Biënnale in Hengelo lieten eerder zien dat het goed werkt om moderne kunst te tonen in oude hallen en fabrieken. Je vraagt je daarom af waarom niet meer musea uit hun witte, steriele zalen komen - de kunst wordt er op slag avontuurlijker en minder heilig van.


Daarnaast spelen de tentoonstellingsmakers in Maastricht in op veranderende behoeften van het publiek, een noodzakelijk experiment. Met verschillende routes en een in september wisselende opstelling wordt het publiek uitgenodigd om kortere bezoeken af te leggen en steeds nieuwe ontdekkingen te doen, in plaats van eenmalig museumbezoek.


De routes zijn thematisch en inhoudelijk opgezet, wat prikkelt tot beter kijken. Er is een highlight-route, de zogenaamde fifteen-minute walk of fame, een flitsbezoek langs hoogtepunten, maar er zijn ook een familieroute en een literaire route. Die laatste voert langs talige, filosofisch of poëtisch georiënteerde kunst.


Ronduit prettig is dat de bezoeker de keuze heeft om gebruik te maken van zo'n route - hij kan voor hetzelfde geld op eigen houtje rondzwerven. Een nadeel is dat de routes duidelijke plattegronden ontberen en lastig zijn te vinden. Verder is de informatie bij de werken in de tentoonstelling, zelfs in de routes, summier, om niet te zeggen belabberd. Dat is te gemakzuchtig.


Wie het publiek serieus neemt, komt niet meer weg met gebrekkige kunsthistorische informatie, of met louter een naam en een titel van een kunstwerk. Die zal, zoals directeur van het Gemeentemuseum Den Haag Benno Tempel bepleit, de nieuwsgierigheid van gewone mensen moeten prikkelen met meer uitleg en op zoek moeten naar andersoortige verhalen.


Het is ook jammer dat werken uit de collectie van sponsor H+F dwars door de FRAC-collectie zijn gemengd. Hoe belangrijk deze mecenas ook is, de menging wekt verwarring en belangenverstrengeling in de hand.


Naast het decor en de routes veroorzaakt de groepsgewijze, losjes thematisch of vormgerichte opstelling het vanzelfsprekende plezier van een ontdekkingsreis, waarbij de bezoeker van de ene gedachte, associatie, contradictie en belevenis in de andere terechtkomt. Daarbij geldt Sol LeWitts motto 'Geen enkele vorm is inherent superieur of inferieur' als uitgangspunt.


Zo switcht de bezoeker in een handomdraai van de emotieloze rationele variaties op een kubusstructuur van de Amerikaanse minimalist Sol LeWitt (Five open Geometric Structures and their Combinations, 1978-1979) naar de naastgelegen spiegelkubus van de Nederlander Marc Bijl. Die kan met zijn soortgelijke vorm en met het bovengenoemde motto van LeWitt in graffiti geïncorporeerd worden opgevat als een ode aan deze voorvader, maar heeft tegelijk een totaal andere betekenis. Bijls Fundamentality VI (2008) verwijst direct naar de Ka'aba, het kubusvormige heiligdom in de Grote Moskee van Mekka, waarnaar iedere moslim, indien mogelijk, eens in zijn leven op bedevaart gaat. Hij zet daarmee de verhouding tussen westerse en moslimcultuur op scherp.


De kubus van Bijl is slechts drie stappen verwijderd van Blick (1987) van de Duitse Isa Genzken, een zelfmoordopwekkend kubushuis zonder nooduitgang, waar vandaan het vijf stappen lopen is naar de Amerikaanse performance- en installatiekunstenaar Vito Acconci. Die beoogt met zijn buitenboordmodel bh op licht ondeugende wijze het tegenovergestelde van Genzken, namelijk de bezoeker een behaaglijk, baarmoederlijk gevoel bieden.


In een andere groepsopstelling en vormenspel switcht de bezoeker van hoogstaand design, waarop nieuwe generaties ontwerpers en kunstenaars vrij en lustig voortborduren, naar ordinaire plastic Hartman-stoelen. Zoals het Zweedse Superflex en de Nederlandse Barbara Visser van fabrieksmatig design weer unica maken door ze met de figuurzaag of met een stanleymes te bewerken, zo verlost de Catalaanse Marti Guixé de Hartman-stoel uit zijn goedkope massabestaan door elk exemplaar te beschilderen met kostbaar goud of met unieke graffiti.


Mooi toont dit collectie-overzicht dat kunst voortdurend in gesprek is met andere kunst uit heden en verleden, en met de bezoekers. In Maastricht is de kunst geen opeenstapeling van doodlopende stromingen uit een lesboek, maar een organisme, dat afhankelijk van plek, tijd en samenstelling voortdurend nieuwe vormen, verbanden en betekenissen kan aannemen. Die levendigheid is een voorbeeld voor andere Nederlandse musea met dromen van een permanent collectie-overzicht.


Out of Storage, Provisoire & Définitif, t/m 18.12, in De Timmerfabriek, Maastricht. Zie voor het sideprogramma www.outofstorage.nl. In september wisselt de opstelling.

Hoogtepunt

Blue Sail (1965) van de Duitse kunstenaar Hans Haacke is een adembenemend werk van de tentoonstelling in Maastricht. De installatie met blauw doek en een ventilator (zie foto rechts) is ook te zien op videokanaal YouTube. Omdat de beweging tegengesteld is aan de verwachting, blijf je kijken. Foto Florian Kleinefenn / Pictoright


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden