'Kunstenaarskinderen zijn erfelijk belaast

Haar vader heeft thuis een groter archief van haar werk dan zijzelf. Maar zich écht bemoeien met elkaars werk, dat doen Waldemar en Liza May Post niet....

De periode staat, zo'n twintig jaar later, nog steeds in haar geheugen gegrift. Achttien was ze, en bezig aan een eindpresentatie voor school. De huiskamer lag bedolven onder de knipsels, en er was geen plaats meer om te eten. Dat gaf niet. Want boven haar, in zijn atelier, zat iemand die helemaal geen tijd had om te koken: haar vader, ook bezig aan een opdracht. Het was de eerste keer dat ze ervoer hoe het was om kunstenaar te zijn. 'We waren zo gefocust allebei, voor mij werkte dat heel stimulerend.'

Toch zou het nog vier jaar duren voordat beeldend kunstenaar Liza May Post (1965) naar de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam 'durfde'. De academie waar haar vader, Waldemar Post (1936), illustrator en grafisch ontwerper, toen nog lesgaf. Al was dat laatste, denkt ze, niet de reden dat ze zo lang heeft geaarzeld. 'Ik wist gewoon écht niet wat ik wilde.' Ook eenmaal op de kunstacademie wist ze niet welke kant ze op moest gaan. Uiteindelijk werd het de audiovisuele afdeling.

'Ik vond het niet erg dat mijn vader lesgaf op de Rietveld', zegt Liza. Ze kwamen elkaar, voordat zijn afdeling in 1990 werd opgeheven en hij nog sporadisch de academie bezocht, maar heel af en toe op de trap tegen. Waldemar, die naast haar aan tafel zit, knikt. 'Dat was juist goed,' vindt hij. Zijn dochter moest haar eigen gang kunnen gaan.

Pas bij haar eindexamen kwam Liza erachter dat sommige docenten haar al langer kenden dan ze dacht. 'Toen zei de directeur van de school ineens: ik heb jou nog vastgehouden toen je een baby was.'

Waldemar lacht: 'Dat was Simon den Hartog. Die zegt nog steeds tegen mij: wat zul jij trots zijn op je dochter! Élke keer als ik hem tegenkom.' Is hij dat dan niet? Glimlachend: 'Jazéker.'

Ze volgen elkaar. Waldemar werkte vanaf 1957 tot nu afwisselend als freelancer en als vaste kracht bij de Volkskrant, waar hij onder andere toneeltekenaar was en verantwoordelijkheid droeg voor de algehele vormgeving van de krant. De laatste tijd maakt hij ook grote kleurige tekeningen voor het omslag van HP/De Tijd. En Liza werd begin jaren negentig bekend met haar verstilde en gestileerde foto's en videowerken en vertegenwoordigde in 2001 Nederland op de Biënnale in Venetië. Waldemar heeft thuis een archief over Liza's werk. 'Een groter archief dan ikzelf heb', zegt Liza. Maar zich echt bemoei ¿ en met elkaars werk – nee, dat doen ze niet.

'Niet uit angst, hoor. Dat is zo gegroeid,' zegt Liza. 'Het kán altijd nog.' Waldemar aarzelt. Zou hij het durven zeggen als hij Liza's werk maar niets vond? 'Ik vraag het me af. Gelukkig komt dat nooit voor. In zo'n geval moet je heel diplomatiek te werk gaan. Dan zeg je bijvoorbeeld: wat mooi ingelijst.'

Eerder betrekt Waldemar het op zichzelf als hij het werk van zijn dochter niet helemaal begrijpt. 'Daar ben ik te dom voor, denk ik dan', zegt hij bescheiden. Hij let voornamelijk op de beeldende kwaliteit. En di ¿ e is in het werk van zijn dochter volop aanwezig, vindt hij. 'Bij veel van Liza's foto's denk ik: zó'n beeld, dat zou ik nou wel gemaakt willen hebben.'

Hun werk is bijna niet met elkaar te vergelijken. Toch ziet Waldemar overeenkomsten. 'Ik ben in mijn tekeningen altijd erg bezig geweest met de eenvoud, de verstilling. Dat zit ook in Liza's werk, vooral in het begin, toen er nog weinig mensen in voorkwamen.' Liza herkent op haar beurt het werken binnen een kader. 'En ook mijn broer Nils, die is cameraman, heeft in zijn werk voortdurend met een kader te maken.' Waldemar: 'Die kinderen zijn erfelijk belast. Het heeft natuurlijk invloed op je als thuis altijd iemand creatief bezig is.' Liza knikt. Haar vaders contacten met andere kunstenaars, en de periode dat het gezin in Londen woonde (aan het begin van de jaren zeventig) omdat Waldemar daar de huisstijl van Madame Tussaud ontwierp, hebben veel indruk op haar gemaakt. 'De invloed die mijn vader op mij heeft gehad gaat veel verder dan alleen het feit dat ik hem in zijn atelier zag zitten werken.'

Vindt Waldemar het toch niet jammer dat Liza niet is gaan tekenen? Waldemar lacht. 'Nee hoor. Mijn dochter – dat kan ik nu wel zeggen – is niet bepaald een begenadigd tekenares.' Liza proest het uit: 'Absolúút niet!' Pas toen ze ging fotograferen, openbaarde zich haar talent. Waldemar: 'Er zat vaak een gek idee achter die foto's. Zoals dat zelfportret met de snor van Groucho Marx, daar sprak een visie uit.'

Hij heeft haar nooit gewaarschuwd voor het kunstenaarsschap, was eigenlijk wel blij dat ze die kant op ging. 'Maar ik vond het natuurlijk ook fijn dat ze iets gevonden had waar ze gelukkig mee was, net zoals ik dat had.' En wat zal Liza, op dit moment hoogzwanger van haar eerste kind, zeggen als dat kind over achttien jaar ook kunstenaar wil worden? 'Ten strengste verboden!', roept ze lachend. 'Neehoor, dat is een grapje. Het belangrijkste is inderdaad dat iemand gelukkig wordt.'

Waldemar, glunderend: 'Maar waarschijnlijk kán dat kind niets anders.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden