'Kunstenaars zijn geen therapeuten'

ACHTERGROND..

AMSTERDAM In de tuin van het zorgcentrum In het Zomerpark in Nieuw Vennep staan sinds vorig jaar vier roestige sculpturen van Rob Birza. Ze vormen bronnen van speculatie onder de dementerende bewoners. Is dat een koffiekan? Een fluitketel, misschien?

Volgens Marianne Straks, directeur vastgoed van de zorginstelling Cordaan (met zo’n honderd vestigingen in Amsterdam en omgeving), was dat precies het beoogde effect. ‘Het werk prikkelt. De bewoners hebben het erover. Ze denken erover na. Ze worden – hoe zal ik het zeggen – er een beetje meer mens van.’

Birza’s Out of Season, Out of Order, geïnspireerd op de ingepakte beelden in winters Versailles, markeert met enkele andere werken het einde van een serie kunstprojecten bij nieuwe instellingen in de gezondheidszorg. Onder de vleugels van de Stichting Kunst en Openbare Ruimte (voorheen het Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten) zijn vanaf 1984 in 25 jaar meer dan 350 objecten gerealiseerd bij medische centra, tehuizen en klinieken. Met de komst van de Zorgwet verdween in 2006 de subsidiemogelijkheid voor kunst bij nieuwbouw; een aantal projecten loopt nog, de SKOR houdt de deur open voor goed onderbouwde aanvragen.

De stichting presenteert vanmiddag een initiatief om de regeling een vervolg te geven: de komst van een collectie die kan gaan circuleren onder zorginstellingen, met zowel nieuwe als bestaande objecten. De werken hoeven volgens de SKOR niet alleen maar voorbehouden te zijn aan cliënten, personeel of bezoekers. Ze zouden ook in musea kunnen staan. Vandaag verschijnt ook de publicatie met een terugblik, De Collectie, 25 jaar kunstprojecten in zorginstellingen 1985-2009.

De animo een nieuw pand aan te kleden met kunst is altijd vrij groot geweest, stelt senior curator Tom van Gestel van de SKOR. Verfraaiing is niet de enige drijfveer. ‘Er heerst een zeker wensdenken: de overtuiging dat een prettige omgeving en afleiding bijdragen aan het genezingsproces.’ Zelf is hij daar wat sceptisch over. ‘Kunstenaars zijn geen therapeuten. Om iemand beter te maken heb je toch echt artsen en verplegers nodig.’

Kunstenaars zijn gaandeweg steeds meer betrokken geraakt bij de instellingen waarvoor ze werkten. In plaats van een abstract beeld bij de entree en een uitwisselbaar schilderij in de gang kwamen er complete installaties en langdurige projecten van de grond. Lino Hellings en Yvonne Dröge Wendel probeerden eerst een viltworkshop voor de bewoners van De Bieslandhof in Delft, maar ontdekten dat die niet op zoek waren naar activiteiten, maar naar rust. De kunstenaars maakten daarop een treincoupé, met schermen waarop polderland voorbij trekt. Thadashi Kawamata liet verslaafden van de Brijderkliniek in Alkmaar een houten pad door de polder naar de stad aanleggen, zo konden ze tenminste terug de bewoonde wereld in. Ze zijn er twee jaar mee bezig geweest.

Curator Van Gestel: ‘Kunstenaars moeten natuurlijk goed weten wie hun opdrachtgever is. Het maakt nogal verschil of je iets maakt voor het OLVG in Amsterdam, of een streekziekenhuis in Almelo. Moet het gaan over geschiedenis, religie, landschap? En voor wie doe je het? De bewoners, het personeel, de bezoekers? De conclusie kon een enkele keer ook zijn: doe maar niks.’

Zeer geslaagde vormen volgens Van Gestel: de portretten van bewoners en medewerkers die Marlene Dumas in de psychiatrische kliniek ’t Hooghuys in Etten-Leur schilderde, en de beeldengroep van Juan Muñoz voor de Reinier van Arkel groep in Den Bosch, gebaseerd op een oude foto van korfballers uit het archief van de GGZ-kliniek. ‘Het zijn heel intense werken. Iedereen die er langs loopt, heeft het erover.’ Mooi meegenomen: ‘In Etten-Leur hebben ze nu een grote collectie Dumas.’

Maar soms smoorde het idee in de praktijk. Stephen Shanabrook bracht in het Amsterdamse Dr. Sarphatihuis heen en weer bewegende pendels aan. Zodra die stilhielden, konden bewoners met een koptelefoon naar verhalen luisteren die op band waren opgenomen. Maar de hulp van het personeel verwaterde, waarmee ook het concept ten onder ging.

Ook buitenstaanders lieten van zich horen. Zo stuitte een naakte arbeider in plexiglas van Paul Vendel bij een instelling in Sint Maartensdijk op protest van omwonenden. Het object staat nu op het Cordaan-woonzorgcentrum Berkenstede in Diemen. Het bronzen mannetje van Ilya en Emilia Kabakov dat hoog op de ladders uittorent boven het dak van de psychiatrische Mentrumkliniek in Amsterdam en naar boven reikt, zou volgens buurtbewoners aanzetten tot suïcide.

Het was de cliëntenraad van de zorgorganisatie Arkin die voor de kunst in de bres sprong. Voorzitter Naomi de Rooy: ‘Cliënten zagen How to meet an angel meer als Spiderman, Superman of als een Stairway to Heaven. En ook al zou iemand een associatie met suïcide hebben gemaakt, dan biedt dat juist aanknopingspunten om erover te gaan praten. Je ziet het wel vaker dat omwonenden voor cliënten denken, in plaats van met ze te praten.’

Niet alles laat zich tot in alle mogelijk effecten regisseren. Een heuvel vol beplanting van Machteld van Buren bij de stichting ’s Heeren Loo Opmaat in Bedum bleek een doelwit van een vandaal. Een door faalangst geplaagde bewoner sloeg herhaaldelijk keramiek dat in het project als oriëntatiepunt diende kapot; als betrokkene bij de aanleg was hij van opvatting dat hij als kunstenaar tekort was geschoten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden