Kunstenaars en opiniemakers verdienen speciale bescherming

De vrije meningsuiting van kunstenaars en opiniemakers moet juridisch en fysiek worden gewaarborgd, betoogt Afshin Ellian...

‘Niet het westerse recht op vrije meningsuiting, maar het humanistische ideaal van het wereldburgerschap en de universele redelijkheid vormen het kader waarbinnen de dialoog tussen de Occident en de Oriënt mogelijk wordt.’ Geen vrijheid van meningsuiting dus, maar universele redelijkheid. Maar hoe komen we zonder vrijheid tot een gedeelde redelijkheid? Van wie is deze uitspraak eigenlijk? De opperimam van Mekka? De Iraanse president Ahmadinejad? Dat zijn immers vertegenwoordigers van stromingen die geen kritische dialoog willen, geen cartoon maar respect, geen moeilijke vragen maar eerbiediging van de politieke islam.

Toch is deze uitspraak niet van hen afkomstig, maar van Martien Schreurs namens het humanisme (Forum, 26 april). Het zijn niet de moslims, maar de ‘redelijke’ Europeanen die de poorten van de liberale rechtsstaat willen openzetten voor de islamitische terroristen. Of zijn ze toch naïvisten, ‘Biedermannen’ die per ongeluk de islamisten, de brandstichters, van lucifers willen voorzien?

Daarentegen begint de PvdA het belang van de vrije meningsuiting te begrijpen. Aleid Wolfsen bepleitte in Buitenhof van 8 april een aparte juridische status voor kunstenaars en opiniemakers in het kader van de vrijheid van meningsuiting. Dit is heuglijk nieuws. Wolfsen vindt terecht dat ‘leden van de Tweede Kamer vanwege het belang voor de samenleving een aparte status hebben: ze zijn onbereikbaar voor het strafrecht. In de Tweede Kamer kun je alles zeggen. Dat is zeer belangrijk voor de democratie. Maar de samenleving heeft ook belang bij critici die voor de volle 100 procent het vrije woord kunnen bezigen.’ Wolfsen vindt dat ‘kunstenaars shockeren, verrassen, een spiegel voorhouden’. Dat geldt ook voor opiniemakers.

Nu moet Wolfsen met voorstellen voor juridische maatregelen komen. Wat hij wil, impliceert een aantal wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht: nieuwe strafuitsluitingsgronden voor opiniemakers en kunstenaars bij uitingsdelicten als godslastering en belediging van een bevolkingsgroep.

Gezien de jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen de godslasteringbepalingen nu al niet meer worden toegepast. Maar art. 137c van het Wetboek van Strafrecht vormt wel een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting van kunstenaars en opiniemakers: ‘Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap wordt gestraft met (*).’ Op grond hiervan zou Paul de Leeuw allang de mond gesnoerd kunnen worden. Maar dat heeft het OM gelukkig niet willen doen. Wel zou hij in de jaren negentig vervolgd zijn als hij over de multiculturele samenleving of de Marokkanen vergelijkbare geintjes had gemaakt als over geestelijk gehandicapten en katholieken.

De strafuitsluitingsgrond bij dit delict zou niet moeten gelden voor genocidale uitspraken of uitspraken die geweld willen uitlokken.

Wolfsen zei ook dat bedreigde kunstenaars en opiniemakers op hetzelfde niveau als politici moeten worden beschermd. Dit betreft het opheffen van het onderscheid tussen rijksdomein en lokaal domein. Politici worden beveiligd door daartoe speciaal opgeleide politieagenten van de DKDB. Anderen worden toevertrouwd aan 26 politiekorpsen. Dat resulteert in willekeur en gebrekkige veiligheidsmaatregelen. Gelukkig is dit onderscheid al bijna opgeheven. Sinds juni 2005 mogen ook personen buiten de politiek opgenomen worden in het rijksdomein waardoor hun veiligheid landelijk en niet lokaal wordt geregeld. Eerder had oud-minister Remkes van Binnenlandse Zaken ervoor gezorgd dat de AIVD ook ten aanzien van niet-politici verplicht is een risico- en dreiganalyse te maken.

Er is echter nog te weinig parlementaire controle op het stelsel van bewaking en beveiliging. Ministens één keer per maand moet een vertrouwelijke commissie van de Tweede Kamer exact worden ingelicht over de bewaking en beveiliging van personen buiten de politiek. De commissie moet op de hoogte worden gebracht van de laatste risicoanalyse van de AIVD, en niet alleen van de overkoepelende analyse van de ambtenaren. Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of er gepaste maatregelen worden genomen. De opiniemakers zijn immers anders dan politici zeer beperkt in hun mogelijkheid ambtenaren te controleren. Bovendien zijn het uiteindelijk de zittende politici die verantwoordelijk zijn voor het doen en nalaten van ambtenaren.

Zo kan een situatie zoals rond de veiligheid van Theo van Gogh (met de bekende desastreuze gevolgen) voorkomen worden. Het was zonneklaar dat Van Gogh als doelwit voor de jihadisten kon worden aangemerkt. Hiervoor had je geen AIVD-analyses nodig. De gewone alledaagse kennis over het religieus terrorisme volstond. Van Gogh verkeerde wegens zijn kritiek op de islam in gevaar. Onderzoekers als Benschop van de UvA spraken dan ook van een ‘aangekondigde dood’ (namelijk op internet).

Het beschermen van politici, opiniemakers en kunstenaars is van groot belang voor rechtsorde en democratie. Een democratie kan niet zonder vrij debat. Niet alleen op papier, maar ook daadwerkelijk moet een vrije samenleving vrij zijn van geweld en bedreigingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden