Kunstenaar, zo zag Jobs zichzelf

Vervolg van pagina 1.

Als oude vriendschappen ervoor moesten worden verraden, deed hij dat. Het fascinerende is, dat de drive voortkwam uit een tijdperk en tijdgeest die juist zachtheid hoog in het vaandel had staan: de hippiecultuur rond San Francisco in de jaren zestig van de vorige eeuw, met zijn credo 'make love, not war'. Die tegencultuur ontstond op universiteiten rond 'Frisco', zoals Stanford. En in een gebied, de Santa Clara Valley tussen San Francisco en San José, waar zich in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog vooral hoogtechnologische defensiebedrijven vestigden, zoals Lockheed en Westinghouse.


Het waren de kinderen van de defensie-ingenieurs en techneuten, de tweede generatie Valleibewoners, die de revolutie in gang zetten. Dat gold voor Jobs, wiens vader werkte bij een bedrijf dat lasers maakte, en ook voor Wozniak, zoon van een raketwetenschapper bij Lockheed.


In het jaar waarin Wozniak en Jobs hun Blue Box bedachten, kwam Don Hoefler van Electronic News met een andere naam voor de vallei: Silicon Valley, naar de belangrijkste grondstof voor de in de jaren vijftig uitgevonden transistoren en later voor de microprocessors die de computer-era mogelijk maakten.


In de Valley waren topuniversiteiten, er was durfkapitaal, er was een explosie van creativiteit, die ook tot uiting kwam in de popmuziek. Er waren 'oude' bedrijven als Xerox en Hewlett Packard met grote onderzoeksafdelingen, die voor de nieuwkomers een dankbare voedingsbodem vormden. De grafische interface waarmee Apple zich onderscheidde van het DOS-besturingssysteem van Microsoft, door dat laatste bedrijf later overgenomen in Windows, was bijvoorbeeld een uitvinding van Xerox. Jobs troggelde het patent af voor één miljoen dollar, een actie die nog altijd bekendstaat als 'de grootste diefstal uit de historie van de industrie'.


Maar bovenal was er de verbeelding. En die had, volgens Jobs, alles te maken met lsd en wiet. De jaren zestig en de babyboomers hadden de boel opengebroken, hun navolgers, geboren in de jaren vijftig, profiteerden daarvan. Steve Jobs voldeed in alle opzichten aan het clichébeeld van de hippie. Hij gebruikte lsd, hij woonde in een commune op een boerderij met een grote appelboomgaard. Die, en zijn eeuwige fruitdiëten, vormde later de inspiratie voor de bedrijfsnaam. Jobs liep rond op blote voeten of sandalen, verbleef zeven maanden in India en bleef zijn hele leven zeer geïnteresseerd in het boeddhisme. Jobs was vegetariër - soms at hij wekenlang zoveel wortels, dat hij er oranje van uitsloeg.


Jobs zag zichzelf niet in de eerste plaats als ondernemer, evenmin als uitvinder - dat deden anderen -, maar als kunstenaar en ideeënman. Daarnaast bezat hij de gave om anderen van de haalbaarheid van zijn ideeën te overtuigen, ook als die dicht tegen krankzinnnigheid aan zaten. De kunstenaar Jobs was sterk beïnvloed door zen én door de ideeën van Bauhaus: tot zijn uiterste teruggebrachte eenvoud in vorm en functie. Productpresentaties liet hij graag eindigen met een foto van een paal met straatnamen erop: de kruising van Technology Street en Liberal Arts Street. Hij was niet bescheiden, Jobs zag zichzelf als een uitverkorene, in de lijn van Gandhi en Einstein.


'De mensen die de 21ste eeuw uitvonden waren wiet rokende, op sandalen lopende hippies aan de Amerikaanse westkust', schrijft Isaacson. Ze keken anders tegen de wereld aan, bezaten een anarchistische levenshouding en konden zich een wereld voorstellen die nog niet bestond. De tegenbeweging ging in zaken. En ze nam de computer dankbaar in ontvangst als gereedschap in een nieuwe wereld. Zelfs Timothy Leary, de lsd-goeroe met zijn 'turn on, tune in, drop out', verklaarde dat de computer de nieuwe lsd was: 'turn on, boot up, jack in'.


Zonder zijn lsd-ervaringen had hij van Apple niet kunnen maken wat het uiteindelijk zou worden, zei Jobs: een bedrijf waar ver voorbij bestaande conventies werd gedacht. Dat gold overigens ook voor het bedrijf dat hij groot maakte in zijn jaren in de woestijn, animatiefilmproducent Pixar, met hits als Toy Story en Finding Nemo. Het gold voor alles wat hij deed, tot en met de kleinste details van zijn producten.


Een totale controlfreak was Jobs, wat ook bleek uit zijn overtuiging dat de Apple-systemen, dwars tegen de gangbare denkbeelden in de industrie in, gesloten systemen moesten zijn. Hardware, software, toepassingen: alles in één. De voltooiing van die gedachte kwam met de komst van de Apple Stores. Die aan New Yorks Fifth Avenue is de meest winstgevende winkel ter wereld.


Regelmatig leidden Jobs obsessies bijna tot de ondergang. Atari kreeg in de jaren zeventig 30 procent van het in doodsnood verkerende Apple aangeboden, voor 50 duizend dollar. 'Ik was zo slim om nee te zeggen', zegt toenmalig ceo Bushnell in het boek. 'Het heeft wel iets leuks om daarover na te denken, als ik er niet om moest huilen.' De eerste Macintosh-pc werd in de jaren tachtig door Jobs' visioenen zo duur, dat hij de concurrentieslag met de IBM-klonen verloor en Apple ten dode leek opgeschreven. Zijn visionaire dromen en dictatoriale wijze van realiseren leidden er ook toe dat hij in 1985, amper 30, bij Apple aan de kant werd gezet. Toen hij twaalf jaar later terugkeerde, was het bedrijf een bijna failliete nichespeler geworden, met een beurswaarde van twee miljard.


Toen Apple's advertentiegoeroe Lee Clow na zijn terugkeer kwam aanzetten met de kreet 'Think different', moest Jobs huilen van ontroering. De toekomst moest veranderd worden en dat kon alleen door anders denken. De kreet vatte perfect samen wat hij altijd al had gedaan. En vervolgens deed hij het met hernieuwde kracht: de kleurige iMac uit 1998, iTunes, met de psychedelisiche patronen van een lsd-trip (2001), de iPod uit hetzelfde jaar. De iPhone (2007) en de iPad (2010) en hun bijbehorende apps: ze maakten met hun hoge winstmarges Apple rijk en groot. En Jobs legendarisch. Ze deden wat Dylan zong in een van Jobs' favoriete pop-evergreens: ze veranderden de tijden.


Het is ironisch dat zijn controledwang, geloof in alternatieve therapieën en zijn neiging de werkelijkheid naar zijn hand te zetten hem waarschijnlijk noodlottig werden. Toen er in 2004 alvleesklierkanker werd geconstateerd, wachtte Jobs negen maanden tot hij, na een aantal alternatieve behandelingen, toegaf dat opereren de beste optie was. Toen was de kanker inmiddels uitgezaaid.


Isaascon neemt je in zijn biografie mee in de fascinerende wereld van Steve Jobs. En dat doet hij zo aanstekelijk, dat je gaat vermoeden dat Jobs' laatste 'Oh wow' wel moet betekenen dat ze in de hemel al beschikken over Applemodellen die hier nog moeten worden uitgebracht.


Walter Isaacson: Steve Jobs, de biografie.

Uit het Engels vertaald door Rob de Ridder.


Het Spectrum; 719 pagina's; € 25,-.


ISBN 978 90 0030 272 7.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden