Kunst voor iedereen

In augustus en september 1977 werden vanaf planeet Aarde twee ruimteschepen gelanceerd met een missie die ambitieuzer was dan die van de Gemini's, Luna's en Apollo's....

Mocht zo'n ruimtewezen er in slagen met zijn tentakels de Voyager open te pulken, dan zou hij aan boord gouden schijven vinden, met een grammofoonspeler ernaast, en een vel met instructies. Indien de buitenaardsen minstens zo intelligent zijn als wij, dan zou niet lang daarna het Brandenburgs Concert nr. 2 van Bach door de ruimte schallen, gevolgd door Johnny B. Goode van Chuck Berry, een inwijdingslied van de Pygmeeën uit Zaïre en andere muziekfragmenten.

Terwijl Louis Armstrong Melancholy Blues inzet, kan de alien plaatjes bekijken van dolfijnen, de Taj Mahal, het operahuis in Sydney, verkeersopstoppingen in India en een dwarsdoorsnede van het menselijk lichaam. Nog weer wat later zal hij de 55 internationale gelukwensen ontdekken. 'Hartelijke groeten aan iedereen', zegt een onberispelijke Nederlandse damesstem tegen alle levensvormen in de ruimte - ook als ze groen en snotterig zijn en vieze plakhaartjes hebben.

Uit de lading van beide Voyagers spreekt de hoop dat aardse harmonieën en melodieën in de stratosfeer als een gebaar van vriendschap worden verstaan. Het opmerkelijke is dat het NASA-comité dat die muziek koos, een zo breed spectrum hanteerde: Stravinsky en gamalanorkest, de blues van Blind Willie Johnson en de panfluit uit de Andes worden als gelijkwaardig gepresenteerd. Met vooruitziende blik werd een kwart eeuw geleden het onderscheid tussen elitekunst en massacultuur niet gemaakt.

Pygmee, blueszanger, orkestlid - dat iedereen met talent een kunstenaar kan zijn, is een gegeven van alle tijden. De grote revolutie die zich de afgelopen eeuw heeft voltrokken, is dat al die kunst nu ook voor iedereen toegankelijk is. Die revolutie weerspiegelt zich in de lading van de Voyager, zelfs als die met een grammofoonnaald tot klinken moet worden gebracht.

Ruimte en tijd vormen amper nog belemmeringen. Dankzij de techniek kunnen we de pygmeeën en blueszangers van lang geleden nog steeds horen, op elk gewenst moment van de dag en de nacht. We kunnen de Taj Mahal en de piramiden zien, het hele oeuvre van Picasso is in de leunstoel door te nemen, de wereldliteraratuur staat tot onze beschikking.

De twintigste eeuw is de eeuw van de kunst voor iedereen. Al zijn er nog steeds wat financiële beperkingen. De Pygmeeën moeten het voorlopig nog zonder Picasso en Stravinsky stellen. Het horen van een Brandenburgs Concert onder leiding van Harnoncourt of het aanschouwen van de echte Taj Mahal is nog steeds niet voor iedereen weggelegd. Een troost kan zijn dat authenticiteit al lang niet meer zaligmakend is. Alleen theater, dans, sommige beeldende kunst en levende muziek onttrekken zich nog aan het massafabrikaat. Alle andere kunst is simpel te reproduceren en dus vatbaar voor oneindige recycling.

Democratie werkt als het goed is in twee richtingen: nu kunst voor iedereen is, kan alles kunst zijn. Met als gevolg dat de aloude criteria deze eeuw danig zijn opgerekt. Naast authenticiteit staat ook schoonheid onder druk. Effectiviteit en oorspronkelijkheid lijken zo langzamerhand hun plaats te hebben ingenomen.

In de jaren zeventig - de tijd waarin de Voyagers aan hun missie begonnen - gold kunst nog als een plek waar alternatieven voor het bestaande konden worden geformuleerd. Maar als afstanden wegvallen en het verleden permanent ontsloten kan worden, is het steeds moeilijker alternatieven te formuleren.

Dan rest voor kunst de rol van troost, van vermaak, van het bevorderen van de saamhorigheid die onder invloed van de technologie nagenoeg verdwenen is. Dan zullen kunstenaars ook eerder geneigd zijn een buiging te maken voor hun publiek, door niet alleen de verspreiding, maar ook de kunst zelf te democratiseren. Steeds groter wordt de rol van de markt, steeds moeilijker de positie van de kunstenaar die zich aan de wetten van vraag en aanbod niets gelegen wil laten liggen.

In de eeuw van kunst voor iedereen, is kunst niet langer uitsluitend een zaak van individuen. De overheid kent zichzelf een taak toe als hoeder van de kunsten. Terecht, want elke cultuur zal worden herinnerd aan de hand van de culturele verworvenheden. Mocht een bewindsman nu of in de toekomst niet meer weten hoe hij kunst moet legitimeren, laat hij dan aan de Voyager denken: Chuck Berry, Beethoven en de Pygmeeën klinken nog na, lang nadat de wereld is vergaan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden