Kunst verdrinkt in goede bedoelingen op Documenta

Voor kwalitatief hoogstaande kunst hoef je niet naar Kassel af te reizen

Natuurlijk, goede bedoelingen, prachtig... Maar als het zinneprikkelende van de kunst ten onder gaat in de aandacht voor al die maatschappelijke onderwerpen, wat blijft dan nog van de kunst zelf over, vraagt Rutger Pontzen zich af op de Documenta.

Werk van Lorenza Böttner op de Documenta 14 in Kassel. Foto Mathias Voelzke.

Zou Peter R. de Vries weten dat hij eigenlijk een kunstenaar is? Zouden rechercheurs die aan een coldcasezaak werken beseffen dat ze bezig zijn een kunstwerk te maken? En dat die zaak bij een volgende Documenta wellicht een van de best bezochte en meest bediscussieerde bijdragen is?

Ik denk het niet. En tot nu toe was dat ook nooit het geval. Maar op de huidige aflevering, Documenta 14, afgelopen weekeinde in Kassel geopend, is er wel degelijk zo'n 'kunstwerk' te zien. Het gaat om een reconstructie van een van de negen zogenoemde 'dönermoorden', die tussen 2000 en 2006 werden gepleegd op Turken en Grieken in Duitsland.

Eerst werden ze gezien als afrekening binnen het criminele circuit. Daarna als aanslagen van de NSU, de Nationalsozialistische Untergrund, een neonazigroep. Nu wil The Society of Friends of Halit, opgezet door kunstenaar Ayse Gülec, een van de moorden toeschrijven aan een Duitse undercoveragent, Andreas Temme. Het gaat om de moord op de 21-jarige Halit Yozgat, eigenaar van een internetcafé in Kassel.

Het zou de rol van de Duitse politie en justitie drastisch veranderen, namelijk als een cover-up die verklaart waarom de moord nog steeds niet is opgelost.

Documenta 14, Kassel, t/m 17/9.

Begrijpelijk dat de moord op Yozgat gevoelig ligt. De familie organiseerde destijds een mars door de stad om aandacht voor het onrecht te vragen. De gedenkplaat op de begraafplaats werd beklad. Terwijl de bewijzen tegen Andreas Temme zich opstapelen, zoals de presentatie in Kassel laat zien.

Toch vraag je je af waarom uitgerekend deze reconstructie op deze Documenta wordt getoond - als kunstwerk. Ook omdat de bijdrage van Gülecs collectief op de tentoonstelling geen uitzondering is. Veel van wat er is te zien is niet meer dan de visuele vertaling van een maatschappelijk onderwerp. Kijk naar de portretten van immigranten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika (van Mounira Al Solh), naar het wrakhout van schepen dat tot percussie is verwerkt (Vigier & Apertet), de stukken zeep gemaakt van steenkool, die je voor 20 euro kunt kopen (Otobong Nkanga) of een Chileense meditatieperformance (Cecilia Vicuna).

Werk van Lorenza Böttner op de Documenta 14 in Kassel. Foto Mathias Voelzke

Natuurlijk, de kunst is te lang bepaald geweest door blanke mannen van middelbare leeftijd die zich suf piekerden welke kleur rood het best paste in hun bloemstilleven, welk penseel te kiezen voor de juiste slagschaduw in een portret, waarom tufsteen beter paste bij een naaktsculptuur dan bontgeaderd marmer. Al die discussies hebben tot geweldige kunst geleid, daar niet van, maar ook tot veel blikvernauwing. Waar waren de andere continenten, de andere culturen, de andere kunstopvattingen die niet met de theorieën van Vasari, Winckelmann, Kant en Clement Greenberg waren te verklaren?

Mooi dat die westerse hegemonie zijn beste tijd heeft gehad en op de laatste biënnales van Venetië en de laatste Documenta's in Kassel (om het tot de belangrijkste westerse bolwerken te beperken) is doorbroken. Met als bijkomend resultaat dat er geen grote naam meer te herkennen valt, geen aandacht meer is voor het door het Westen zo gekoesterde stilistische jargon, en het engagement met alles wat minder bedeeld is de overhand heeft. Kunst als een vorm van emancipatie en rechtvaardiging.

Documenta: nieuw imago 

De vijfjaarlijkse Documenta (door de organisatie zelf consequent met kleine letter geschreven) werd in 1955 voor het eerst in Kassel georganiseerd door kunstenaar en pedagoog Arnold Bode. Hij wilde Duitsland, na de nazi-jaren waarin hedendaagse kunst als 'entartet' werd beschouwd, weer een eigentijds cultureel imago geven. Tal van prominente tentoonstellingsmakers volgden Bode op, onder wie Okwui Enwezor, Jan Hoet en Rudi Fuchs. Dit jaar staat de Pool Adam Szymczyk aan het roer.

Was het in Kassel al geen voorteken dat tijdens de persbijeenkomst een transseksuele curator een autobiografisch getint betoog hield ('Dames en heren, en alle anderen die geen dame of heer zijn') en een Syrische vluchteling een vioolstuk liet horen? Of dat tijdens die 2,5 uur durende bijeenkomst het woord 'kunst' überhaupt nauwelijks werd uitgesproken?

Wel kwam ter sprake: de chaos in de wereld, koloniale echo's uit het verleden, de crisis in Turkije, Venezuela, Griekenland en Duitsland, de verkrachting van vrouwen, immigratie, de opleving van het sterke leiderschap, et cetera, et cetera.

Waar het in een notendop op neerkwam: iedereen is kunstenaar; alles is kunst. Het klinkt cynisch, maar is niet minder waar: de afkomst van de kunstenaars, hun seksuele geaardheid en culturele achtergrond, of ze vluchteling zijn of tot een bedreigde minderheid behoren, het is allemaal even belangrijk als het werk dat van hen getoond wordt. Of belangrijker.

Meest opvallende bijdrage was de aanwezigheid van Lorenza Böttner. Frau Böttner, in 1959 geboren Ernst Lorenz, werd op haar 8ste haast geëlektrocuteerd en verloor daardoor beide armen. Later onderging ze een geslachtsverandering, leerde zichzelf voet- en mondschilderen, volgde de academie (afgestudeerd met 'sehr gut'), begon te exposeren en stierf uiteindelijk aan hiv op de jonge leeftijd van 35 jaar.

De tragiek zit hem dus in haar leven, maar, onbedoeld, ook in het werk: de tekeningen en schilderingen zijn van een bedroevende kwaliteit. En wat het drama in mijn opinie nog groter maakt: Lorenza Böttner wordt enkel omdat ze afwijkt van het normale op deze Documenta zo getoond. Als freak op de kermis.

De aanwezigheid van Böttner is exemplarisch voor wat in Kassel te zien is: het geeft nauwelijks een overzicht van wat de beeldende kunst aan vernieuwingen ondergaat. Neem de tentoonstelling in het Fridericianummuseum, in het centrum van Kassel en van oorsprong de hoofdlocatie aan het Friedrichsplatz. Omdat dit jaar bij wijze van uitzondering de Documenta ook in Athene plaatsvindt, is in het Fridericianum een keuze uit het Nationale Museum voor Hedendaagse Kunst in de Griekse hoofdstad ondergebracht. De collectie bestaat naast een aantal bekende namen (Joseph Kosuth, Jannis Kounellis, Mona Hatoum) toch vooral uit schilderijen en beelden die lijken op het werk van bekende namen, maar dan van lager allooi, meestal een paar decennia te laat gemaakt en een lokale variant op wat we al kennen.

Nee, voor kwalitatief hoogstaande kunst of om een beeld te krijgen hoe de mondiale kunst zich artistiek ontwikkelt, hoef je niet naar Kassel af te reizen. Het lijkt erop dat kunstenaars zich er niet meer mee bezighouden - net zo min als de curatoren trouwens.

Lange tijd gold de Documenta als de Olympische Spelen van de kunstwereld, waar iedere kunstenaar om de vijf jaar zijn beste artistieke prestatie aan de wereldbevolking laat zien. Maar die artistieke Spelen zijn inmiddels in een algemene vergadering van de Verenigde Naties veranderd, waarin elk land, hoe klein en onbeduidend ook, zijn politieke zegje mag doen. Vanuit een democratisch ideaal. Om aandacht te vragen voor De Goede Zaak: gediscrimineerde minderheden, aangedaan onrecht, klimaatveranderingen, economische malaise.

Op de Documenta zijn deze kwesties duidelijk herkenbaar. Algehele temperatuurstijgingen, de emancipatie van transgenders, Chinese minderheden, vluchtelingen, mensenschendingen uit het verleden; er worden zaken aan de kaak gesteld die volgens de kunstenaars en samenstellers aandacht verdienen. En je kunt moeilijk anders denken: ook in een poging deze kwesties tot een passende oplossing te brengen. Want dat is toch het onderliggende motief. Waarom zou je die problemen anders aankaarten?

Dat dit uitgerekend in Kassel zo prominent speelt is niet verwonderlijk: het zit in de Duitse cultuurgenen, al sinds de 18de eeuw. De gedachte dat beeldende kunst, literatuur, muziek en theater niet alleen de schoonheid dienen en het geweten van de natie vormen, als een moreel kompas, maar dat je met cultuur ook het publieke debat kunt bepalen. Dat het een rol speelt in het maatschappelijk bewustzijn, dat het politici beïnvloedt en de wereld een andere, betere kant op laat draaien. En waarmee je desnoods een cold case oplost.

De vraag is alleen: wat voor zintuiglijke kunstwerken levert dat op? Foto's, films, statistieken en tekeningen die niet alleen, zoals bij Opsporing verzocht, informatie verstrekken over het moordenaarsprofiel, tijdstip van de moord en de plaats delict. Maar die ook de retina prikkelen, het trommelvlies laten trillen, de perceptie scherpen en je doen beseffen dat kunst in beginsel een sensitieve gewaarwording is en geen theoretische afstudeerscriptie of maatschappelijk emancipatieproject.