Kunst op uitnodiging

Het vliegtuig uit Kaapstad met de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Ndikhumbule Ngqinambi landde vorige week woensdag om 11 uur 40 op Schiphol. 'Zo, nu kan ik op bezoek bij de Nederlandse kunstenaars die mij in Kaapstad opzochten', dacht Ngqinambi. Zijn bestemming was de Bellamystraat in de Amsterdamse Kinkerbuurt, een atelier met woongedeelte in een oud schoolgebouw.


Drie maanden zal hij hier de gastkunstenaar zijn van de Thami Mnyele Stichting (zie kader). Hij komt op een nogal historisch moment: de stichting viert deze maand haar 20- jarig bestaan. Op 12 maart opent een expositie met werk van Ngqinambi's voorgangers, van wie er heel wat internationaal zijn doorgebroken sinds hun verblijf in de Bellamystraat.


Twee dagen nadat Ngqinambi zijn intrek heeft genomen in de studio, zit hij er nog wat verloren bij. Hij heeft last van de kou. 'Dat is niet goed voor mijn creativiteit.' Hij is ook nog wat aangeslagen door de behandeling op Schiphol: uit de rij gehaald, een uur ondervraagd. 'Alleen zwarten werden apart genomen. Ik was er helemaal niet op voorbereid. Zo ging dat vroeger thuis in Zuid-Afrika, in de jaren tachtig, onder de apartheid.'


Ngqinambi heeft vier kleine schilderijen meegenomen als bijdrage aan de expositie, 'die konden in mijn handbagage', maar verder is de studio met woonverblijf nog onaangeroerd. In Kaapstad woont hij in de township Phillipi, en werkt hij gehuurd atelier in het centrum - krap, het is maar tien vierkante meter. Voor nu moet hij in Amsterdam eerst uitvinden waar hij zijn materiaal kan kopen, en of het hier een beetje betaalbaar is, dan zal hij besluiten wat voor werk hij gaat maken in dat ruime en lichte atelier.


Twee weken eerder: 'Iedere keer verandert deze ruimte van aanblik en sfeer als een nieuwe bewoner zijn of haar intrek neemt', zegt Pauline Burmann, voorzitter en gangmaker van de stichting. De kunstwerken staan half ingepakt over de studio verspreid in afwachting van vervoer naar de expositieruimte van het CBK in Amsterdam Zuid-Oost. Sommigen werkten alleen knus in het woongedeelte, anderen veranderen alles in één grote installatie. In die twintig jaar bivakkeerden hier 68 kunstenaars; van 26 van hen zal werk worden getoond, dat zij als geschenk achterlieten.


Bij de Thami Mnyele Stichting wordt alles gedaan door vrijwilligers, nee, geen amateurs, onbetaalde professionals, zegt Burmann, zelf een onafhankelijk curator. De commissies die de gastkunstenaars selecteren bestaan met opzet uit mensen uit de kunstwereld. 'Beter zelfs als ze nog nooit in Afrika zijn geweest. Het gaat de kunstenaars zelf ook om de kwaliteit van hun werk.'


Voor de keuze van de afgelopen jaar waren dat Ann Demeester van museum De Appel, Jelle Bouwhuis van het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam en galeriehouder Fons Welters.


Hoeveel aanvragen er binnenkomen is te zien in een vuistdikke ordner met honderd aanvragen voor de afgelopen twee jaar. Burmann: 'Vanalles zit er tussen van impressionisten uit Senegal tot muurschilders uit Mozambique; er waren zelfs ijsbeeldhouwers bij uit een hotel in Namibië.'


In een hoek van het voormalig klaslokaal dat nu atelier is staat een deel van een sculptuur, opgetrokken uit bladzijden uit de Gouden Gids - de rest zit nog opgerold in dozen. Ze hingen ooit vanuit de nok van een oud kerkgebouw in Amsterdam dertig meter naar beneden. Het werk is gemaakt door Krishna Luchoomun uit Mauritius, die 'helemaal gegrepen was door de commercialisering en de vervuiling, in Nederland, maar ook in Mauritius waar de hotels de kust inpikken en de bewoners de bergen indrijven.'


Ernaast ligt een voetbalveldje van kunstgras met ballen beplakt met stukjes uit de Gideon-Bijbel, van Samsom Kambalu uit Malawi. 'Een andere installatie van hem staat nu in Tate Modern.'


De meeste gasten gebruiken de vrijheid en de ruimte hier om te experimenteren, zegt Burmann. ' Beeldend kunstenaar Essefa Gebrekidan uit Ethiopië is bekend om zijn grote lichtsculpturen, maar ging hier juist weer tekenen, prachtig, verfijnd werk.' Ze trekt een la open en laat een paar achtergelaten tekeningen zien. 'En kijk hier: Progress Matubako, die bekend werd met portretten van Mandela, raakte na een bezoek aan het Rijksmuseum in de ban van het schilderen van stoffen.'


De Nigeriaanse schilder Odili Donald Odita exposeert veel in galeries en musea in New York en stond in 2007 op de Biënnale van Venetië met zijn landschappen van geometrische figuren, maar in de studio tekende hij juist heel klein en realistisch, mensenschedels bijvoorbeeld.


Marlene Dumas - Zuid-Afrika's beroemdste en bestverkopende kunstenaar - woont al sinds de jaren tachtig in Nederland. Als bestuurslid van de Thami Mnyele Stichting is een inspiratiebron en peetmoeder voor de jonge kunstenaars uit Zuid-Afrika zoals fotografe Zanele Muholi die in de zomer van 2009 in de Thami Mnyele studio verbleef. Zij maakte foto's van zichzelf als prostituee achter de ramen op de Wallen.


Natuurlijk kan de kunstenaarsresidentie alleen maar bestaan door subsidie, van de Gemeente Amsterdam, het kunstenplan van OCW (nog tot 2012) en andere fondsen, maar dat geld gaat helemaal op aan reis-, verblijf- en materiaalkosten van de kunstenaars uit Afrika.


De stichting wil geen ngo zijn, geen ontwikkelingshulporganisatie. 'We krijgen altijd veel tips en dringende aanbevelingen uit de hoek van Afrika-gangers, maar daar gaan we niet op in. Schetsen, foto's, brieven - veel komt gewoon per post van kunstenaars die via via van de stichting hebben gehoord of de website hebben gevonden. Het moet een heksentour zijn uit deze ordner wijs te worden.


Het was inderdaad even schrikken, zegt Jelle Bouwhuis: 'Ik was de eerste keer wat teleurgesteld over het aanbod. De documentatie was al van belabberde kwaliteit maar daar moet je doorheen leren kijken; de kracht van het werk gaan zien.'


Het lijkt in niets op de fraaie presentaties die hij van Nederlandse kunstenaars krijgt die willen exposeren. 'Geen powerpoint, geen laptops. Een schilderijtje op karton kregen we, in Nederland zou ik er niet eens naar kíjken. Maar daar in Afrika is het anders, besef je dan, daar is geen schildersdoek.


'Video's hebben ook vaak een slechte kwaliteit, in de afwerking vooral. Wat wil je als het uit Congo komt, je moet verder kijken, naar wat iemands mogelijkheden zijn. Die kunstenaars bieden ook geen mooi verhaal over zichzelf; je kunt ze meestal ook niet even googlen.'


En Ngqinambi? Wat sprak Bouwhuis aan in diens werk? 'We dachten meteen: dit werk doet ons wat, dat willen we in het echt wel eens zien. Hij schildert op heel groot formaat, vonden we ook bijzonder, niet op kartonnetjes.'


Galeriehouder Fons Welters herinnert zich Ngqinamb's werk het best - de selectie is al bijna twee jaren geleden. 'Het was over de top, dat vond ik heel erg interessant, juist omdat het zo uitbundig is. Ik kijk toch naar een eigenheid bij kunstenaars. De ceramiek uit Afrika vond ik ook heel erg mooi, de gebouwtjes met veel kleuren.'


Maar in zijn galerie heeft hij geen Afrikaans werk aangeboden. Wat hij onder ogen kreeg als jurylid 'heeft niet direct aansluiting met kunst hier. Ik vind het wel een heel sympathiek project, goed voor de contacten van die Afrikaanse kunstenaars, want de meesten zijn niet op de hoogte van wat er internationaal gebeurt.'


Afrikaanse kunstenaars zelf roemen per mail vooral de vrijheid van hun verblijf bij de Thami Mnyele Stichting. De reis- en verblijfkosten zijn gedekt, daarover hoeven zich geen kopzorgen meer te maken. Installatie-kunstenaar Dineo Bapope had al twee jaar achter de rug op de postacademische kunstopleiding de Ateliers in Amsterdam, maar verlangde toch nog naar de afzondering. 'Het was echt tijd om alleen te zijn in de studio, concentratie, nadenken¿', schrijft ze in een mail uit Zuid-Afrika. 'Wonen en werken in dezelfde ruimte was geweldig, dat had ik toen echt nodig.'


Fotografe Zanele Muholi was juist veel aan het netwerken, schrijft ze. 'Ik werkte met Sean Fitzpatrick aan het project Being (t)here. Dat is veel geëxposeerd, ook over de grens.' Ze had eerder een Boston gezeten, op een plek van het gerenommeerde MIT. Maar Amsterdam was anders, juist door 'de goddelijke sfeer met al die interessante mensen die je willen helpen met wat je maar wilt bereiken.'


Ook voor de Nigeriaanse schilder Donald Odili Odita waren het vooral 'de ontmoetingen met Nederlandse kunstenaars die voor hem waren geregeld en bezoeken aan musea en kunstinstellingen die een belangrijke en blijvende invloed op mij als kunstenaar hebben gehad'.


De Nigeriaanse fotograaf Akintunde Akinleye schrijft dat hij zich in Amsterdam liet beïnvloeden door Rembrandt en Van Gogh, maar de grootste ontdekking was voor hem dat Afrikaanse fotografen thuis op de juiste plek zitten. Zijn idee 'dat fotografen uit het Westen beter gesitueerd zijn dan die in Afrika werd volkomen weggevaagd. En ik denk dat dit besef ook bij andere fotokunstenaars uit Afrika zal doordringen!'


Akinleye behoort tot een groep fotografen uit Lagos, net als Leo Asemota, die internationaal aan de weg timmeren. En James Iroha Uchechukwu, die tijdens zijn verblijf in de Thami Mnyele studio eind 2008 onverwacht een prijs van Prins Claus Fonds kreeg en daar een expositie mocht inrichten.


Aan het Anton de Komplein in Amsterdam Zuid-Oost is de inrichting van de tentoonstelling inmiddels in volle gang. Ngqinambi loopt langs de zeer uiteenlopende werken. 'Een interessante geschiedenis: met elke kunstenaar die komt en gaat, groeit die aan.' Sommige kunstenaars kent hij natuurlijk, landgenoten als Muholi: 'Ik bewonder haar, ook om haar moed, ze wil controversieel zijn; een minister weigerde in het najaar een expositie te openen omdat haar foto's pornografisch zouden zijn.' Over Bapope is hij kritischer: 'Haar schilderijen vind ik te vlak, ik houd meer van haar video's.'


Het werk dat bij de eerste rondgang de meeste indruk maakt, is de installatie met lange repen uit de gouden gids: 'Die gele repen domineren deze ruimte. Ze brengen mijn gedachten op gang.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.