Kunst moet

De nieuwe directeur van de Amsterdamse Theaterschool Jan Zoet breekt een lans voor cultuur: zonder kunst heeft de samenleving geen zin.

Eind 1998 werd Jan Zoet directeur van de Rotterdamse Schouwburg. Dat was een uitdaging. 'Rotterdam is een lastige plek om ambities waar te maken', aldus Zoet (54). Er is een relatief kleine middenklasse en dus minder potentieel publiek voor theater. Desondanks initieerde hij er een gerenommeerde internationale programmering en ook richtte hij Productiehuis Rotterdam op, waar nieuw theatertalent zich kan ontwikkelen. Daarnaast vernieuwde hij de complete inrichting van het gebouw aan het Schouwburgplein.


In april, ruim veertien jaar later, terwijl de programmering onder druk staat door forse bezuinigingen op cultuur, verruilt Zoet de Schouwburg voor de Theaterschool in Amsterdam, waar hij is benoemd tot directeur. Onder de Theaterschool vallen veertien dans- en theateropleidingen, zoals de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie en de Nationale Balletacademie.


Waarom verlaat u de Schouwburg in deze moeilijke tijden?

'Ik ga niet weg vanwege de bezuinigingen. Wel omdat er een en ander is afgerond. Ik zit nu veertien jaar bij de Rotterdamse Schouwburg, 24/7. Dat vind ik genoeg. Ik werd gevraagd te solliciteren in Amsterdam op een functie die mij in staat stelt me bezig te houden met talentontwikkeling. Dat is wat ik nu ambieer.'


Wat hebt u bij de Rotterdamse Schouwburg bereikt?

'Voordat ik bij de Schouwburg kwam, werkte ik als dramaturg en zakelijk leider bij theatergroepen als Mickery en Hollandia. Ik kwam uit de wereld van het locatietheater. We stonden overal: op autosloperijen, Schiphol. Telkens was het de kunst om de mensen uit de omgeving te betrekken bij het theater dat wij op die plek maakten. Wat ik toen heb geleerd, nam ik mee naar de Schouwburg. Ik wilde in Rotterdam investeren in verregaande ontmoetingen tussen kunstenaars en de inwoners van de stad.'


Hoe ging dat?

'We zijn de programmering beter gaan afstemmen op Rotterdam. We hebben nu de Operadagen, Motel Mozaïque, de Internationale Keuze, Wunderbaum en Circusstad Festival in huis. Wunderbaum speelt regelmatig op locatie in de stad. We organiseren ook talkshows, conferenties, feesten en debatten om voorstellingen in een toegankelijke context te plaatsen. Daarnaast moest de schouwburg niet alleen een doorgangshuis zijn voor theatergroepen, maar ook een productiehuis waar we onze eigen voorstellingen kunnen maken. Dat is gelukt.'


Zijn er ook teleurstellingen na veertien jaar?

'Jawel. Ten eerste had ik gehoopt dat we verder waren gekomen in de samenwerking met ons huisgezelschap, het Ro Theater. Hun familievoorstellingen zijn een feestje en zitten altijd vol, maar er zijn andere avonden waar dat niet zo is. In deze lastige stad moeten culturele instellingen elkaar proberen te vinden in een gemeenschappelijke artistieke visie. De dialoog is er wel, maar het gaat mij te langzaam. Wellicht ben ik te ongeduldig.


'Ten tweede vind ik het jammer dat in Rotterdam de zaal halfvol zit bij prachtige voorstellingen van geëngageerde theatervernieuwers als Alain Platel of René Pollesch. Terwijl ik weet dat er elders in de wereld om dezelfde kaartjes wordt gevochten.'


Had u niet commerciëler moeten programmeren om meer Rotterdammers in de zalen te krijgen?

'Waarom zou ik veiliger programmeren, als we een Luxor hebben, een Walhalla en een Zuidplein? Maak ik de stad dan beter? Ik denk het niet. Natuurlijk zal cabaret meer publiek trekken. Maar dat is niet het doel. Het doel is dat de stad als geheel een breed aanbod heeft. Luxor doet Tineke Schouten. Wij klein en verdiepend theater.'


'En ja, dat is kwetsbaar en sterk afhankelijk van financiële middelen, die dit jaar een stuk minder zullen zijn. Ook de Schouwburg ontkomt niet aan bezuinigingen. Dat gaat wat mij betreft ten koste van de kwantiteit en niet van de bijzondere programmering. Daarom zijn we nu iedere dinsdag dicht.'


Wat heeft u nieuwe generaties podiumkunstenaars op de Theaterschool te vertellen?

'Dat ze zich moeten afvragen wat kunst voor hen betekent. Zeker nu, in een tijd waarin subsidies en de economie onder druk staan en waarin het begrip kunst devalueert en draagvlak verliest. Wat betekent het voor hen in deze tijd op een podium te staan? Ik wil de vitaliteit van theater benadrukken. Het moet vooral niet alleen maar een traditie zijn. Dat is geen bestaansrecht. Hierover wil ik met docenten en studenten discussiëren, maar ook met de politiek, theatergroepen en de media.'


Dat gebeurt nu niet?

'Dat kan ik nu nog niet overzien. Ik denk wel dat het beter kan, ja. Ik wil dat de veertien opleidingen zich over een paar jaar veel meer een geheel gaan voelen. Dat je een podiumkunstenaar ziet en kunt zeggen: ja hoor, die komt uit Amsterdam!'


Een veel gehoorde opvatting is dat er in Nederland te veel theaterscholen zijn die te veel studenten afleveren voor wie geen werk is. Wat vindt u?

'Je kunt niet ontkennen dat er veel studenten afstuderen aan een groot aantal opleidingen, hbo en mbo. Lang niet allemaal komen ze aan werk in het theater. Dat wil niet zeggen dat die mensen allemaal in de WW komen. Vaak komen ze uitstekend terecht in een ander vak.'


Maar eigenlijk wilden ze acteur worden.

'Natuurlijk vind ik dat er keuzes moeten worden gemaakt. Dan zeg ik: kies voor kwaliteit. Strenger selecteren aan poort kan een oplossing zijn.'


En uitgebreidere lessen in cultureel ondernemerschap?

'Dat lost het probleem niet op. Al zouden studenten tien jaar lang les krijgen in cultureel ondernemen en solliciteren, er is toch niet opeens meer werk en geld dan er nu is?'


Wat gaat u veranderen op de Theaterschool?

'Dat weet ik nu nog niet. Maar er zullen duidelijk keuzen moeten worden gemaakt. Ik wil het in de eerste plaats opnemen voor de kunstenaars die we opleiden. Zonder hen heeft deze samenleving geen zin. Toch zijn ze telkens weer de sluitpost van de begroting. Een schouwburg geeft meer geld uit aan de klimaatbehandeling dan aan de acteurs.


'Ik vind het een grote fout om acteurs altijd maar af te schilderen als handophouders of als een soort waarvan er domweg te veel zijn. Dat hoop ik als schooldirecteur duidelijk te kunnen maken.'


Jan Zoet: 'Ik kom uit Oude Wetering, een dorpje in het midden tussen Rotterdam en Amsterdam. Daar heb ik nog steeds een huis. Voor mijn gevoel werk ik al heel mijn leven in de Randstad. Vanaf 1984 bij het Mickery Theater in Amsterdam, daarna in Zaandam, bij Theatergroep Hollandia, en de laatste veertien jaar in Rotterdam. En nu dus weer in Amsterdam. Ik vind de steden geen concurrenten. Rotterdam is zo anders, on-Nederlands. Er is daar na het bombardement consequent gebouwd aan een stad waar cultuur en architectuur pijlers zijn. Ik neem er met weemoed afstand van.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden