'Kunst is geen ongevaarlijk snuisterijtje'

Nadat ze piano, zang, kunstgeschiedenis en archeologie had gestudeerd, begon Margriet de Moor (1941) te schrijven. Deze week verschijnt haar achtste boek, de korte roman Kreutzersonate, een 'literair kamermuziekstuk' in de geest van Beethoven, Tolstoj en Janácek, die óók een Kreutzersonate op hun naam hebben....

MARGRIET de Moor: 'De titel Kreutzersonate wijst op een voorgeschiedenis. Onmiddellijk. Kunst komt voort uit kunst, en in dit geval gebeurt dat onverbloemd. Op het moment dat ik hoorde dat er een strijkkwartet bestaat van Janácek uit 1923 dat 'Kreutzersonate' heet, bestond mijn boek eigenlijk al. Tijdens het schrijven ben ik terloops in die voorgeschiedenis gedoken. Samenvattend: Beethoven is de eroticus, Tolstoj de jaloerse, Janácek de medelijdende, en in mijn boek gaat het om verzoening.

'Beethoven heeft in 1802 een vioolsonate geschreven, die hij liet spelen door de Franse violist Rodolphe Kreutzer. Beethoven had geen literaire bedoelingen, maar ik maak ervan dat het hoofdthema van zijn stuk de erotiek is. Waarom? Vanwege Tolstoj, in wiens novelle De Kreutzersonate uit 1891 een man en een vrouw die dat stuk spelen, op elkaar verliefd worden. De echtgenoot van de vrouw, het miezerige landeigenaartje Pozdnysjew, wordt razend jaloers. Tijdens een treinreis vertelt hij een medereiziger in terugblik over zijn mislukte huwelijk, dat is uitgemond in de moord op zijn vrouw. Tolstoj's novelle is negatief: over seksualiteit, het huwelijk, en ook over de muziek.

'Beide muzikale Kreutzersonates zijn kamermuziekstukken - een vorm die mij dierbaar is vanwege de transparantie, bovendien worden de experimenten in de muziek vaak door kamermuziek in gang gezet - en er is dus de novelle van Tolstoj. Zoiets bepaalt de omvang van wat je wilt maken: daar zet je geen driedelige roman tegenover. Dat mijn boek een compacte vorm moest krijgen, was in hetzelfde moment duidelijk dat ik tot mijn Kreutzersonate besloot. De titel is quasi-argeloos: bestaat er een verhaal waarin een Beethovensonate een rol speelt? O, nou, déze Kreutzersonate wordt in gang gezet door een strijkkwartet van Janácek.

'Negen maanden lang heb ik er minstens vier uur per dag aan gewerkt. Om tien uur 's ochtends begin ik altijd. Is om twee uur 's middags één pagina af, dan ben ik zeer tevreden. Ik schrijf één versie, met de hand.

'Het verhaal van Tolstoj is typisch Russisch: mensen in een trein vertellen elkaar hun levensverhaal. Dat is de negentiende eeuw. Ik schrijf een 21ste-eeuwse Kreutzersonate. Mijn personages reizen per vliegtuig, van Brussel naar Bordeaux, en van Schiphol naar Salzburg. Die tripjes gaan te snel voor een levensverhaal. Dus hebben mijn vliegtuigen vertraging, en de redenen daarvoor hebben te maken met gevaar. Gevaar is het onderliggende thema van alle gebeurtenissen, het is de toonsoort van deze roman waarin een blinde criticus, Marius van Vlooten, zijn levensverhaal vertelt aan een meereizende jonge musicoloog.'

- Je introduceert de blinde met een zin die ook bijna tastend is: 'Ik nam hem van terzijde op, zag zijn tevreden gezicht, maar begreep het fijne van zijn kunststukje later, toen ik had gehoord van het bijzondere soort waarneming, het heel subtiele systeem dat sommige blinden ontwikkelen om obstakels op te merken, om bomen, lantaarnpalen, vuilcontainers, glasbakken, fietsenrekken die hun route versperren op een meter of twee afstand gewaar te worden, ze als een vast lichaam te lokaliseren, als een aanwezigheid in het donker die een signaal uitzendt, zwak, voor de gewone mensenzintuigen is het niet op te vangen, het is ook een heel kwetsbaar iets, deze frequentie van de nacht, in principe alleen betrouwbaar in een zeer stille omgeving, maar het komt weleens voor, in nood, of op een moment van opperste wilskracht, dat het de blinde ook in de herrie lukt het wonderbaarlijke instrument te benutten dat als een akoestisch web over de huid van voorhoofd, neus en wangen uitgespreid ligt en met een lichte druk een sensatie toelaat die men vroeger wel degelijk kijken noemde, niet met de ogen, maar met het hele gezicht.'

'Lange zin. Het moest er beslist maar één zijn. Nu je hem zo voorleest, zie ik pas zelf dat hier de verbinding tussen oor en oog wordt gelegd. Hoe luisteren onder bepaalde omstandigheden kijken kan worden.'

- Is zoiets een speciale opgave die jij je stelt? Nu is het een blinde, maar eerder heb je een autistisch kind beschreven (in 'Eerst grijs dan wit dan blauw') en een castraatzanger (in 'De virtuoos').

'Ik schrijf graag over personen en dingen die me vreemd zijn.'

- Waarom? Je kunt toch ook gewone mensen nemen?

'Nou ja, de blinde criticus is misschien uitzonderlijk. Anderzijds: er komen in de werkelijkheid veel blinden, autisten en rare musici voor. Er zijn behoorlijk veel ongebruikelijke mensen, vind ik.'

- Jawel, maar er zijn ook veel boeken waarin mensen zonder handicaps figureren. Jij zoekt ze op.

'Ach, de een neemt een incestervaring en ik neem dit. De blinde Van Vlooten doet zijn verhaal, dat gaat over zijn liefde voor een violiste, een verhouding die vanaf het begin onder spanning staat door toedoen van de muziek. Net als de vorige roman Zee-Binnen [1999] handelt Kreutzersonate over gevaar dat de personages van buitenaf bedreigt. In Kreutzersonate is dat gevaar tweeledig: het muziekstuk zelf is gevaarlijk, de tonen van het strijkkwartet die verleiden en manipuleren. Daarbij is de hele entourage, die van het vliegen, gevaarlijk.

'Bijna sinister actueel, na de aanslagen in New York. Mijn hart begon te bonzen toen ik voor het eerst een hoofdstuk uit dit boek voor publiek voorlas, kort na 11 september. En Zee-Binnen heeft een motto van Guimarães Rosa: ''Want, leven is heel gevaarlijk''. . .

'Kreutzersonate is een variatie op dat thema. Met een derde boek, dat er al is, maar dat ik nog wil bewerken, vormt het een drieluik dat te zijner tijd in één band zal worden samengebracht.

'Janácek heeft zich geërgerd aan de novelle van Tolstoj, omdat hij deernis voelde met de gekwelde vrouw. Ik ben het strijkkwartet gaan beluisteren, en vond dat de Tolstoïaanse jaloezie daarin toch nog sterk te bespeuren is, om het zo te zeggen: ónder het protesterend commentaar van Janácek.'

- Maar hoe negatief is Tolstoj? Ik citeer de landeigenaar: 'Hu!. . . een vreselijk ding, die sonate. Vooral dat eerste deel. En in 't algemeen is muziek een verschrikkelijk iets. Waar zit hem dat in? Ik snap het niet. Wat is muziek eigenlijk? Wat doet ze? En waarom doet zij, wat ze doet? Men zegt, dat muziek de ziel verheft - onzin, een onwaarheid! Er gaat een werking van uit, een verschrikkelijke werking, tenminste op mij, maar absoluut geen zielverheffende. Muziek verheft de ziel niet en drukt de ziel niet terneer, maar zij prikkelt de ziel.' Met andere woorden: de muziek is de ware echtbreker. . .

'Ook het boek van Tolstoj beweert dat kunst zo onschuldig en zoetsappig niet is. Dat spreekt me aan. Ik geloof dat kunst geen franje is die naast het leven staat. Het is een enorm krachtige impuls, die men zich lang niet altijd bewust is. Kunst en leven raken elkaar het krachtigst bij de mythe. Dit kun je juist nu weer constateren wanneer je naar de woordvoerders uit Amerika en Afghanistan luistert: ''heilige oorlog'', ''martelaarschap'', ''vrijheid'', ''tolerantie''. Feiten krijgen hun plaats in de mythe.

'Literatuur is een kunstvorm die dezelfde hartstocht en concentratie vraagt als die de componist en de beeldhouwer nodig hebben. Het is niet iets voor mensen die denken: ''Ik heb zo'n interessant leven, dat ga ik nou eens opschrijven.'' Of: ''Ik ben nu afgedankt als voorzitter van het CDA, ik ga maar eens een boek schrijven.'' Ik lees dat met verbazing in de krant. Dat sommigen denken wel even een boek te kunnen schrijven, komt doordat we wel allemaal kunnen lezen en schrijven, maar niet allemaal partituren kunnen ontcijferen of weten hoe een beeldhouwer ervoor zorgt dat zijn beeld in balans blijft. Toch stelt een boek dezelfde vakmatige eisen.'

- Wat feiten betreft: die toehorende jonge musicoloog in jouw boek is afgestudeerd op Schönberg. Jij bent zangeres geweest van twintigste-eeuws repertoire. Je had die jongeman kunnen zijn.

'Nou, ik heb piano en zang gestudeerd aan het conservatorium. Daar zit veel theorie bij, maar het is toch vooral gericht op doen. Die eigenwijze jongen zie ik niet direct als een vermomming van mijzelf.'

- Hij beschrijft aan de blinde criticus hoe de violiste Suzanna Flier er uitziet. Met zijn woorden dwingt hij de romance tussen die twee welhaast af. Hij is een manipulator - en daarin komt hij overeen met de construerende schrijver.

'Hij is iemand zonder beschreven uiterlijk, een schimmige doorgever, maar inderdaad kent hij stemmingen waarin hij aan de handeling wil deelnemen en op effect uit is. Dan tovert hij de blinde het beeld van de violiste voor ogen, en beïnvloedt hij hun geschiedenis. Van Vlooten creëert op basis van die woorden zijn beeld.

Dat is een puur literair iets, dat iedereen kent: wie Madame Bovary van Flaubert leest, heeft een eigen beeld van haar voor ogen. Haar uiterlijk is de creatie van de lezer. Daaraan kun je zien dat literatuur een dubbelzinnige, actieve kunst is. Geen snuisterijtje dat het echte leven maar wat moet versieren. Het is een sturende kracht in dat echte leven, en heus niet altijd onschuldig.'

- Wil je daarmee ook zeggen dat de zogeheten realiteit altijd door de individuele verbeelding wordt gekleurd? In 'Zee-Binnen' vindt een man op straat een agendaatje van een vrouw, treft daarin op een bepaalde datum zijn eigen naam aan, en alsof dat wetmatig is, beginnen hij en de eigenares van de agenda vanaf de aangegeven dag een liefdesverhouding.

'De personages zijn argeloos, ze worden gemanipuleerd door krachten die buiten hen werkzaam zijn.

'In Kreutzersonate is Van Vlooten verliefd op zijn vrouw Suzanna, maar in die verliefdheid zit een fatale jaloezie, op hem overgebracht - nota bene - door haar toen zij in dat strijkkwartet de eerste vioolpartij speelde.'

- Tijdens een masterclass hoort ze van de Hongaarse maestro Eugene Lehner: 'Don't play the notes, just humanize them.' Dat is bijna een voorspelling als in boze sprookjes: doordat zij ten uitvoer brengt wat de muziek vertelt, wordt het drama in gang gezet.

'Die gebeurtenis komt uit de realiteit. De altviolist Lehner heeft echt bestaan, en ik heb hem dit horen zeggen. Toevallig hoorde ik kort geleden ook de pas overleden Isaac Stern iets dergelijks opmerken. Een pedagogische aansporing: je moet de noten vermenselijken.

'Maar in mijn verhaal wordt bij dat vermenselijken wel het verderfelijke elementje jaloezie op de personages overgebracht. Muziek drukt alleen muziek uit, daarover is iedere musicus het eens. Het is een abstracte kunst. De muziekpedagoog in Kreutzersonate wil op een niet-technische manier een bezieldheid overbrengen. En díe is niet zonder gevaar, ook al gebeurt dat via de kunst.

'Van Vlooten begint op een zeker moment met het idee te spelen zijn vrouw te vermoorden. Spoedig wordt die gedachte iets autonooms. De van oorsprong fictieve daad lijkt niet meer tegen te houden. De moord wordt op het laatste moment verijdeld doordat zijn vrouw een niesaanval krijgt. De grootse misdaad wordt doorkruist door een miserabele banaliteit.'

- Dat is dan een goedaardige kant van de grilligheid.

'Ja, en in mijn ogen krijgen Van Vlooten en Suzanna daardoor iets onschuldigs, als de personages uit een tragedie. Jaren later blijkt dat het huwelijk toch weer goed is gekomen, dat ze er zelfs nog twee kinderen bij hebben gekregen. Dat kan ik verzoening noemen.'

- Akkoord, maar daar laat je het niet bij. Want je sluit je verhaal af met een dramatisch ongeluk.

'Na de verzoening, nadat de gebeurtenissen afgerond lijken, deelt het echte leven een vreselijke klap uit en spreekt het laatste woord.'

- In dat slothoofdstuk is de hoofdpersoon opnieuw aan boord van een vliegtuig. Hij hoort twee moderne vrouwen 'buitengewoon actueel en geroutineerd' kwebbelen over seksuele relaties die 'leuk, probleemloos en gevarieerd dienden te zijn'. Je ergert je aan de ''grrl power''?

'Die scène is onder andere een knipoog naar Tolstoj. Bij hem begint het verhaal met een gesprek tussen treinpassagiers over liefde en moderne relaties. Mijn vliegtuigscène transponeert dat naar onze tijd, naar een paar meiden die de macht gegrepen lijken te hebben.'

- Terwijl jij toch één van hen bent: een moderne vrouw die haar eigen leven leidt.

'Ik?! Eén van hen?! Ik ben zo ouderwets als wat, in mijn hart.'

- De vrouw van nu kan zelf kiezen. Dat is toch prachtig.

'Vreselijk prachtig. Maar het meidengeklets in het vliegtuig komt niet zo prachtig over.'

- Je bedoelt dat ze later nog raar kunnen opkijken als blijkt dat het leven zich niet zo probleemloos laat inrichten als ze nu nog denken.

'Of het in hun macht ligt ooit raar op te kijken weet ik niet. Ik meen dat ik, toen ik dit schreef, me vooral stoorde aan de armoede van die typjes, die waarschijnlijk nooit een boek lezen.'

- Zoals jij in je eigen boek wel doet.

'Hoe bedoel je?'

- Als de musicoloog in de bar van de Brusselse luchthaven om zich heen kijkt, is die bijna verlaten, op een paar kaartende mannen na, een kind, en jawel: 'een roodharige vrouw die in een boek was verdiept'.

'O ja! Misschien ben ik dat wel.'

- Zit jij soms deze Kreutzersonate te lezen? Spel jij daar het lot van je personages?

'Nu je het zegt: ja, dat is het geval.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden