Kunst en kitsch liggen dichter bij elkaar dan we vaak denken

Door om kunst te vragen die aansluit bij de beleving van jongeren en allochtonen is cultuurbeleid kitsch geworden, stelde Hans Wansink zaterdag....

Ariejan Korteweg

IN ZIJN beroemde roman De ondraaglijke lichtheid van het bestaan beschrijft Milan Kundera hoe een Amerikaanse senator dromerig de vier kindertjes nakijkt die zojuist nog op de achterbank van zijn auto zaten, en nu over een groot grasveld naar de kunstijsbaan rennen. 'Dat noem ik geluk', zegt de senator.

Kundera gebruikt dat beeld om uit te leggen wat volgens hem kitsch is. Zijn definitie is mooi en helder: kitsch wekt vlak achter elkaar twee tranen van ontroering. De eerste traan zegt: wat mooi, kinderen die over een grasveld rennen! De tweede traan zegt: wat mooi om samen met het hele mensdom ontroerd te zijn door kinderen die over een grasveld rennen! 'Die tweede traan maakt kitsch pas tot kitsch.'

Waarna Kundera het begrip verder uiteenrafelt in varianten als American kitsch en sovjetkitsch, om uiteindelijk ook de functie ervan vast te stellen: kitsch is een kamerscherm om de dood aan het gezicht te onttrekken.

Beter dan hij heeft niemand het wezen van kitsch weten te vangen. Maar ook Kundera's beschouwing biedt lang niet in alle gevallen uitkomst. Zouden er werkelijk twee dikke tranen over de wangen van de kitschkijker of -luisteraar biggelen, dan had je een proef op de som. Maar zelfs het zigeunerinnetje, ongekroonde kitschkoningin, schreit niet meer dan één dikke traan.

Hans Wansink hield zaterdag op deze pagina een verhandeling over kitsch en echte kunst, en gebruikte die begrippen om het beleid van staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur te attaqueren. Door om kunst te vragen die aansluit 'bij de beleving van laag-opgeleiden, jongeren en allochtonen' is cultuurbeleid kitsch geworden, vindt hij.

Wansink spreekt van 'hoogstaande cultuur' als iets dat ondenkbaar is zonder goede smaak, en voert kitsch ten tonele als de natuurlijke tegenpool ervan, 'Kitsch is effectbejag dat geen inspanning of concentratie vraagt.' Het hoort wat Wansink betreft in dezelfde categorie thuis als pornografie en reclame.

Je zou wensen dat het er in de kunst zo simpel aan toeging als Wansink doet voorkomen. Heel die rituele rondedans om de kunstsubsidies die vandaag zijn finale beleeft zou dan kunnen worden vervangen door de uitspraken van een paar keurmeesters die 'de goede smaak' van Wansink delen.

Dat de werkelijkheid ingewikkelder is dan Wansinks simpele tweedeling doet voorkomen, blijkt alleen al uit het feit dat het oordeel van tijdgenoten over kunst door volgende generaties vaak wordt herroepen. Het is verleidelijk om hier de stoet van artiesten te laten paraderen die in hun tijd voor de allergrootsten werden gehouden, en nu met de nek worden aangekeken. De rij van kunstenaars die ooit werden verguisd, maar wier kwaliteit nu boven discussie verheven is, zou even lang zijn.

Denk alleen maar aan de symbolisten en maniëristen uit de negentiende eeuw, die al vaak zijn meegereisd op de pendule van kunst naar kitsch en terug. Wat als kunst wordt ervaren, en wat als kitsch, hangt samen met factoren die buiten de aard van de kunst zelf liggen.

Componist Theo Loevendie vierde zondag zijn zeventigste verjaardag. In het NOS Journaal vertelde hij over zijn jongste compositie, die begint met stemmige madrigalen, en eindigt met twee vet aangezette trombones die een smartlap-melodie blazen. Veel hedendaagse kunstenaars putten, zoals Loevendie, gretig uit zowel de 'serieuze' als de populaire cultuur. Voor hen is effectbejag niet iets verfoeilijks. Het maakt deel uit van de middelen die hen ten dienste staan.

Sterker nog, een kunstenaar kan het zich helemaal niet permitteren de massacultuur te negeren. Hij hoeft er niet aan mee te doen, maar wie zich geen rekenschap geeft van het effect dat zijn werk sorteert, doet zichzelf en zijn publiek tekort.

Wansink schreef zijn column vanuit de slagschaduw van de kunst met een grote, in brons gegoten K, de kunst van Concertgebouw, Rijksmuseum en Nederlandse Opera. Daar ligt de canon goeddeels vast, de afspraken over wat al dan niet kunst is, zijn al lang gemaakt. Dat is ook niet het terrein waar zich de grote gevechten om de subsidie afspelen.

Wansink verwacht van kunst dat die hem zekerheden biedt, hij hoopt dat zijn 'innerlijk leven betekenis' krijgt, en dat hij erdoor 'in hoger sferen' zal geraken. Heerlijk als kunst die uitwerking heeft, maar ik ben bang dat hij met die romantische idealen steeds vaker bedrogen uit zal komen. De kunst die nu gemaakt wordt, en die het verdient om gesteund te worden, zaait twijfel en desnoods tweedracht, provoceert en brengt je aan het wankelen, gaat in tegen de geoliede loop der dingen die als ideaal wordt voorgespiegeld. Ze komt tot stand in een zone die ver verwijderd is van de kunst met de bronzen K.

Kunstenaars als Inez van Lamsweerde of Jeff Koons, Arnon Grunberg of Brett Easton Ellis, Alain Platel of Atelier van Lieshout zoeken bewust de confrontatie op. Ze begeven zich in het schemergebied tussen kunst en kitsch, tussen kunst en pornografie of kunst en reclame. Ze behagen of provoceren, paaien of schmieren, stellen met nadruk de vraag: is dit kunst, of word ik voor de gek gehouden? Ze negeren afspraken, om de twijfel te zaaien die tot nieuwe inzichten leidt.

Wansink heeft gelijk met zijn bezwaren tegen de richtlijnen van Van der Ploeg. Kunstenaars moeten op hun merites beoordeeld worden, en niet op de mate waarin ze jongeren en minderheden denken te bereiken. Voor de verhoging van het welzijn moeten heel andere middelen worden aangewend, want kunst en goede bedoelingen gaan niet samen. Maar met de tweedeling kunst - kitsch maakt Wansink de verwarring alleen maar groter. Kitsch is gewoon een stijlfiguur, en als zodanig een probaat middel in de kunst.

Kundera besefte dat overigens zelf maar al te goed. Lees er in hetzelfde boek maar eens het hoofdstuk over de levend begraven kraai op na, die door de reddende engel Tereza mee naar huis wordt genomen. 'Ze legde wat oude doeken onder de wastafel om het dier te beschermen tegen de koude tegels. De vogel zwaaide telkens wanhopig met de verminkte vleugel en haar snavel stak als een verwijt omhoog'.

Daar mag je best dubbele tranen bij plengen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden