Kunst en geloof, het museum als tempel

Nadat de spiritualiteit van kunstenaars lang werd weggemoffeld (Malevich), wordt die nu soms overdreven (Warhol). Zocht God zijn toevlucht in het museum?

De uitdrukking het kind met het badwater weggooien krijgt bij filosoof Alain de Botton, in zijn vorig jaar verschenen Religie voor atheïsten, een geheel nieuwe lading. Nadat Friedrich Nietzsche God dood had verklaard hebben wij, verdoold geraakte seculieren, meteen maar het hele schip der religie laten zinken, aldus De Botton. Dat vindt hij doodzonde. In zijn boek breekt hij een lans voor herwaardering en soms ook hergebruik van aan religie verklonken 'nuttige en aantrekkelijke aspecten'.


Zelf atheïstisch opgevoed, inclusief een door zijn ouders luid beleden dédain jegens gelovigen, betreurt De Botton het dat hij in één moeite door de 'muziek, gebouwen, gebeden, rituelen, feesten, pelgrimstochten, gemeenschappelijke maaltijden en verluchte manuscripten' in de ban had gedaan. Dat wil hij nu anders, en beter.


Het pleidooi van De Botton brengt het onderscheid in herinnering dat vaak wordt gemaakt tussen twee typen ongelovigen. Het eerste type, onsympathiek gezegd de triomfantalisten, volhardt stoïcijns en onbeschroomd en bij gelegenheid ook fanatiek dat God toch echt niet bestaat. Ooit wonden zij zich op over de naïevelingen die wel bleven geloven, nu moeten ze erom grinniken.


Het tweede type betreurt het dat God niet bestaat - de sentimentalisten. Schokschouderend erkennen dat God een verzinsel is van naar het Hogere snakkende mensenkinderen, maar intussen wel omfloerst genieten van de Matthäus Passion en de fresco's van Giotto. Zo bezien is De Botton sentimentalist.


Met een iets welwillender houding is het eerste type een streng en consequent debater die er oprecht van overtuigd is dat anderen die wél geloven heel wat beter af zijn indien zij van dit geloof afvallen. En is het tweede type een gevoelige natuur die, zelf ongelovig, zijn gelovige medemens met een soort seculier-oecumenisch gebaar de hand drukt. Religie voor atheïsten is de boekgeworden variant op die heus wel oprechte maar vaak ook licht zweterige handdruk.


Ik meen dat Ronald Plasterk claimt de term 'ietsist' te hebben uitgevonden, om de mens te betitelen die God heeft afgeschreven maar wél in iets hogers, verhevens, subliems gelooft, of wil geloven. Maar hoe noem je de mens die evenmin een boodschap heeft aan 'het hogere', maar die wel kan en wil genieten van alles wat gemaakt is uit naam daarvan? Verstekelingen op Fregat God/Boeddha/Krishna/Allah?


Lastige vraag.


Nog lastiger is de knoop waarin atheïstische hardliners raken wanneer ze hun hechting aan het werk van religieus geïnspireerde kunstenaars toelichten. Theodor Holman vond 'iedere christenhond een misdadiger', maar zijn favoriete Nederlandse schrijver is de tot het katholicisme bekeerde Gerard Reve, naar Holmans eigen maatstaf toch een christenhond in het kwadraat, namelijk een late bekeerling.


Tegelijk zijn velen op een iets minder radicale manier bekneld door de Holman-knoop. In Religie voor atheïsten ruimt De Botton een apart hoofdstuk in voor kunst, waarin hij al snel aanstipt dat musea 'de leemten opvullen die door de teloorgang van het geloof zijn ontstaan'. Hij constateert dat musea 'in veel landen uitdrukkelijk zijn ingericht als seculiere instellingen waar religieuze kunst (tegen de wensen van de makers in) ontdaan van haar theologische context kan worden bewonderd.'


Die constatering is al zo vaak gedaan dat ze een open deur is geworden. Maar in diezelfde musea staat vaak een twééde deur open, die De Botton over het hoofd ziet. De tocht die de twee openstaande deuren veroorzaken is een door een al dan niet bestaande God aangeblazen orkaan. Midden in die orkaan staat de om de teloorgang van religieuze waarden sippende De Botton - en voelt gek genoeg geen zuchtje wind. Gefixeerd op christelijke kunst uit vroeger eeuwen slaat hij alle religieus geïnspireerde kunst vanaf het modernisme over. Moderne kunst is voor hem synoniem aan seculiere kunst, basta.


Lijntje naar God

Voor veel kunsthistorici is Malevich' 'Zwart vierkant' een beslissend meesterwerk dat de opkomst van de historische avant-garde in de kunst markeert. Maar dat Malevich met dit suprematistische werk een lijntje naar God uitwierp, wordt gewoonlijk weggemoffeld. Toch noemde Malevich zijn zwarte vierkant 'Het gelaat van God'. De dadaïst (en late bekeerling) Hugo Ball omschreef Kandinsky en Picasso 'niet [als] schilders, maar priesters (...), scheppers van een nieuw paradijs'. Van Kandinsky zelf is het pamflet Über das Geistige in der Kunst, waarbij 'Geistig' jarenlang ten onrechte is vertaald als 'vergeestelijkt', terwijl Kandinsky refereerde aan het spirituele.


Talrijk zijn de (al dan niet verstokte) godszoekers, reikers naar het Allerhoogste, bekeerden, spiritueel aangeraakten, fanatiek schilderende mystici en zelfbenoemde transcendentalisten. In de kunst van eind 19de en 20ste eeuw. Neem enkele sleutelfiguren uit de Nederlandse pre-moderne en moderne kunst. Domineeszoon Van Gogh was hulppredikant in Engeland en bracht het er als dominee in België niet goed af voordat hij zich tot de schilderkunst wendde - maar ook in die jaren ging de worsteling met het doek gelijk op met de worsteling met de Heere. Mondriaan hechtte evenzeer aan strenge geometrie in zijn werk als aan streng beleden theosofie. Jan Toorop bekeerde zich in 1905 tot het katholicisme. Decennia later vergeleek Bert Schierbeek een optreden van Lucebert met zenboeddhisme.


In de Verenigde Staten roerden zich in de jaren vijftig en zestig de Abstract Expressionisten, en naarmate deze kunstenaars meer en meer tot de canon zijn gaan behoren, wordt ook hun religieuze geïnspireerdheid steeds sterker benadrukt. Ad Rheinhardt beperkte zich na 1953 tot het maken van zwarte monochromen en vergeleek het aanschouwen van een zwart schilderij met het proces van zenmeditatie. De befaamde verticale strepen in de kleurvlakken van de abstract-expressionist Barnett Newman waren naar eigen zeggen geïnspireerd op kabbalistische teksten. Titels van Newman als Cathedra en StationsoftheCross zouden verwijzen naar radicale transcendentie. In de recent verschenen studie Kunst van hemel en aarde van hoogleraar esthetica Wessel Stoker belichamen deze twee werken van Newman 'het zwijgen van een onbereikbare God'.


Van alle abstract-expressionisten verleidt het werk van Mark Rothko tot de grootst denkbare woorden als het gaat om godzoekerij, spiritualiteit en 'radicale transcedentie'. Maar misschien volstaat het nuchtere feit dat Rothko eind jaren zestig de opdracht aanvaardde om schilderijen te maken voor een nieuw te bouwen achthoekige kapel in Houston, bij de opening waarvan in 1971 religieuze leiders aanwezig waren van het protestante, katholieke, islamitische, grieks-orthodoxe en joodse geloof.


Wie in de catacomben van de religieuze aspecten van het werk van deze (en andere) kunstenaars wil afdalen, heeft aan Stokers Kunst van hemel en aarde een perfect geïnformeerde reisgids. Tegelijk wekt de subtitel enige verbazing: 'Het spirituele bij Kandinsky, Rothko, Warhol en Kiefer'. Bij drie van deze vier kunstenaars zoemt het woord spiritualiteit al jaren als een hommel rond hun oeuvre. Maar Andy Warhol en spiritualiteit? De koning van de pop-art associëren we met fixatie op massacultuur, opzettelijk zielloos gereproduceerde instant-kunst en een even onbekommerde als verveelde fascinatie voor alles wat glamour en roem te maken heeft. Maar spiritueel?


Dubbelleven

Akkoord, uit de vele Warholbiografieën is inmiddels bekend dat de man die op doordeweekse dagen vanuit zijn Factory temidden van een claque van assistenten en wannabe's zijn pop-art bedreef jaar in jaar uit elke zondag met zijn moeder Julia 'de Heilige' bezocht: een katholiek die voor de meeste van zijn vrienden in the closet bleef.


Maar dit dubbelleven maakt zijn kunst nog niet meteen spiritueel. Maar in 1999 verscheen van Jane Daggett Dillenberger het boek met de spectaculaire titel The Religious Art Of Andy Warhol. Dillenberger verdiepte zich in Warhols vele remakes van Leonardo da Vinci's 'Laatste Avondmaal', en concludeerde dat die meer waren dan reconstructies van een historisch iconografisch kunstwerk: het was tevens Warhols geloofsbelijdenis, uitgedrukt in pop-art-beeldtaal.


In Hemel en aarde onderschrijft Stoker die conclusie. Hij noemt Warhol 'een spirituele business-kunstenaar' en prijst hem omdat zijn remake van 'The Last Supper' in zeker opzicht 'de spiritualiteit (...) direct verbond met de zorgen van alle dag'. Warhol democratiseerde niet alleen de kunst en de reproduceerbaarheid ervan, maar ook maakte hij een spiritueel besef toegankelijk voor de op consumptie toegesneden kleinburger. Door het verschil tussen hoge en lage kunst op te heffen, maakte Warhol een eind aan het vastgeroeste idee dat spiritualiteit alleen gegeven is aan fijnbesnaarde figuren: 'Hij verbindt de wereld van de massamens, de wereld van de consumptie en commercie nauw met zijn christelijke spiritualiteit.'


Stoker moet zich bewust zijn geweest dat hem een vorm van wensdenken zou kunnen worden verweten, en daarom beroept hij zich op de toespraak die Picasso-biograaf John Richardson hield bij Warhols begrafenis: 'Ik zou willen herinneren aan een kant van zijn karakter die hij verborg: de spirituele kant. Degenen van u die hem kenden in situaties die het tegendeel van spiritueel waren, kunnen verrast zijn dat zo'n kant bestond. Maar die was er wel en het is de sleutel tot de psyche van de kunstenaar.'


Voor minder deed Richardson het niet.


Warhol ingelijfd bij spiritueel 'aangeraakte' kunstenaars als Kandinsky en Mark Rothko - er moeten zich nu meerdere kunstenaars tegelijk omdraaien in hun graf. Rothko bijvoorbeeld beschouwde Warhol als de talentloze hogepriester van het banale. Onder het baldakijn van de spiritualiteit passen kennelijk kunstenaars van velerlei pluimage, en het wachten is nu nog op degene die er geen been in ziet om Jeff Koons en Damien Hirst met een paar flinke essayistieke elleboogstoten onder dat baldakijn te duwen. De schedel van Hirst! Al die diamanten waarmee die schedel is 'toegedekt': geven die diamanten niet een soort licht dat we Licht moeten noemen, en tilt dat Licht ons niet op uit een van God gespeend tranendal waaruit we alleen maar kunnen ontsnappen dankzij de spirituele geste van multimiljonair Hirst? Het is maar een suggestie.


Gegeven het groeiend aantal spiritueel geachte moderne kunstenaars dringt zich de gedachte op aan Geert Maks Hoe God verdween uit Jorwerd. Waar vroeg God asiel aan nadat hij uit het Friese dorpje was verdwenen? We weten: in vermomming en onder schuilnaam waart Hij rond in talloze musea van moderne kunst. In Religie voor atheïsten oppert De Botton het idee om sommige musea seculiere tempels te noemen. De uit Jorwerd verdwenen God zal instemmend knikken.


Joost Zwagerman

Foto AKG


Foto AFP/Sascha Schuermann


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.