Kunnen en weten en verantwoordelijkheid

Wat is het verschil tussen 'iets weten' en 'iets kunnen'? En: is het een verkieslijker dan het ander, vanuit levensbeschouwelijk oogpunt?...

Wat je weet, kun je vergeten - en wat je kunt, kun je verleren.Eenvoudige feiten vergeet je vermoedelijk gemakkelijker dan je eenvoudigevaardigheden afleert, maar daar houdt de weging van de verschillen al op.Moet je iemand iets leren, dan doe je er goed aan ervoor te zorgen dat jeleerling straks weet hoe hij het geleerde moet toepassen en bij dietoepassing weet wat hij doet.

Ik weet nog goed hoe het 'weten' als opdracht voor het middelbaaronderwijs werd bespot tijdens de discussie over het studiehuis die opmaandag 7 september 1998 in De Balie in Amsterdam werd gevoerd. Nee,'kennis verwerven' en 'kennis toetsen', het waren lachwekkend ouderwetsebegrippen, die vooral gehanteerd werden door ouwelijke mannen en vrouwen.Die konden, dat was duidelijk, de moderne tijd niet aan. Zij begrepen nietsvan internet, zij hadden het contact met de belevingswereld van opgroeiendekinderen verloren, zij waren de draad kwijt als het om de modernesamenleving ging, ook al heette die 'kennissamenleving', en zij tastten inhet duister omtrent aard en verlangen van pubers.

Dat zij al hun leven lang aan een middelbare school verbonden waren,opgroeiende kinderen hadden of vooraanstaand onderzoeker waren op hetvakgebied van de onderwijskunde, deed niet ter zake. Een zojuistaangetreden staatssecretaris van onderwijs en haar hoogste beleidsambtenaarwisten het allemaal stukken beter en wuifden de bezwaren hoogmoedig weg.Die ambtenaar liet zich inspireren door oosterse meditatie-technieken, dusdie had helemaal lak aan een zindelijke discussie.

Het debat heette 'Heimwee naar de hbs' en het was het slotstuk in eenreeks beschouwingen en debatten die onder die titel in de Volkskrant hadgestaan. Samen met De Balie had de krant de voornaamste deelnemers aan datdebat opgetrommeld om in het openbaar, gezeten in rijkelijk ouderwetsschoolmeubilair, de degens te kruisen.

De stemming was gelaten, op het grimmige af. Het studiehuis werdjuist die maand in brede kring ingevoerd, maar er waren nogal wat bezwarentegen.

Was het wel waar dat begaafde, nieuwsgierige kinderen van tussen de15 en de 18 essentieel verschilden van hun leeftijd- en lotgenoten van hetjaar ervoor? Klopte het wel dat de nieuwe aanpak niet alleen gelukkigerjonge mensen zou opleveren, die met onmetelijk veel meer plezier naarschool zouden gaan, maar ook jonge mensen die over een paar jaar veel betertoegerust zouden zijn om de kennissamenleving binnen te treden en een levenvan permanente educatie aan te kunnen? Was kennis van de eenvoudigste wis-en natuurkundige formules en bewerkingen, de hoofdlijnen en belangrijkstefeiten uit de vaderlandse en internationale geschiedenis, inderdaad minderbelangrijk dan de vaardigheid die formules toe te passen en die bewerkingenuit te voeren, of een hoeveelheid bijeen gegooglede word-documenten overeen bepaalde historische episode om te zetten in een paper en het vermogendat fluks door het spellingscontrole-programma te halen?

De meeste leraren en rectoren vonden van niet. De meeste ouders enéén hooggeleerde pedagoog vonden eveneens van niet.

Daar hadden de beleidsambtenaren en de staatssecretaris van Onderwijsechter niets mee te maken. Zij hadden besloten dat het studiehuis er komenmoest. Wie er bezwaar tegen had was welbeschouwd niet goed bij zijn hoofd.

Dat het rapport van de Utrechtse onderwijskundige J.D. Immelman doorde vorige staatssecretaris van onderwijs, Tineke Netelenbos, in eenbureaulade was weggestopt, verbaasde haar opvolgster, Karin Adelmund,niets. Alleen het kamerlid Ursie Lambrechts ergerde het dat zij dat rapportniet had mogen zien.

In dat rapport werd uit de doeken gedaan hoe en waarin het studiehuisop enkele proefscholen tekort was geschoten. Tijdens het debat werd eenlijstje aangelegd van alle punten waarop het tekort zou blijken teschieten. Dat lijstje interesseerde de staatssecretaris en haar ambtenaarniet. Zij hadden, vonden zij, het gelijk aan hun kant.

Wij zijn nu zeven jaar verder. De universiteiten organiserenbijlessen wis- en natuurkunde om hun eerstejaars op het gewenste niveau tebrengen, de docenten in de geesteswetenschappen zijn verbijsterd over hetgebrek aan kennis van zaken bij hun nieuwe studenten en de berichten overmopperende leraren, ouders en kinderen zijn legio: slecht onderwijs kweektonzekere mensen. De inventarislijst van de klachten is woordelijk gelijkaan wat wij op 7 september 1998 opschreven.

Dat minister Maria van der Hoeven zich inmiddels kritisch heeftuitgelaten over het studiehuis is niet verbazingwekkend. Nee,verbazingwekkend, verbijsterend is, dat de woordvoerder onderwijs van dePvdA-fractie haar is bijgevallen.

Vergeten wie het verzonnen heeft en wie het door dik en dun, tegenalle redelijke bezwaren in wilde doordrukken?

Kennelijk beter in 'kunnen' dan in 'weten', gewiekster in'vaardigheden' dan 'kennis van zaken'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden