Nieuws Kamerleden

Kunnen de onkostenvergoedingen voor politici in Nederland door de beugel? Het kan in Europa nog bonter

Bijna dertig jaar lang incasseerden Kamerleden ongestoord toeslagen voor beroepskosten, binnenlandse reizen en verblijfskosten. Nu er bij Dion Graus en Theo Hiddema twijfels zijn gerezen over de hoogte van hun toeslagen, laait ook op het Binnenhof de discussie erover op. Vier vragen.

Het Binnenhof Beeld Raymond Rutting

Waar zit het probleem in Nederland?

Een Kamerlid in Nederland verdient 109.000 euro per jaar, inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Daar komen nog wat onkostenvergoedingen bij voor binnenlandse reizen (4.900 euro netto per jaar) en beroepskosten (2.762 euro). De toeslag voor verblijfkosten in Den Haag is veruit de belangrijkste. Hoe verder iemand weg woont, hoe hoger de vergoeding. De logica: een Kamerlid dat van ver komt, maakt waarschijnlijk meer kosten voor logies en verblijf in Den Haag. De maximale vergoeding is 24.000 euro per jaar; zo kan het voorkomen dat een Kamerlid maandelijks meer krijgt overgemaakt dat een minister.

Ook onder Kamerleden wordt nu de vraag gesteld of de huidige methode wel zinvol is. De relatie tussen de verblijfkosten en de afstand tot het officiële woonadres is lang niet altijd duidelijk. Iemand die iedere dag naar huis reist op 151 kilometer afstand, krijgt toch geld voor 140 overnachtingen in Den Haag. Een Kamerlid dat ergens bij een vriend kan logeren, int eveneens de totale vergoeding, ook al heeft hij geen kosten. 

In hoeverre wijkt de Nederlandse vergoedingsregeling af van andere Europese landen?

De Nederlandse basisvergoedingen zijn vergelijkbaar met de Belgische bedragen: een Vlaams parlementslid strijkt maandelijks 7.611 euro op als basisvergoeding. Daarnaast heeft hij recht op een onkostenvergoeding van 2.131 euro, een reiskostenvergoeding, jaarlijks vakantiegeld en een eindejaarspremie. Verschil tussen de Belgische en Nederlandse regeling is de controle: Vlaamse parlementariërs die bij meer dan de helft van de stemmingen afwezig zijn, verliezen 60 procent van de schadeloosstelling.

In Europa keert de Italiaanse overheid de hoogste vergoedingen uit om haar parlementariërs te belonen. De Italiaanse parlementsleden kregen in 2016 het hoogste salaris (167.000 euro per jaar) van alle EU-lidstaten, tien keer zo veel als in Bulgarije. Naast de basisvergoedingen ontvangen Italiaanse parlementariërs 3.503 euro onkostenvergoeding om in Rome te verblijven. Dit geldt ook voor parlementsleden die al in de hoofdstad woonden; verantwoording is niet nodig. Ook op reiskosten wordt niet beknibbeld: tot drie jaar geleden declareerden de Italiaanse parlementariërs samen gemiddeld 1 miljoen euro aan reiskosten.

In Duitsland krijgen de volksvertegenwoordigers een basissalaris van 9.780 euro, waar ze geen belasting over hoeven te betalen. Omdat de Duitse parlementariërs naast de Bondsdag ook een kiesdistrict vertegenwoordigen, ontvangen ze 4.418 euro (belastingvrij) voor de werkzaamheden, zoals het kantoor met bijbehorende benodigdheden in het kiesdistrict of een woning in Berlijn. In de Bondsdag is voor ieder parlementslid een kantoor ingericht van ruim 50 vierkante meter, inclusief communicatiemiddelen en meubilair. Daarnaast kunnen alle parlementariërs gebruikmaken van een dienstauto en krijgen ze een gratis vervoersbewijs voor de trein. Ook binnenlandse vluchten worden volledig vergoed. 

Liggen parlementariërs over de grens ook onder vuur door overheidstoeslagen?

In de afgelopen jaren ontstond vooral commotie om de toeslagenregelingen in Italië en België. De lange voorbereidingstijd voor de verkiezingen in Italië had verschillende oorzaken, maar een van de voornaamste was het royale parlementaire pensioen. De Italianen konden vorig jaar maart naar de stembus. Daar ging liefst een kleine vier maanden voorbereidingstijd aan vooraf; precies genoeg zodat vrijwel alle volksvertegenwoordigers vier jaar zitting hadden in het parlement en daardoor recht kregen op een door de overheid betaalde, levenslange pensioensregeling.

In België kwamen afzwaaiende parlementariërs onder vuur te liggen vanwege hun riante vertrekregeling, die boven op het pensioen komt. In geen West-Europees land worden vertrekkende Kamerleden rijker beloond. Hoe langer zij in het parlement zetelen, hoe hoger de zogeheten uittredingsvergoeding. Zo heeft Eric van Rompuy, volksvertegenwoordiger sinds 1985, recht op liefst 477.000 euro. De publieke druk bewoog Herman De Croo ertoe af te zien van de regeling, maar andere politici haalden zich de volkswoede op de hals door dat niet te doen.

Wat gaat er nu gebeuren in Den Haag?

Naar verwachting zal er in het presidium – het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer – nog gesproken worden over de huidige aanpak. Kamerlid Hiddema wil hoe dan ook een gesprek om te kijken wat er met zijn vergoedingen moet gebeuren. Hij woont officieel in Maastricht, maar in de praktijk vooral in Amsterdam. ‘Niemand vanuit de Tweede Kamer heeft mij erop gewezen dat mijn correcte opgave – ‘ik woon in Maastricht’ – wel eens een niet terecht financieel voordeel voor mij kon opleveren’, zegt Hiddema nu. 

Een groter probleem is Dion Graus. De PVV’er wil zelf dat er een onderzoek komt naar de door hem geïnde verblijfkosten, maar bij de rest van de Kamer bestaat er huiver om dat ook te doen. Verwijten van ‘een politiek proces’ liggen op de loer als andere partijen een in opspraak geraakt Kamerlid gaan onderzoeken. De hoop is dan ook dat PVV-leider Wilders zelf nog actie onderneemt, maar daar lijkt het vooralsnog niet op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.