Kungfu als pure dans

Choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui maakte een dansvoorstelling met kungfu-monniken uit de Shaolin-tempel. Een unicum, de monniken traden niet eerder naar buiten met hun vechtsport....

Het jochie weet zich geen raad met het applaus dat nogmaals, en nu alleen voor hem, uit de zaal van het Londense Sadler’s Wells opstijgt. Watervlug probeert hij zich achter zijn begeleider te verschuilen, terwijl het publiek hem vertederd aanstaart. Dong Dong, de 10-jarige ‘babymonnik’ uit het Shaolin-klooster in China, beroemd om zijn kungfu-traditie, is toch een beetje de held van de avond. Buitelend en klauterend heeft hij zich op de dansvloer vermaakt. De Belgisch-Marokkaanse Sidi Larbi Cherkaoui (32) noemt hem trots ‘mijn medechoreograaf’.

Samen met zeventien andere monniken, allemaal jongvolwassenen, heeft Dong Dong zijn slaapzaal op een stille berg in de provincie Henan tijdelijk verruild voor vliegtuigen, theaters en hotels. Volgende week staat de dansvoorstelling Sutra in Groningen, als opening van het festival waarmee de Stadsschouwburg zijn 125-jarige bestaan viert. Sutra wordt gedanst door de monniken en Cherkaoui zelf, die in de voorstelling een trouwe partner van het kind Dong Dong is. Uitgangspunt voor de choreografie zijn de kungfu-variaties van de monniken en de manshoge kisten die de Britse kunstenaar Antony Gormley voor Sutra maakte, voor elke danser één.

De samenwerking met de boeddhistische Shaolin-tempel, die min of meer als de bakermat van de kungfu geldt, is een unicum. Niet eerder traden de monniken naar buiten met hun vechtsport. Kungfu heeft weliswaar talloze volgelingen met eigen scholen en spectaculaire shows, maar daarmee worden de monniken niet graag geassocieerd. Zij vinden zichzelf de echte meesters en die gooien zichzelf niet in de uitverkoop; recentelijk nog spanden ze een rechtszaak aan tegen het misbruik van ‘Shaolin’ als merknaam.

Via een bevriende Japanse impresario kwam Cherkaoui in het klooster terecht, om afstand te nemen van de hectische mallemolen die zijn leven de laatste jaren, met alleen maar tournees, was geworden. Tijdens deze retraite ontstond het plan een dansproductie met de monniken te maken.

Dat Sutra er is gekomen, heeft te maken met wederzijdse interesse. Het mag simpel klinken, maar het ‘klikte’ tussen Cherkaoui, die religie regelmatig tot onderwerp van zijn voorstellingen maakt, en de abt, een kunstliefhebber die zelf kalligrafeert en Cherkaouis ideeën met de kisten prachtig vond, ‘totaal anders dan de commerciële shows’. De ochtend na de première, in een van de piepkleine kleedkamers van Sadler’s Wells, praat Cherkaoui over de Shaolin-tempel alsof het zijn thuis is. Hij koestert de gastvrijheid en intellectuele openheid van de monniken. ‘En het was ook lekker om met mensen op te trekken die net als ik geen vlees eten, geen alcohol drinken en de hele dag fysiek bezig zijn.’

Zonder deze herkenning was er natuurlijk niets van de grond gekomen. Toch is de samenwerking ook een kwestie van wederzijds belang geweest: Cherkaoui kon zich verliezen in een nieuwe inspiratiebron, voor de monniken is Sutra naar eigen zeggen een manier om hun kennis en filosofie te verspreiden. En misschien is het simpelweg ook zo dat de monniken meegaan met hun tijd en de hernieuwde openheid van China. Want hoe strikt hun dagindeling ook is en hoe weinig ze hun familie ook mogen zien, mobieltjes hebben ze wel, zo blijkt in de wandelgangen van het theater. En naar de Olympische Spelen kijkt iedereen, ‘natuurlijk!’

~

Op het toneel van Sadler’s Wells halen de monniken allerlei toeren uit met Gormley’s kisten. Ze duiken erop, erin, eruit, ervoor, erachter en ernaast. Ze leggen ze neer op de grond, zetten ze rechtop richting hemel. Ze verspreiden of stapelen ze. Met de kisten is Sutra feitelijk begonnen. Voordat de repetities in China begonnen, vlakbij de tempel, had Cherkaoui een van de monniken naar België gehaald om te kijken ‘of ze wat met elkaar konden’. Om hun verschillen in taal en in bewegingsachtergrond te overbruggen, zette hij Gormley’s kisten in – het maakte het makkelijker aanwijzingen te geven over hoe en waar te bewegen. Gormley was not amused toen hij zag dat Cherkaoui zijn rechthoekige ‘evenbeelden van de mens’ aan de wandel ging en ze tot danspartners van de monniken promoveerde.

Voor Gormley representeren de kisten, die aan één kant open zijn, het collectieve kloosterleven. Door het veelzijdige gebruik veranderen ze echter ook voortdurend van betekenis. Wat als een ‘ingang’ voor het werkproces begon, werd langzamerhand de inhoud van het stuk. Dan weer liggen de kisten als lotusbloembladeren in een cirkel of vallen ze om als dominostenen. Dan weer zijn het stapelbedden of doodskisten, barricaden of muren. Soms beschutten ze, soms knellen ze. Voor Cherkaoui zijn ze nu eens het lichaam dat de geest niet vrijlaat, nu eens de geest die het lichaam gevangen houdt. De 23-jarige Wang Hui, die al bijna zijn halve leven in het klooster woont en de Chinese tolk herhaaldelijk passeert met een mondje Engels, ziet het zo: ‘Onze kungfu en de kisten helpen ons om jullie te laten zien hoe wij leven en wat we belangrijk vinden. Sutra gaat over ons.’

Voor een dansvoorstelling met leden van een religieuze orde, is Sutra opmerkelijk licht van toon. Cherkaoui: ‘Monniken zijn gewone mensen, die net als ik grapjes maken om dingen die tijdens het eten of het repeteren gebeuren. Religie is een spel. Ik zie religie als het in werking zetten van je persoonlijke geloofssysteem. In elk geloofssysteem beeld je je dingen in. Of er wel of geen God is, of iedereen met elkaar verbonden is of juist niet. Als ik als kind de afwas deed, wilde ik mijn bord altijd in het vierde rekje zetten. Mijn monniken hebben ook hun rituelen en manieren om daaruit te breken. Als je het zo bekijkt, wordt religie veel onschuldiger.’

~

Het Shaolin-klooster is een vreedzaam oord met sinds 1949 de status van rijksmonument. Dat was niet altijd zo. De 1500-jarige geschiedenis staat bol van de opstanden tegen vijandige dynastieën. Met kungfu (wat vrij vertaald ‘iets goed kunnen doen’ betekent) beschermden de monniken hun lijf en tempel tegen roversbenden en andere belagers.

In de tempel leven ongeveer zestig monniken. Het ene deel mediteert. Het andere deel, de zogenaamde warrior monks, wijdt zijn dag aan kungfu. In het boeddhisme ging kungfu geleidelijk een meer spirituele rol vervullen: de levendige, naar buiten gerichte kungfu (‘vuur’) en de stille, naar binnen gerichte meditatie (‘water’) kunnen elkaar versterken. Beide activiteiten gaan in feite uit van eenzelfde essentie, namelijk focus en doorzettingsvermogen. Cherkaoui zegt het iets plastischer: ‘Voor meditatie moet je fysiek goed in vorm zijn, anders val je in slaap. Met meditatie breng je de geest tot rust, met kungfu het lichaam, zodat dat klaar is voor meditatie. Het is de cirkel van yin en yang.’

In Sutra laat Cherkaoui de kungfu-bewegingen vrijwel intact. De kaalgeschoren jongens in hun grijsblauwe kimono-achtige jassen en wijde broeken zetten hun kungfu-technieken als pure dans in. De choreografie ontstaat door de manier waarop Cherkaoui de bewegingen verbindt en in de ruimte plaatst, en een wisselwerking laat aangaan met de muziek, een nieuwe compositie van de jonge Pool Szymon Brzóska. Shaolin-kungfu kent 708 bewegingssequenties, 552 bokssequenties en nog 72 andere technieken om vitale delen te raken. Elke monnik heeft zijn specialiteiten. Of je een goede meester bent, kun je pas na een leven lang oefenen beoordelen. Maar eigenlijk is dat niet het belangrijkste, aldus Wang Hui. ‘Eerst moet je een goed mens zijn. Aardig en eerlijk.’

Toch houdt Cherkaoui het zelf in Sutra wijselijk bij een soort dansante vertaling van kungfu. Ieder zijn ding, zogezegd. De uitwisseling lag vooral op het niveau van de kwaliteit van beweging. Waar de monniken door het flexibele en doorgaande karakter van dans zijn geraakt, noemt Cherkaoui het snelle en abrupte van kungfu: ‘De laatste jaren ben ik steeds meer naar verzoening, naar een soort ‘vrede’ gaan zoeken door zo vloeiend mogelijk te bewegen. Het was voor mij óf zacht zijn, óf destructief. Nu begrijp ik dat explosiviteit ook een manier is om rust te creëren.’

Cherkaoui groeide op tussen een Vlaams-katholieke moeder en een Marokkaans-islamitische vader. Dat bezorgde hem een fascinatie voor en een ruime kijk op religie en leven. Hij wordt gedreven door een diepgeworteld besef van ‘inclusiviteit’, zegt hij. Het is zijn leidmotief: ‘Ik heb een serieus probleem met uitsluiting. Zelfs wat slecht lijkt, maakt deel uit van de werkelijkheid.’ Binnen die visie past ook Cherkaoui’s ruime opvatting van het begrip ‘dans’. Klassiek ballet, stijldansen, hiphop, Chinees paalklimmen, gesticulerende handen: je kunt het allemaal vinden in zijn choreografieën. Ook kungfu annexeert hij zonder blikken of blozen. ‘Alle communicatie door beweging is dans. Lopen, lachen, met je hand door je haar strijken: het toont allemaal wie iemand is.’

Deze anti-hiërarchische en eclectische houding ten aanzien van beweging neemt ook de Vlaamse meester Alain Platel in, bij wie Cherkaoui zijn carrière begon. Zeer eigen aan Cherkaoui is echter dat hij ook de inwisselbaarheid van religies, culturen en tijden steevast tot (achterliggend) onderwerp van zijn werk maakt. Zo ging Foi over het christelijke schuldbesef, Tempus Fugit over de islam en Zero Degrees, gemaakt met de Brits-Bengaalse Akram Khan, over het leven tussen twee culturen. In zijn danstheatervoorstellingen ent hij uiteenlopende beelden en klanken op elkaar. Vooral eeuwenoude mystieke zang, uit zowel Europa als het Midden-Oosten.

~

Voor de kleine Dong Dong is het toneel in Londen zijn speeltuin en zijn de kisten zijn Lego. Rechts vooraan staat een miniversie van het toneelbeeld. Cherkaoui en hij spelen er geregeld mee en bepalen zodoende wat er achter hen in groot formaat staat te gebeuren. Als zij de maquettekistjes omver gooien, gebeurt dit even later geheid ook met de echte kisten. Door de aanwezigheid van Dong Dong werd het spelelement in Sutra nog vanzelfsprekender. Cherkaoui: ‘Bij de eerste repetitie was Dong Dong zenuwachtig. Ik vroeg hem een beetje rond te rennen, ook achter de kisten langs. Opeens zag ik dat hij verstoppertje aan het spelen was. Acteren en spelen vielen samen.’

In de Shaolin-tempel zijn traditie en continuïteit belangrijke begrippen. Jong en oud gaan er samen op, zoals er in het boeddhisme ook geen kwalitatief onderscheid wordt gemaakt tussen mens en dier. In kungfu gaan veel flitsende solo’s zelfs over dieren, en ook Dong Dong slingert graag als een aapje over het toneel. Deze wens alles en iedereen als elkaars gelijken te zien, past Cherkaoui natuurlijk als een tweede huid.

Dat hij zich in Sutra zo verklonken met Dong Dong presenteert, kan op allerlei manieren worden geïnterpreteerd. Het heeft iets van de traditionele meester-leerling verhouding. Maar wanneer Charkoui klem zit in een kist waar Dong Dong makkelijk in past, doemt ook het beeld van een alter ego op: Dong Dong als zijn verloren jeugd of juist zijn eeuwig speelse geest.

Zo goed als Sutra over het leven van de monniken gaat, gaat het ook over Cherkaoui. Over zijn visies op dans en de maatschappij, maar ook over zijn ontmoeting met en positionering ten opzichte van de monniken. Cherkaoui: ‘Van ‘de serieuze regisseur’ werd ik geleidelijk ‘gewoon Larbi, die iets met ons wil ontwikkelen’.’ Van buitenstaander en manipulator werd hij hun gelijke. Toch zijn daar grenzen aan, ook dát vertelt Sutra. Cherkaoui heeft in de voorstelling niet alleen een eigen manier van bewegen, maar ook een eigen kist. Wanneer die tegen het einde van de voorstelling gebroederlijk tussen de andere kisten staat, vormen ze samen een muur. Maar de enige die er niet langs kan, is Cherkaoui. Zoals hij de Shaolin-tempel ook alleen maar kon betreden met een monnik aan zijn zijde. Wat hem rest is die ene spleet. Nieuwsgierig gluurt hij erdoor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden