analyse

Kun je nog zonder schaamte werken bij Shell? ‘Natuurlijk voelt het wel eens ongemakkelijk’

null Beeld Rein Janssen
Beeld Rein Janssen

‘Ik zit in de oliewinning’, dat klinkt niet lekker meer op een feestje. Shell wordt gezien als een megavervuiler die te weinig aanvergroening doet. De Volkskrant vroeg (oud-)Shellers hoe zij dat zien. Schamen ze zich? Of gebeurt er wel degelijk wat?

Het hoofdkantoor van Shell bij het Haagse park Oostduin bestaat uit meerdere gebouwen. Om bij een collega te komen moeten medewerkers van het olie- en gasbedrijf soms een fietspad oversteken. Dan wil het weleens gebeuren dat ze iets naar hun hoofd krijgen geslingerd. ‘Vuile klimaatterrorist!’, bijvoorbeeld.

‘Ik dacht: wat gebeurt hier’, zegt iemand die het recentelijk overkwam. ‘Ik was geschokt en hierdoor te laat om terug te roepen: Wat draag jij bij? Ik ben juist druk bezig met duurzame energie.’

De recente veroordeling voor ernstige olielekkages in Nigeria, de onzorgvuldige werkwijze van Shell-dochter NAM bij de afhandeling van bevingsschade in Groningen – Shell ligt op meerdere fronten onder vuur.

Sigwatch, een organisatie die reputatieschade van bedrijven monitort, bestempelde Shell in 2019 als het op een na meest bekritiseerde bedrijf ter wereld. Toch was het volgens Intermediair vorig jaar weer de populairste werkgever van Nederland. Waarom wil men nog altijd dolgraag voor Shell werken?

In aanloop naar de uitspraak woensdag in de Milieudefensie-klimaatzaak – een mogelijk volgende deuk in het imago van het bedrijf – benaderde de Volkskrant de afgelopen maanden tientallen Shell-medewerkers met die vraag. En met de vraag: hoe ziet u de rol en toewijding van Shell in de energietransitie?

Moleculenclub

Lang niet iedere Sheller is overtuigd van de voortreffelijkheid van het bedrijf. ‘Ik schrok van het gebrek aan kennis over duurzame energie’, zegt iemand die enkele jaren geleden aantrad. Het duurde volgens haar lang voordat de ‘moleculenclub’ een strategie had bepaald rond elektrische energie. ‘Het zijn echt denkers hier, maar ik ben inmiddels wel klaar met strategiediscussies. We moeten het gewoon gaan doen nu.’

Ze had getwijfeld over haar sollicitatie. Zou het Shell werkelijk menens zijn met hernieuwbare energie? Maar ze dacht ook: als ze serieus zijn, dan is er in Nederland geen groter bedrijf dat zoveel kan investeren en zo’n grote impact kan hebben in de energiewereld. ‘Ze kunnen mega-overnames doen en in een klap is het dan een compleet ander verhaal’, zegt ze. ‘Daarom leek het mij heel interessant om voor Shell te werken.’

Er zijn niet veel (oud)-Shellers die zich openlijk uitlaten over het bedrijf. De meesten die door de Volkskrant werden benaderd, wilden niet meewerken aan een verhaal. Zelfs vertrekkers praten niet graag, wat de trouw aan het bedrijf tekent.

‘Merci, ik pas even. Ondanks feit dat ik echt wel een mening heb over mijn oude werkgever vind ik het niet netjes om uit de school te klappen😉’, appte een oud-medewerker. Een ander leek te willen meewerken, maar toen de bedoeling werd uitgelegd, liet ze niets meer van zich horen.

Uiteindelijk sprak de Volkskrant zeven Shellers en twee voormalig medewerkers. Om ze vrijuit hun verhaal te laten doen, worden enkelen anoniem opgevoerd en zijn soms details in hun profiel aangepast om hun anonimiteit te waarborgen. Hun namen zijn bekend bij de hoofdredactie.

Hoge rangen

De vraag ‘wie wil voor Shell werken?’ leeft tot in de allerhoogste rangen van het bedrijf. Scheidend president-commissaris Charles O. Holliday vertelde in zijn speech vorige week, tijdens de aandeelhoudersvergadering, een anekdote uit 2015. In Singapore had hij ‘een medewerker’ zijn mening gevraagd over Shell. Diens antwoord was niet mis: ‘Ik heb een dochter van 13, op school vertelt ze niemand waar ik werk. Ze schaamt zich voor wat ik doe.’ Waaraan die vader had toegevoegd dat te zullen veranderen.

Zes jaar later is nog niet iedereen overtuigd van Shells groene inzet. Recentelijk berichtte The Financial Times over het vertrek van meerdere duurzaamheidsmanagers. Ten minste enkelen van hen zouden vertrokken zijn uit onvrede over het tempo waarmee Shell afscheid neemt van de traditionele olie- en gasactiviteiten ten faveure van wind, zon en waterstof. ‘Mensen vragen zich werkelijk af of er ook maar iets gaat veranderen’, zei een anonieme betrokkene.

Een oud-medewerker postte een vergelijkbare aanklacht eind vorig jaar op LinkedIn. Ze werkte tot 2017 jarenlang bij Shell. Haar overtuiging is nog altijd: hernieuwbare energie maakt in het fossielminnende bedrijf weinig kans, en al zeker niet onder de huidige directeur.

‘Ben van Beurden heeft als hoogste ideaal groter worden dan Exxonmobil’, schrijft ze. Voor haar werd dit bevestigd door de koop van het fossiele bedrijf British Gas (BG) in 2016 – een jaar na de Klimaattop in Parijs. ‘De overname van BG was natuurlijk idioot’, zegt ze met verwijzing naar de 64 miljard euro die daardoor niet meer in de energietransitie gestoken kon worden.

Het juiste hout

Intern zijn ook andere geluiden te horen over het bedrijf met wereldwijd 90 duizend medewerkers. Dat het een wereld is van superslimme mensen, die met megabudgetten inmiddels wel degelijk werk maken van de energietransitie. Dat er meer ruimte is dan eerder voor types die uit ander hout zijn gesneden dan de klassieke Shell-ingenieur met een corporale studententijd in Delft.

Het ‘juiste Shell-hout’ was decennialang zwartgeteerd met olie, schetst iemand die er al een aantal jaren weg is. ‘Mensen die aan zonneparken werken worden gezien als losers. Zelfs gas is niet echt cool. De romantiek van stoere mannen die naar olie zoeken, dat blijft bij Shell toch het echte werk.’

Een achterhaalde weergave van de werkelijkheid, zeggen twee medewerkers uit verschillende duurzame hoeken van Shell. ‘Echt onzin’, benadrukt een jonge ingenieur. ‘Mensen vinden het echt niet meer stoer om olie uit de grond te halen. Precies het tegenovergestelde: iedereen wil bij hernieuwbaar werken.’

Zonnepanelen bij Shell Moerdijk. Beeld Freek van den Bergh/VK
Zonnepanelen bij Shell Moerdijk.Beeld Freek van den Bergh/VK

Een collega bij een andere afdeling beaamt dit. ‘Pipeline engineers die tegen hun pensioen aanzitten, zingen het nog wel uit, maar jonge mensen vragen zich af wat ze in die functie over tien jaar nog te doen hebben.’

Het plaatst Shell voor uitdagingen. 95 procent van de investeringen ging in 2019 nog naar het vinden en oppompen van fossiele brandstoffen. Terwijl volgens meerdere bronnen een vergelijkbaar percentage van de sollicitanten bij Shell op een duurzame plek terecht wil komen.

Marges

Voor Shell draaide de vergroeningsstrategie volgens sommigen te lang om de vraag: hoe kun je net zulke hoge marges persen uit ‘duurzaam’ als uit de high-risk-high-reward olie-industrie. Door die hoge marge-eis greep Shell bijvoorbeeld pijnlijk mis bij de overname van het relatief groene Eneco.

Na een trage start is Shell inmiddels echt op gang gekomen met hernieuwbare energie, zegt de vrouw die zich zo verbaasde over het gebrek aan kennis over duurzame energie. ‘Enkele jaren geleden was het: laten we wat proberen met duurzame energie. Nu is het menens en heb ik de afdeling New Energies met een factor 25 zien groeien en worden investeringen fors opgeschroefd.’

Ze spreekt van opwindende tijden. ‘Geld is het probleem niet, eerder de mogelijkheid om te investeren. Ik zou in Nederland niet weten waar we op korte termijn 10 miljard euro in de energietransitie kunnen stoppen.’

Ook voor de jonge ingenieur is Shell dé plek. ‘Met de kennis en vaardigheden die ik heb opgedaan tijdens mijn technische studie is Shell in Nederland een heel logisch bedrijf om voor te gaan werken’, zegt hij. ‘Niet omdat ik nou per se bij Shell wil zitten, maar omdat de energietransitie in mijn ogen de belangrijkste uitdaging van deze eeuw is. Er zijn weinig andere plekken waar ik zoveel kan leren op dit gebied.’

De jonge ingenieur denkt dat hij zelf bij Shell het verschil kan maken, maar vraagt zich soms wel af: wat drijft mensen zonder technische achtergrond bij dit bedrijf? Zoals juristen, marketeers en financiële types, die ook in totaal andere sectoren kunnen werken? Marc van der Wiel is brand manager bij Shell. Hij wilde alleen meewerken als hij zijn schriftelijke antwoorden eerst kon voorleggen aan de communicatieafdeling.

Biobrandstof

‘We zitten momenteel in een klimaatcrisis en ik werk voor een organisatie die grotendeels olie en gas levert’, zegt hij. ‘Natuurlijk voelt dat weleens ongemakkelijk. Maar de oplossing is niet om bij een ander bedrijf te gaan werken en te doen alsof mij dan geen blaam meer treft. Eigenlijk vind ik dat iedereen zich ongemakkelijk moet voelen, bijvoorbeeld als ze een vliegvakantie boeken of de thermostaat op 22 graden Celsius zetten in huis.’ En, zegt hij net als andere medewerkers: ‘Shell doet veel meer dan mensen zich realiseren’.

Lauran Wetemans is een van de managers die zich de geur van olie nog nauwelijks kan herinneren. Hij werkt al 25 jaar bij Shell. Sinds anderhalf jaar geeft hij leiding aan onder meer de Braziliaanse Shell-dochter Raizen, een van ’s werelds grootste producenten van biobrandstoffen.

Hij heeft het gevoel dat Shell juist aan het front staat bij de energietransitie. Hij somt op: in 1998 had Shell al een renewables-tak, in 2000 werkte Shell aan zonnepanelen en aan waterstof, in datzelfde jaar introduceerde het bedrijf de betere benzine Shell Pura. Maar elke keer was het hetzelfde liedje: ‘Het slaat niet aan’, ‘Geen haalbare kaart’.

Hij zou graag willen dat het sneller ging. ‘Ik weet uit eigen ervaring dat we als Shell de markt kunnen beïnvloeden.’ Maar Shell kan het niet alleen. Jaren werkte hij aan de transitie van zware stookolie naar schoner biogas in de scheepvaart en het zwaar transport. ‘Maar er waren geen vrachtwagens of schepen die daarop konden rijden en varen.’

Klimaatzaak

Shell mag dan in potentie het verschil kunnen maken in de energietransitie, volgens critici als Milieudefensie laat het bedrijf dit schromelijk na. En dan maakt het wereldwijd ook nog vuile handen, zoals bij de olielekkages in het door corruptie geteisterde Nigeria. Is dit niet lastig voor de wereldverbeteraars die er werken?

‘Shell Nigeria is gewoon een heel lelijk verhaal’, zegt de jonge ingenieur. ‘Ik snap dat het niet zo simpel is, maar mijn gevoel zegt: ruim je troep op en ga daar gewoon weg. Maar ik moet ook eerlijk zeggen, en dat is misschien zwak: deze kwestie is geen reden voor mij om niet bij Shell te willen werken.’ Wat betreft de klimaatzaak die Milieudefensie heeft aangespannen, zegt hij: ‘Shell had gewoon eerder moeten doorpakken met hernieuwbaar.’

Voor meerdere gesprekspartners staan de schandalen en rechtszaken van de multinational los van het eigen werk dat ze voor het bedrijf doen. Of ze plaatsen het ver van zich af. ‘In mijn huidige baan heb ik veel minder zicht op het hoe en wat, anders de algemene strategie’, zegt de een. Een ander: ‘Nigeria, daar weet ik niet veel van, behalve dat olie daarvandaan halen niet de toekomst heeft. Maar het zorgt er niet voor dat ik me schaam voor Shell te werken. Het is een net bedrijf.’

Er zijn gemakkelijk ongemakkelijke vragen over Shell te stellen, zegt ook Tim Baart. Hij is projectleider van een onderzoeksgroep die eerder dit jaar voor KLM de eerste 500 liter synthetische kerosine produceerde. Ook hij wilde alleen in samenspraak met de communiciatieafdeling meewerken aan dit verhaal. ‘Maar het is een groot bedrijf en ik heb niet overal een weloverwogen oordeel over. Ik ben ook maar betrokken bij een klein onderdeel, een onderdeel waar ik me niet ongemakkelijk bij voel.’

Klimaatonzin

Ook de jonge, anoniem opgevoerde ingenieur werkt voor de zonnige kant van het bedrijf en neemt voor lief dat de meeste mensen hem toch zien als ‘slecht’. Dat ze automatisch denken dat hij voor het geld gaat en niet voor het klimaat.

Het omgekeerde gebeurt ook. ‘Dan zegt iemand: ‘O, werk je bij Shell? Nou, ik geloof ook niet in die klimaatonzin hoor’. Dan moet ik me ineens andersom verantwoorden, of houd ik mijn mond maar.’

Shell heeft ogenschijnlijk een lange weg te gaan voordat de buitenwacht het bedrijf zal afficheren als een betrouwbare partner in de energietransitie. Zelfs Shells eigen accountant is kritisch. De plannen van het energieconcern om in 2050 netto geen CO2 meer uit te stoten, kregen niet de goedkeuring van Ernst & Young. De accountanct vond een paraaf bij Shells klimaatbelofte in het onlangs gepubliceerde jaarverslag ‘mogelijk noch passend’.

Of neem de eigen aandeelhouders, van wie vorige week bijna eenderde stemde voor een resolutie van Follow This. Deze groep beleggers wil via aandeelhouders het olieconcern dwingen duurzamer te opereren.

Ook de meeste Shellers die de Volkskrant sprak, beamen dat het een tandje sneller mag met Shells bijdrage aan de energietransitie. Bijvoorbeeld door iemand in de Shell-directie te benoemen met zeer ruime ervaring in duurzame energie, zegt een medewerker. De jonge ingenieur wil af van de disclaimer die de directie standaard op de groene strategie plakt. ‘In line with society’, vrij vertaald: we verduurzamen niet sneller dan de rest.

‘Die passieve afdekking, dat vind ik zwak’, zegt hij. ‘Het is tijd voor iets proactievers. Van mij mag het worden: Shell, ahead of society.’

Met medewerking van Bard van de Weijer

Shell heeft het artikel voor publicatie ingezien om feitelijke onjuistheden te kunnen corrigeren. Van de mogelijkheid een inhoudelijke reactie te geven, maakte het bedrijf geen gebruik.

Klimaatzaak Milieudefensie

Woensdag doet de rechtbank in Den Haag uitspraak in de ‘Klimaatzaak tegen Shell’, een rechtszaak die is aangespannen door Milieudefensie. De zaak is uniek in zijn aanpak. Er is al veel geprocedeerd tegen de klimaatvervuiling door grote bedrijven, maar altijd ging het daarbij om het afdwingen van een schadevergoeding. Met name overheden hebben dergelijke rechtszaken aangespannen tegen energie- en oliemaatschappijen.

Milieudefensie eist echter geen schadevergoeding. De eis gaat veel verder. Shell moet voor het jaar 2030 het aantal ton CO2 dat het uitstoot met 45 procent verminderen. Milieudefensie baseert zijn claim niet zozeer op wettelijke regelingen. Het punt is, volgens Milieudefensie, dat Shell grote schade toebrengt aan het klimaat, en dondersgoed weet wat de gevolgen daarvan zijn.

Milieudefensie beroept zich daarbij op het befaamde kelderluik-arrest uit 1965. Een drankhandelaar had het kelderluik in het Amsterdamse café De Munt open laten staan. Een onoplettende bezoeker viel erin en brak zijn been. De Hoge Raad oordeelde dat de drankenhandelaar aansprakelijk was. Niet omdat er een wet was die het verbood het luik open te laten staan, maar omdat hij had kunnen weten dat sommige bezoekers niet goed opletten. De drankenhandelaar had maatregelen moeten treffen om die ‘gevaarzetting’ te vermijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden