TEST

Kun je de Transporter nog wel een VW-busje noemen?

Blik test auto's, signaleert opvallende autozaken en doet daarvan elke twee weken verslag.Van buiten een bestelbus, van binnen een luxe personenauto. En als je wilt, een compacte camper. Kun je de nieuwe Transporter nog wel een VW-busje noemen?

De nieuwe Volkswagen Transporter, de T6. Beeld ANP

Laat de man in de straat de nieuwste Volkswagen Transporter, de T6, aanwijzen en hij gaat ermee de boot in. Niet alleen omdat die auto wegens nieuwigheid nog nauwelijks in het wild te zien is, maar vooral omdat hij als twee druppels water lijkt op de vorige, de T5. Die trouwens verdacht veel weg had van diens voorganger T4.

Volkswagen-aficionado's zullen de gelijkenis bestrijden en Volkswagens persmensen kunnen je wel kielhalen om dergelijke praat, maar nogmaals: de man in de straat ziet het verschil niet.

En daar is de firma om te bewonderen. Sterker, ze is ermee groot geworden. Want echte liefhebbers, en dan hebben we het over autonerds - in Top Gear-jargon: car nuts - zien uiteraard het verschil tussen de Volkswagen Kever 1966 en die van het jaar erna, of pakweg die van 1973 en het Amerikaanse model van een jaar later. Maar ik zie het niet. Niet snel tenminste en zeker niet op straat.

Test

Gereden Volkswagen T6 California Beach (camper)
Prijs (als camper) vanaf 59.295 euro
Vanafprijs (als T6-bestelbus) 28.680 euro, incl. btw en bpm
Motor/vermogen 2.0 TDI (diesel) / 84 pk
Verbruik 6,3 ltr /100 km (volgens opgave)

Gebruiker

En daarom rijd je bijvoorbeeld met een Volkswagen Golf uit een ver verleden ook niet gauw voor lul voor de goegemeente. Het ding veroudert net zo weinig als een Apple-computer, waarmee je ook jaren na lancering nog moeiteloos voor de dag kunt komen.

Maar we dwalen af, want het is Volkswagen Bedrijfswagens helemaal niet te doen om wat argeloze stoepwandelaars van het uiterlijk van hun wagens vinden, of om de tweedehandsmarkt een beetje in de lucht te houden. Hun gaat het om de gebruiker. En die wil ten eerste niet te veel afwijken van wat de concurrentie rijdt en van wat ze zelf voorheen reden. Ten tweede heeft de plaatselijke pijpfitter, autoreparatieboetiek of klusjesvrouw een godsvermogen uitgegeven aan een handige inrichting met slimme tanks, kekke klepjes en handige handdoekhaakjes. Wie wegens pech wel eens achter in een Wegenwachtbus heeft gekeken, weet wat we bedoelen: in zo'n inrichting gaat de inhoud van een complete werkplaats schuil, inclusief aanpalend magazijn. Het is de wagenparkbeheerder dan ook heel wat waard als dat hele zootje ook weer in de nieuwe lichting bussen past. En verdomd, dat doet het. Aan het chassis en de bevestigingspunten aan de binnenkant is geen cent veranderd.

De wezenlijke wijzigingen zitten in de cabine en onder de klep (beter: achter het dashboard). Want de Volkswagenbus mag dan een nieuwe neus en frisse led-dagrijverlichting hebben, wat écht opvalt is dat dankzij de nieuwe stoelen en de nieuwe materialen in het interieur de bus meer op een Passat of Golf is gaan lijken.

Camperuitvoering

Ook wat hulpsystemen betreft is flink geshopt bij de personenautodivisie. Tenslotte willen bouwvakkers en tuinmannen net zo goed onderweg naar hun klus geholpen worden heelhuids en uitgerust aan te komen. Zo kan de bus met een zijwindassistent worden uitgerust waardoor hij bij storm toch in het rechte spoor blijft, er is een radargestuurde cruisecontrol waarmee de auto op veilige afstand van zijn voorliggers blijft, er is een antibotssysteem voor in de stad en een waker die in de gaten houdt of de bestuurder zijn of haar ogen nog open heeft. Verder een grootlicht-assistent en een remsysteem dat na een aanrijding helpt erger te voorkomen.

We beproefden de nieuwe bus in de camperuitvoering, de versie die door de jaren zeer heeft bijgedragen aan het langdurige succes van de VW-bus. In het zuiden van Noorwegen - waar de kleine camper zijn natuurlijke habitat lijkt te hebben gevonden - liet de auto compleet met keuken en kampeeruitrusting zich zonder morren de hellingen op sturen en over roffelige paden jagen. Even makkelijk zoefde hij zachtjes over glad asfalt. Eenmaal op de kampeerplek kun je niet anders dan ronduit enthousiast raken over de efficiënte inrichting van de bus. Ooit bouwde interieurbouwer Westfalia kale personenbussen om, sinds 2003 timmert de Volkswagenfabriek de campers zelf. Het zijn eigenlijk complete caravans, vol verborgen opbergruimten, een spiegeltje, poppenkeukentje, vier slaapplekken en draaifauteuils. In de schuifdeur zit een campingtafel. Maar het hoogtepunt in het opbergcircus: de twee campingstoelen, die in een opbergtas aan de joekel van een laadklep zijn weggeritst.

En nu we het over die klep hebben: dat zware geval mogen we gerust een minpunt noemen. Gezien de prijs van de camper en gezien het gemiddelde publiek in Zuid-Noorwegen voelen vooral pensionado's zich tot de auto aangetrokken. Maar wie de klep wil sluiten, heeft beslist een meer dan gemiddelde kracht nodig. Elektrische klepbediening lijkt dan ook geen luxe en beslist een standaardoptie waard.

Helaas konden we de bediening van de standkachel zo snel niet onder de knie krijgen, want het kan aan de fjorden ook in de zomer nog verrassend fris zijn in zo'n blikken bus. Desondanks is de compacte camper (dus zonder douche en toilet) hier op zijn plaats. En mocht de nieuwprijs van de T6, die in zijn meest luxe uitvoering de 80 duizend euro aantikt, u toch iets te gortig zijn; de T5 is als occasion ook meer dan zijn geld waard. En het verschil ziet bijna niemand.

De T6-campers zijn van 7 t/m 11/10 te zien op de Kampeer en Caravan Jaarbeurs in Utrecht. Vanaf eind oktober bij het Camper Centrum Nederland in Amersfoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden