Kruistocht voor schone lucht

Met ongekend fanatisme strijdt de New Yorkse burgemeester en ex-roker Bloomberg tegen het roken. Zelfs in cafés mag niet meer gerookt worden....

Soms treft de roker, sinds kort de onbetwiste paria van het New Yorkse landschap, nog een veilige haven. Een klein paradijs van nicotine en blauwe rook. Het ongestoord genieten van een sigaret is sinds 1 april een strafbare daad in alle cafés en restaurants, maar een enkele keer is het geluk met de verslaafde.

José, de barman van het hippe café Elmo in de wijk Chelsea, zet met plezier een asbak op tafel op het terras. Eigenlijk is het nog te koud om buiten te verpozen, maar het stukje trottoir zit vol. Met kleumende, dankbare rokers. Dat mag toch niet meer? 'Ach, die bullshit', zegt José. Hij steekt er zelf één op en trekt boos aan zijn Camel. Schichtig kijkt hij de straat in. Inspecteurs-in-burger bestraffen niet de roker met tweehonderd tot vierhonderd dollar boete, maar degene die het toestaat. Na drie boetes sluiten ze de tent. José, ongevraagd: 'Bloomberg is gek.'

Burgemeester Michael Bloomberg van New York heeft zich in zijn strijd tegen het roken van een ongebruikelijk missionaire kant getoond. Met een geloofsijver die niemand kende van de doorgaans pragmatische politicus, joeg hij het algehele verbod voor roken op werkplekken door de gemeenteraad. Dus ook voor bars en eetgelegenheden.

Verzet was er wel, maar het was zinloos. Bloomberg wilde 'levens redden', van meerokende obers en barkeepers, van rokers zelf. Een kwestie van gezond verstand, riep hij keer op keer. Mensen behoeden voor een vroegtijdige, nare dood, wie kan daar nou tegen zijn? Niemand, en dus zit de helft van de klanten in een bruine kroeg nu gefrustreerd met een tandenstoker te klooien of eindeloos op taaie nachochips te kauwen. Soms staan ze buiten aan een sigaret te zuigen, maar zonder biertje, want alcohol drinken op straat mag ook al niet in de Verenigde Staten.

Het rookverbod is geïnspireerd door Californië, geldt binnenkort ook in de staat New York, en vindt in het hele land navolging. In New York City hangt de ban samen met de levensgeschiedenis van de burgemeester. Bloomberg is een bekeerde roker. Is het wenselijk dat een politicus zijn persoonlijke ervaring tot inspiratiebron van beleid verheft?

Die vraag kwam de afgelopen tijd veel op in Amerikaanse media, en de parallel met George Bush werd getrokken. De president was een alcoholist. Toen hij zich zestien jaar geleden wist te bevrijden van zijn verslaving, hervond hij tegelijk het geloof. Sindsdien bestrijdt Bush fervent alles wat - in zijn ogen - slecht voor een mens kan zijn, en beschouwt hij God en diens zoon als zijn belangrijkste adviseurs.

Volgens de politicoloog Howard Lavine, een kenner van politieke psychologie, toont onderzoek dat persoonlijke ervaring inderdaad vaak een belangrijkere drijfveer voor gedrag is dan geuite attitudes. Of de Republikein Bloomberg zich enkel door zijn verleden als ex-roker laat leiden, durft Lavine als goede wetenschapper niet te zeggen; daar is geen hard bewijs voor. 'Het is niet onwaarschijnlijk. En als het zo is, moet je je afvragen of dit de beste grond voor oordelen en besluitvorming is. Waar het ook vandaan komt - Bloomberg is in deze tijd a-typisch, omdat hij besluiten neemt op basis van overtuiging. Hij laat zich niet leiden door de populaire opinies van dit moment.'

Clyde Haberman, de beroemde stadscolumnist van The New York Times, ging in zijn stukjes tot 1 april fel tekeer tegen het 'missionaire fanatisme' van de burgervader. Haberman volgt de gemeentepolitiek al jaren en vindt dat Bloomberg het over het algemeen heel redelijk doet. Maar volgens de columnist moet 'een volwassen gemeenschap' in staat zijn om een legale handeling een plek te geven, ook al ergeren sommigen zich daaraan. 'Als je tabak buiten de wet plaatst - prima, ik zou er niet eens tegen zijn. Maar roken mag gewoon.' Dat zal ook zo blijven, want de noodlijdende stad verdient miljoenen aan de torenhoge gemeentebelasting op rookwaar. Een pakje Marlboro kost in New York City 7,50 dollar.

De Verenigde Staten noemen zichzelf the land of the free, waar de persoonlijke vrijheid regeert. Toch voeren autoriteiten als Bloomberg er een ware kruistocht tegen 'kwalijk' gedrag. Belangengroepen voor rokers hebben geschreeuwd dat hun 'burgerrechten' er zo aan gaan.

Van oudsher is dit soort overheidsactivisme voor veel Amerikanen onverteerbaar. Zeker de Republikeinse Partij stond altijd voor een zo klein mogelijke overheid die mensen met rust laat. Vrijheid is heilig, inmenging van de overheid op haar best een noodzakelijk kwaad.

Bloomberg gelooft echter in een maakbare, in dit geval rookvrije samenleving. Soms mag de overheid wél in het persoonlijk leven ingrijpen, vindt hij. Waarom? Omdat wij van de overheid weten wat goed voor u is. Hoewel Bloomberg geen neoconservatief is, deelt hij met de 'neocons' een geloof in absolute waarheden. Roken is slecht en moet daarom bestreden worden, hoe de rokers er zelf ook over denken.

Bloomberg verkocht zijn verbodsplan met de zekerheid van morele superioriteit. Haberman ziet het anders: 'Dit is intolerantie vermomd als deugd.' En, met gevoel voor dramatiek: 'Is er werkelijk iemand die denkt dat dit zal leiden tot een goed georganiseerd universum?' Het doet hem plezier dat Bloombergs waarderingscijfers op een dieptepunt zijn beland sinds zijn aantreden in 2002. Minder dan 30 procent van de New Yorkers waardeert het beleid van Bloomberg. Zo laag komt een burgemeester zelden. Volgens Haberman heeft het alles met de smoking ban te maken, al zullen de economische malaise, de stijgende belastingen en een huurverhoging ook een rol spelen.

Er zijn zo veel bronnen van ergernis in de stad, zegt Haberman. Stereo-installaties in cabrio's die oorverdovend door de straat denderen. Moeders met kinderwagens die Central Park op zondag doen dichtslibben. Mensen die de metro in lopen voordat passagiers kunnen uitstappen. Haberman: 'Daar gaan we toch ook geen wetten tegen maken?'

Vermoedelijk niet, maar de regelzucht in New York neemt wel nieuwe vormen aan. De gemeenteraad overweegt een voorstel van een lokale politica die eist dat in alle openbare wc's de mogelijkheid komt om luiers te verschonen. In steakhouses of concertzalen, overal moeten baby's van poepluiers bevrijd kunnen worden. De wet lijkt het overigens niet te gaan halen. Een ander raadslid wil mobieltjes tijdens concerten en films verbieden. Gaan veiligheidsmensen straks opera-liefhebbers fouilleren?

Het verschil tussen roken en andere vormen van (vermeend) irritant gedrag, is natuurlijk dat roken effect heeft op niet-rokers. Daarom behandelt een New Yorkse rechter nu ook een zaak van een huurder die zijn buurman wil dwingen om niet meer in huis te roken. De klager heeft ademhalingsmoeilijkheden, en de rook van het aanpalende appartement zou via open ramen ook bij hem naar binnen zweven.

Voorlopig kunnen de overgebleven liefhebbers van pijp, sigaar en sigaret nog op straat roken. Alleen niet in de buurt van een school, waar bordjes vaak aangeven dat dit een 'rookvrije zone' is. Niet voor de deur van veel bedrijven, waar bordjes staan met een rode streep door een brandende sigaret. En niet in de buurt van types die op straat wildvreemden inpeperen dat jij, en zij als passant, er kanker en andere beangstigende kwalen van krijgen.

De nationale antirookmanie heeft zich als een lopend vuurtje verspreid sinds Californië in 1995 de eerste algemene smoking ban voor publieke ruimten omarmde. Sinsdien wordt de willekeur in de omgang met gezondheidsrisico's in de Verenigde Staten steeds duidelijker.

Zo blijft het bij een collectief schouderophalen over het grootste gezondheidsprobleem in de VS. Dat is niet roken, maar eten. Van alle Amerikanen is 61 procent te dik, volgens het National Center for Chronic Disease Prevention and Health Promotion in Washington. Deze organisatie rept van een 'epidemie' en meldt dat 39 miljoen mensen leiden aan de vetzucht.

Een belangrijke schuldige hiervoor is de fast food-industrie. In zijn boek Fast Food Nation beschrijft Eric Schlosser de wereld van goedkope, lekkere en verwoestend ongezonde hamburgers en friet. Amerikanen besteedden in 2001 110 miljard dollar aan fast food, tegenover 6 miljard in 1970. De sappige hamburgers zijn niet alleen bij bezinestations en supermarkten te krijgen, maar ook in steeds meer ziekenhuiscafetaria's. Negentig procent van de Amerikaanse kinderen eet tenminste eens per maand bij McDonald's.

Schlosser observeert voorts dat de kosten in de gezondheidszorg door vetzucht twee keer zo hoog zijn als de totale winst van de hele industrie van het snelle eetwaar. Zo lijdt dus 'de gemeenschap', ofwel de belasting betalende Amerikaanse bevolking, onder het gedrag van een deel van die gemeenschap. Net zoals niet-rokers niet alleen zelf ziek kunnen worden, maar ook meebetalen aan de zorgkosten van rokers. Toch is er geen weldenkende politicus die zich uitspreekt voor harde maatregelen tegen Burger King, of die pleit voor een hamburgerverbod.

Schlosser is een felle activist voor gezonder eten geworden. Volgens hem moet het Congres McDonald's en andere hamburgerketens verbieden om zich in advertenties specifiek op kinderen te richten. Rookwaar mag sinds begin jaren zeventig ook niet meer op radio en tv worden aangeprezen, en het aantal rokers, ook jeugdige, daalde sindsdien.

Voor velen, ook niet-rokers, gaat de voortgaande vilification (belastering) van de roker alle perken te buiten. 'Er zijn wel belangrijker zaken in New York', snoeft columnist Haberman. De talloze verkeersdoden, de bruine smog waaronder steden als Los Angeles de halve zomer leven, drankmisbruik. Kennelijk spreekt het allemaal minder tot de publieke verbeelding. En dus krijgt het minder aandacht in de lokale en nationale politiek.

Toch is die focus op het roken goed en verklaarbaar, vindt Harold Pollack, hoogleraar zorgmanagement en -beleid van de Universiteit van Michigan. Roken treft ook de niet-rokers.

'Als ik een hamburger zit te eten kun jij wel denken: dom, maar je kunt wegkijken en er is geen probleem. Zo is het niet met roken.' Wel vindt Pollack dat het geld dat met accijnzen aan sigaretten verdiend wordt, besteed moet worden om rokers te helpen van hun verslaving af te komen.

Dat is nou precies wat veel rokers zo boos maakt. Hoezo hulp? Laat ons met rust, is het wanhopige credo. Neem barman José, die in zijn linnen overhemd staat te rillen voor zijn café. Hij drukt zijn sigaret uit en schudt zijn hoofd. Misschien is het omdat hij nog moet wennen aan de ban, maar het gaat allemaal snel bergafwaarts in New York, vindt hij. 'Op deze manier smaakt die Camel me ook niet meer.' Hij vlucht terug naar binnen, café Elmo in, waar de lucht schoon is en tandenstokers populair zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden