Kruisridder tegen undercoverij

Pseudokoop, doorlating van drugs, infiltratie: oud-hoofdcommissaris van politie Jan Blaauw heeft er altijd van gegruwd. Hij ziet zijn gelijk weer eens bewezen met het IRT-rapport....

JAN BLAAUW - J. A. Blaauw (67) - moet je niet te serieus nemen. Al tien jaar niet meer bekend met de duistere wereld van de recherche. Pietje Kruisinga van de christelijke politiebond beweerde het deze week.

Het zal je maar gezegd zijn door de voorzitter van je eigen bond. J. A. Blaauw heeft te veel om handen om zich over zo'n kwalificatie bijzonder druk te maken.

'Kruisinga kan niet alles weten hè, na veertig jaar politie ben ik pas vijf jaar weg. Ze praten over mij als: ''Daar heb je hèm weer. Dat conservatieve geouwehoer.'' Maar zo was ik vijftien jaar geleden al. En toén was ik er nog.'

De oud-hoofdcommissaris is op casual. Doorgaans hult hij zich voor een ontmoeting in strak blauw. Dan wordt als laatste de dasspeld uit de la gehaald. Eentje met twee handboeitjes als versiering.

Blaauw gelooft het wel. Hij draagt zijn sweatshirt van de FBI Academy (waar hij ooit op cursus was) en leidt zijn bezoekers naar de zolder van de eenvoudige tussenwoning in Berkel en Rodenrijs, onder de rook van Rotterdam, de stad waar iedereen hem kent. Tussen de honderden uitgestalde politie-relikwieën voelt hij zich het best thuis.

Vader was een diender, zoon is een diender; een Blaauw is een diender. 'Op links heb ik nog nooit gestemd', klinkt het. 'Ik ben nooit te beroerd geweest om boeven te vangen, dat mag u best weten. Ik heb daarin voorop gelopen en heb het met verrekte veel plezier gedaan. Maar ik heb altijd overeind gehouden: het moet eerlijk spul zijn.'

Tot 1988 was hij dè politieman van Rotterdam. Daarna bouwde hij nog wat af in Gorinchem. Een Drent net als Erik Nordholt, het type politiemanager nieuwe stijl. Die kwam in 1987 in Amsterdam, dus ze zouden elkaar moeten kennen. Vriendjes werden ze nooit. 'Nee, nee, nee.'

Amsterdammers, hou op. 'Wìj Amsterdammers en de rest is boerenpolitie'. Ze hebben zich altijd superieur gevoeld, op het arrogante af. Grote zààjk, zei oud-commissaris Gerard Toorenaar altijd, grote zààjk.'

Blaauw is al maanden in Van Traa. Blaauw is duidelijk. Hij kent geen knellende bindingen, houdt van simpel en is niet bang. Blaauw schreeuwde zich de keel schor in politieland, maar krijgt pas in 1996 zijn gelijk. Van een parlementaire enquêtecommissie nota bene, die over de opsporing dingen opschrijft die hij al 25 jaar lang beweert.

Blaauw kan niet stilzitten en spelt iedere regel over de 'crisis in de opsporing'. Hij kent alle spelers. 'Van Randwijck, daar begrijp ik geen donder van. Ik heb met hem gewerkt. Een uitstekend officier; kwam altijd met een helder standpunt. Ik moet bij hem steeds denken aan wat een Haagse procureur-generaal me eens zei: stuur nooit je beste man naar Amsterdam, want hij brandt gegarandeerd af.'

Let wel: het gaat hem niet om de stammenstrijd. Amsterdam is Amsterdam. Zijn hart ligt bij de Nederlandse politie, bij de recherche, bij het Vak.

Nog één keer Nordholt dan. 'Ik vind het hypocriet om de indruk te wekken dat je in Amsterdam nooit anders gedaan hebt dan schoon rechercheren. Zo is het natuurlijk niet. In Amsterdam is de pseudokoop, met alles d'r op en d'r an, uitgevonden. Dààr heeft men doorgedramd.

'Als Nordholt dan zegt ''we zetten er een punt achter, we gaan schoon rechercheren'', dan wil ik dat best geloven. Maar ik had dat standpunt graag uitgedragen willen zien bij de rest van de politie. Met zijn gewicht had hij toch in staat moeten zijn om mensen ervan te overtuigen dat de politie op het verkeerde spoor zat. Nordholt had die discussie moeten aangaan.'

De pest met de politie is dat het Vak is verloochend. Er wordt te veel gemanaged. 'Korpschefs hebben zich gedistantieerd van de loopgraven. ''Uitvoering'' is bijna een besmet woord. Het gaat allemaal om ''beleid''.

'Op een zeker moment ging iedereen ''bedrijfsmatig werken''. We moesten denken aan het ''politieprodukt''. Waar kunnen we tegen welke redelijke kostprijs nieuwe produkten afzetten - dat soort wartaal. De afstand tussen loopgraven en de leiding is almaar groter geworden. Er moest op een andere manier gerechercheerd worden, projectmatig. Kortom, het vak - want het is een vak - is uitgehold. Wat hebben we met die goeie, echte speurder gedaan?'

Het zou goed zijn, zegt de ouwe, als de manager weer eens terug ging naar het vak van politieman. Het is tijd voor leiders die strategisch kunnen denken, die de misdaadbestrijding kunnen hanteren. Mensen zoals hij.

De lijn-Blaauw is altijd dezelfde gebleven. 'We moeten boeven vangen, maar het moet eerlijk blijven. Er moet iets overeind blijven van onze geloofwaardigheid.'

'Ik heb verscheidene keren als getuige voor de rechtbank gestaan en altijd met de overtuiging: datgene wat ik hier zeg, wordt achter die tafel zonder meer aangenomen, de rechtbank gelooft mij, onvoorwaardelijk. Maar als je in processen-verbaal knoeit, als je dingen verkondigt die achteraf niet juist blijken te zijn, kortom wanneer je niet de waarheid spreekt, dan verspeel je je krediet.

'Ik denk dat dat goeddeels het geval is. En dan wordt er geklaagd over advocaten die lastige vragen stellen. Maar die hebben we zelf gekweekt. Als je de waarheid spreekt, kun je je nooit vergissen. En met klassiek rechercheren kun je in dit land nog best boeven vangen.'

De ontwikkeling van grensverleggende opsporingsmethoden is niet aan hem voorbij gegaan. Blaauw is een ethisch denker, een studieuze man bovendien. 'Eind jaren zeventig moesten we ineens met nieuwe methoden aan de gang. Het was een cultuurbreuk. We moesten zo nodig in de undercoverij, de Amerikanen deden dat immers zo goed.

'We praten in Nederland tegenwoordig ook over frontstores. Ik herinner me een operatie van de FBI in Chicago, opgezet onder de codenaam Speak Easy. Hadden ze zelf een kroeg op poten gezet in de hoop dat daar criminelen zouden komen uithuilen, vandaar dat Speak Easy. Na een jaar hing er het bordje Closed. Het leverde geen flikker op.

'Zo zijn er vele missers geweest. Het gaat me er niet om die te etaleren, maar wel om aan te geven hoe ongelooflijk dom en naïef ook in Amerika door de FBI te werk is gegaan met dit soort technieken. Waarom doen ze het dan? Daarop is maar één antwoord: de drift om te scoren. Anders niet. Het zijn cowboys die zich niet afvragen wat nou eigenlijk het rendement is van hun investering.'

'Ik heb een tijd ethiek gedoceerd op de rechercheschool. Het vak is in 1989 opgeheven. De opleiding moest omgezet worden, meer bedrijfsmatig. Ethiek viel als eerste af. Scoren en nog eens scoren was het parool: zo hoog mogelijk in de boom van de criminele organisatie opklimmen.'

Pseudokoop, doorlating van drugs, infiltratie: die termen zijn aan hem niet besteed. Een infiltrant moet in het milieu volledig als crimineel worden geaccepteerd en tegelijkertijd moet hij in moreel en strafrechtelijk opzicht als plichtsgetrouw politieman overeind blijven. 'Dat is net zoiets als tegen een vrouw zeggen dat ze de hoer mag spelen maar nochtans maagd dient te blijven.'

Infiltratie is geen schoonmaakmiddel tegen zwaar crimineel gespuis. De strijd tegen de crimineel is er een die ons nimmer de eindoverwinning zal brengen. 'Mij is integriteit meer waard dan welke gewonnen slag tegen de misdaad ook.'

Vanaf eind jaren zeventig staat Blaauw te boek als een kruisridder tegen pseudokoop en infiltratie. Het was de tijd dat de recherche zocht naar nieuwe wegen, omdat de drugscriminaliteit een allesoverheersende rol ging spelen. De politie leek daar niet tegen opgewassen.

'De Amerikanen posteerden in Den Haag narcotica-bestrijders om ons te assisteren. Daar keken we het kunstje af. We gingen aan de slag met de undercoverij: het spel van contact maken, vooraankopen van drugs doen, partijen ergens naar toe lokken en dan toeslaan.'

De eerste undercover-actie in Rotterdam, in 1979, leerde hem dat deze weg heilloos is. 'Wij hebben toen een pseudokoper gebruikt. Het was een burger, bekend als Rossige Ben. Hij had contact met de aanbieders van drie kilo heroïne. Op een gegeven moment klapte de val. Het ging geruisloos.

'Over de werkwijze werden geen vragen gesteld, totdat in de rechtszaal de verdediging erop aandrong de pseudokoper te horen. Mijn inzet was: wij zwijgen over zijn identiteit. Ik wilde uitproberen hoe ver we konden gaan.

'Ik moest zelf getuigen. Ik zei de rechter dat ik in het belang van de veiligheid de identiteit van de man niet kon onthullen en dat ik me ook over de tactiek niet wenste uit te laten.' Het Openbaar Ministerie werd niet ontvankelijk verklaard omdat de politie weigerde opening van zaken te geven.

'Ik heb toen tegen mijn rechercheurs gezegd: oké mensen, dit is dus de les. Voor de rechter moeten we toch met de billen bloot omdat de politie geen verschoningsrecht heeft. En omdat wij de identiteit van de pseudokoper niet onder tafel kunnen houden en hem dus niet kunnen garanderen dat ie buiten beeld blijft, is het werken met burger-infiltranten met ingang van heden schluss.'

Voordat het hoger beroep in de zaak diende, eiste Rossige Ben - die een normaal tipgeld had ontvangen - meer geld. 'Zo niet, dan zou hij bij de rechter onthullen dat hij van een rechercheur een stukje hasj had gekregen. Dat had hij nodig om zich in het circuit geloofwaardig te maken.

'Die hasj had natuurlijk nooit gegeven mogen worden. Toch heb ik hem toen gezegd: je krijgt er geen stuiver bij. Ik laat me niet chanteren, zeker niet door een crimineel.

'Voor mij gold vanaf dat moment: dit nooit meer. Dat de politie verdovende middelen levert, kan natuurlijk niet. Vandaag is het een stukkie hasj, morgen is het heroïne en overmorgen zijn het tonnen van dat spul.

'Ik heb in 1980 in het Algemeen Politieblad een verhaal geschreven over verdovende middelen, wat de feitelijke situatie was en hoe we die wel en niet moesten bestrijden. Geen hond die er op reageerde.

'Ik heb in 1982 in hetzelfde blad geschreven hoe het zat met het verschoningsrecht van de politie en de anonieme getuige. Geen hond die er op reageerde.

'En ik heb ten slotte in 1985, dan praten we over dik tien jaar geleden, de balans opgemaakt over infiltratie. Daarin heb ik een standpunt gegeven dat ik al die jaren overeind heb gehouden, maar ook daar was geen belangstelling voor. De pseudokoperij is op poten gezet, er zijn cursussen voor georganiseerd, waar men, om het zo te zeggen, de oppositie niet wilde horen. Het moest en zou gebeuren.'

Waar Rotterdam begin jaren tachtig bovenop de rem trapte, werd in Amsterdam driftig met de nieuwe opsporingtechnieken gewerkt. Tot verdriet en ergernis van Blaauw. 'Amsterdammers, die zich vandaag de dag roomser voordoen dan de paus, waren de atheïsten van toen.'

'Daar kwam pseudokoop veel frequenter voor. We hebben er over gesproken in de Recherche Adviescommissie. In die discussie legde Amsterdam heel concrete voornemens op tafel. We moesten landelijk kunnen opereren in structurele teams. De Amsterdamse chef van de narcoticabrigade, Kees Sietsma, heeft zich daar enorm voor ingespannen.

'Hij verkocht zijn verhaal aan iedereen, behalve aan Rotterdam. Ik heb vanaf het begin gezegd: wij doen niet mee. Ik had mijn buik ervan vol.

'Er werd wel eens een principiële discussie gevoerd over de vraag of je op de glijbaan terechtkwam, of je op een hellend vlak zou belanden. Of je het kunt maken om je mensen drie jaar lang kunstmatig normen te laten verdringen die een politieman erop na behoort te houden.

'Ik voelde me een conservatieve vent die over ethiek praatte. Alles moest vals zijn. Identiteit, gedrag, alles. Maar de Amsterdammers vonden dat het moest. De garantie kwam uit Amsterdam. Sietsma zei altijd: met een goede begeleiding kan er niks fout gaan. En infiltratie zou hèt oplosmiddel zijn om organisaties te ontmantelen. Ik heb zowel het een als het ander betwist.

'Je kùnt niks garanderen. Er komt een moment dat een pseudokoper alleen is, dat ie het maar moet uitzoeken. En de effectiviteit van de methode is van korte duur. Nieuwe bezems vegen schoon, maar slijten ook. Zo'n methode kalft af. In Amsterdam is de pseudokoop ook afgeschaft.

'Medio jaren tachtig is de methode op de klippen gelopen. Er ontstond in de Recherche Adviescommissie een nieuwe groep die de zogeheten projectmatige infiltratie ging propageren, met het inzetten van burgerinfiltranten. Terwijl we dat vrij unaniem begin jaren tachtig vanwege morele bezwaren hadden afgewezen.

'Opeens vond men die methode van doorslaggevende betekenis bij de bestrijding van de criminaliteit. In een tijd van pakweg een jaar of acht, negen is de visie van geen burgerinfiltranten, maar - als het dan toch moet - bij voorkeur politiemensen, omgeslagen naar het andere uiterste.

'De laatste jaren gaat het almaar over burgerinfiltranten. Daar komen verschrikkelijke ongelukken van, dat zie je in het Delta-onderzoek. De zogenoemde groei-informant is bedoeld om hem te laten klimmen in de organisatie. Maar om te klimmen moet je prestaties leveren.

'Hoe hoger een groei-informant klimt, hoe omvangrijker de delicten worden waaraan hij zich schuldig maakt. En hoe meer hij in levensgevaar komt. Want als je een bende oprolt en eentje springt eruit, is het wel duidelijk dat die de boel verlinkt heeft. Het is naïef te denken dat je het dan redt met getuige-bescherming.

'De methode zoals die in de Delta-affaire werd toegepast, had direct gekraakt moeten worden. Een ongelooflijk belangrijke factor in het hele drama was dat de criminele inlichtingendienst zich binnen de politie heeft ontwikkeld tot een geheime dienst die zijn weerga niet kent. Ik ben de eerste geweest die al in 1964 geschreven heeft dat we in Nederland criminele inlichtingendiensten moesten hebben. Maar als ik zie wat het uiteindelijk geworden is. . .

'Men is inlichtingen gaan verzamelen, maar niet om ze uit te wisselen. Het is een oeroud gebruik bij de politie om informatie in de eigen schoenendoos te houden. Daar zijn ze niet los van gekomen.

'Ik vind het een strategische misser van de eerste orde dat toen in december 1993 het IRT klapte, waar Amsterdam altijd nog een aantal maanden over gedaan heeft - van juni tot december - de Raad van Hoofdcommissarissen niet ijlings bijeengeroepen is door iemand die daar gewicht aan zou kunnen geven door zijn functie: de hoofdcommissaris van Amsterdam, tevens betrokkene. Zijn mededeling had moeten luiden: mensen luister eens, dit en dat is er aan de hand. Wat vinden we hier nu van?

'Als men toen tot de slotsom was gekomen dat dit zo echt niet kon, en iedereen open kaart had gespeeld, en men vervolgens naar buiten was getreden met de mededeling aan het Nederlandse volk: mensen daar zijn we aangeland, daar komen we ijlings op terug, dan had men niet alleen heel wat kou uit de lucht genomen, maar had men ook de geloofwaardigheid overeind gehouden.

'Maar wat deden ze? Ze rollebolden met zijn allen over straat, de zaken werden niet besproken. Dat vind ik een blunder van de eerste orde.

'En dan hebben we nu een minister van Justitie die de doorlating van drugs nog volhoudt ook. Ik denk dat ze daar van terug moet komen: dat houdt ze nooit vol. Bij haar vraag ik me af: heb je nou geen adviseurs die in gewone, klare taal uitleggen wat er aan dat zogenaamde doorlaten allemaal vast zit? Hoe we met criminelen in zee moeten gaan, hoe we ons in allerlei bochten moeten wringen om eruit te komen, wat uiteindelijk het rendement is?

'Doorlaten betekent niet meer en niet minder dan het sluiten van een deal met een crimineel die onder de vlag van de politie zijn zakken vult. Daar hebben we nou juist met z'n allen de vingers aan gebrand.

'Het zou mijn minister zijn wanneer ze zich nu op het standpunt stelde dat het beter is ten halve te keren dan ten hele te dwalen. We zijn fout geweest, we zijn absoluut fout geweest. Het inzetten van burgerinfiltranten had nooit mogen gebeuren; du moment dat de Recherche Adviescommissie met het voorstel voor die methode kwam, had dat, ook op politiek niveau, de grond in geboord moeten worden.

Aan de door hem hoog gewaardeerde aanbevelingen van de commissie-Van Traa kan Jan Blaauw er nog wel een paar toevoegen: levenslang voor drugsdealers; hasjschepen naar de bodem van de oceaan laten afzinken; verplicht afkicken voor junks.

Verontschuldigend: 'Ik mag dan een radicale conservatief heten te zijn. Je moet vertrouwen hebben in je mensen. Nou, vertrouwen heb ik, totdat het tegendeel is gebleken. Maar ik wil wel duidelijkheid. En voor de politie geldt: ik wil mensen op geen enkele wijze in gevaar brengen, of op een glijbaan zetten.

Nuchter: 'Overigens, ik houd nog altijd vol dat door mijn opvattingen nog nooit een werkster de laan is uitgestuurd, laat staan twee ministers. Wat hebben we nou uiteindelijk bereikt met heel dat gedonder?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden