Kruijswijk bewijst dat hij kanshebber in grote ronde is

En wordt derde in algemeen klassement van 'de vierde ronde'

Bij vlagen was Steven Kruijswijk afgelopen week in de Ronde van Zwitserland de Steven Kruijswijk in Giro d'Italia van vorig jaar. Hij reed weer omhoog met de betere klimmers uit het peloton, makkelijk herkenbaar aan zijn diep voorover gebogen houding en de combinatie van het zwart-gele shirt van LottoNL Jumbo en het zeegroen - officieel 'celeste' - van zijn Bianchi.

Steven Kruijswijk tijdens de tijdrit in de Ronde van Zwitserland. Foto EPA

Net als toen in Italië zag je hem af en toe uit het rijtje schieten, wat slingerend naar de zijkant van de weg. Vanuit die positie monsterde hij weer zijn tegenstanders. Hoe zitten jullie erbij? Is het aanklampen? Is het meerijden? Is er soms nog iemand die het aandurft om weg te springen? Of zal ik dan zelf maar eens vertrekken? Er zijn er die zo'n vorsende blik op zekere afstand om niet helemaal te doorgronden redenen arrogant noemen.

De wat uitdagende stijl leverde hem zondag dan toch een plek op het podium op, de tree van de nummer drie. In de afsluitende tijdrit van 28,6 kilometer in Schaffhausen, met daarin nog een lastige klim en een snelle afdaling met onoverzichtelijke bochten, eindigde hij als zesde, op 54 seconden van winnaar Rohan Dennis. Wat tegen zijn eigen verwachting in, slaagde hij er niet in om een achterstand van 13 seconden op Damiano Caruso, de nummer twee in het algemeen klassement, goed te maken - hij is geen specialist van het kaliber Tom Dumoulin. De Italiaanse kopman van BMC breidde zijn voorsprong zelfs nog met negen seconden uit.

Eindwinnaar in Zwitserland was de Sloveen Simon Spilak van Katusha-Alpecin. Na zijn winst in 2015 is dit zijn tweede zege in wat wel eens de vierde ronde wordt genoemd, na de Tour, de Giro en de Vuelta. Van zijn marge van 52 seconden op Caruso hield hij er gisteren 48 over.

Kruijswijk was na afloop niet ontevreden. Hij doet weer mee, nadat hij zich in de Giro van 2016 met zijn zelfverzekerde manier van fietsen voor het eerst als kandidaat-winnaar van een grote etappewedstrijd profileerde. Niemand, ook erkende klauteraars als Vincenzo Nibali, Esteban Chavez en Alejandro Valverde niet, fietste toen makkelijker naar boven dan hij, totdat een huiveringwekkende buiteling tegen een sneeuwmuur op Colle dell'Agnello hem het zicht op de eindzege kostte.

In de Giro van afgelopen mei viel er voor hem bar weinig op afstand te monsteren: op de eerste echte test, op de Blockhaus, zag hij de ene na de andere concurrent uit zijn blikveld verdwijnen. Hij kampte met de naweeën van een val in de Ronde van Yorkshire, waarbij hij een barst in zijn ribbenkast had opgelopen. De ploeg verzweeg het lange tijd om de rust rond de kopman te bewaren. Gaandeweg de ronde leek hij zijn vorm te hervinden, hij raakte gewend aan de licht gewijzigde positie op de fiets. Maagproblemen dwongen hem in de slotfase van de Giro op te geven.

In het Zwitserse hooggebergte was weer de observerende Kruijswijk te zien, zelfs enkele aanvallen inbegrepen. De omstandigheden lieten het ook wel toe: er ontbraken nogal wat grote namen. Chris Froome, Richie Porte, Romain Bardet en Fabio Aru waren elkaar op de proef aan het stellen in het Critérium du Dauphiné, Nibali en Thibaut Pinot kozen voor de luwte en Tom Dumoulin stapte in Zwitserland af. Maar de Lotto Jumbo-renner straalde uit dat hij wilde bewijzen dat de voorbereiding op de Giro wel degelijk goed was geweest, dat hij de teleurstelling uit de benen wilde rijden en dat hij nog steeds een kanshebber is in een grote ronde.

Zo goed als in de Giro van 2016 was hij uiteindelijk niet. Zijn aanvallen waren telkens van korte duur, de concurrentie had een antwoord paraat. Donderdag kon hij Domenico Pozzovivo niet bijbenen. Vrijdag moest hij passen toen Katusha-knecht Rein Taaramaë op de klim naar Tiefenbachferner de loper uitrolde voor zijn kopman Simon Spilak. Vooral diens greep naar het geel was een streep door de rekening van Kruijswijk: een achterstand van ruim een minuut was in een rit tegen de klok tegen Spilak, die op die discipline goed uit de voeten kan, moeilijk in te halen. De Sloveen nam gisteren geen onnodige risico's, hij werd vijfde in de etappe.

Voor Kruijswijk was het na 2011 de tweede keer dat hij derde werd in Zwitserland. Dumoulin (2015), Bauke Mollema (2014), Joop Zoetemelk (1980) en Bert Pronk (1977) stonden op dezelfde plek. Eén keer won een Nederlander, in 1976 liet Henny Kuiper de Belg Michel Pollentier 42 seconden achter zich. Tweede plaatsen in de eindrangschikking waren er voor Theo de Rooy (1982), Peter Winnen (1983 en 1987) en Mollema (2013).

Damiano Caruso, Simon Spilak en Steven Kruijswijk. Foto EPA