Krot en klein

De straatkinderen van het nog gehavende Amsterdam, jaren 50 en 60, hadden een soort energie en rauwheid die snel zou verdwijnen, dacht fotograaf Philip Mechanicus. Dat bleek een vooruitziende blik. Zijn foto's zijn nu gebundeld.

Het is het boek dat de Amsterdamse fotograaf Philip Mechanicus altijd had willen maken, maar dat pas acht jaar na zijn dood verscheen: Het straatjongensboek. De uitgave, een bescheiden boekje eigenlijk, bevat een selectie van de foto' s die Mechanicus maakte tussen 1955 en 1962 van de spelende en rondhangende kinderen in het centrum van Amsterdam. De energie spat van de foto's af, hoezeer de stad en zeker de geplunderde, verkrotte Nieuwmarktbuurt ook nog is getekend door de Tweede Wereldoorlog.


Mechanicus (1936-2005), zelf afkomstig uit de Jodenbuurt rond het Waterlooplein, had zichzelf de opdracht gegeven de jongeren die de vervallen straten van het stadscentrum bevolkten, vast te leggen voor ze, zo voorvoelde hij, zouden zijn verdwenen. Wederopbouwwijken en moderne steden zouden andere straatkinderen voortbrengen, niet het soort dat de grauwe, oude, knusse stadsstraten van weleer had bevolkt. Minder rauw, vooral.


Uitgevers liepen destijds niet warm voor Mechanicus' straatkinderen. Maar nu er een imposant overzicht is van zijn veelzijdige werk in het Joods Historisch Museum - portretten, culinaire stillevens, stadsreportages - heeft uitgeverij Bas Lubberhuizen de stoute schoenen aangetrokken. Een bundeling van historische foto's: sinds Fred Schmidt van uitgeverij De Verbeelding er enkele jaren geleden de brui aan gaf, verschijnen ze te zelden.


Mechanicus had een vooruitziende blik. Kom er nu nog maar eens om: schoffies die een zelfgebouwd bootje laten drijven in de vuile gracht. Jongens met stokken (imitatiezwaarden?) in de hand, afgetrapte, tweede- of derdevoets schoenen, uitgedijde haardos als een ragebol op het hoofd. Jongens voetballend tussen blinde muren, rollebollend en vechtend met elkaar over de natgeregende straat. Binkies op een handkar naast kratten met emballage van Coca-Cola. Eentje test, om zichzelf te pesten, of de fles wel echt leeg is door de hals van de omgekeerde fles aan de mond te houden.


Opvallend weinig meisjes bevolken het universum dat Mechanicus in zwart-wit heeft vereeuwigd met zijn Rolleiflex-camera. Misschien beheersten die de techniek van het eindeloos rondhangen op straat minder goed dan de jongens. Misschien wisten zij met behendigheidsspelletjes, poppen bemoederen, het beklimmen van rekken of boodschappen doen het kinderbestaan net iets meer richting te geven. Misschien werden ze vaker dan hun broers en buurjongens binnen gehouden, in de krappe, donkere bovenwoninkjes waarvan de Nieuwmarktbuurt er toen nog zo veel telde. Hoe dan ook: meisjes hebben, bewijst Mechanicus opnieuw, de staat van doelloosheid die synoniem is met hangjongeren nooit weten te overtreffen.


De Amsterdamse jongens werden door de fotograaf met welwillendheid en een warme blik bekeken - het soort hartelijkheid dat ze vermoedelijk op straat niet al te veel ontmoetten. Hun halsbrekende toeren, zoals balanceren op de te smalle draagbalk van een hoge spoorbrug, waren de fotograaf even welkom als de kleine gekte die op gezette tijd bezit neemt van jongens op straat: een trappetje beklimmen aan de smalle, onveilige kant van de leuning, of dusdanig opgaan in een knikkerspelletje dat je lichaamstaal vertelt dat van winst of verlies het voortbestaan van de wereld afhangt.


Mechanicus had de camera altijd op of onder ooghoogte van zijn onderwerp. Door dat lage perspectief tilde hij de jochies als het ware een beetje op. Zette ze op een denkbeeldige sokkel. En richtte een monumentje voor ze op. Eindelijk erkenning.


Sober


De tentoonstelling Philip Mechanicus, Fotograaf is het eerste grote retrospectief van de fotograaf en publicist. Mechanicus werd vooral bekend door zijn sobere, indringende zwart-witportretten van schrijvers, dichters en kunstenaars, die vanaf de jaren zestig werden gepubliceerd in kranten, tijdschriften en boeken. Daarnaast bouwde hij een reputatie op als publicist, met als voornaamste onderwerpen de fotografie en gastronomie.


Het straatjongensboek, Philip Mechanicus. Bas Lubberhuizen, 72 pagina's, 12,95 euro.


Philip Mechanicus, Fotograaf, Joods Historisch Museum, Amsterdam, t/m 27/10. jhm.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden