Kronkelend, breed en diep als de Donau

HET Donau-boek van de Hongaarse schrijver Péter Esterhàzy (1950) verscheen in 1991, het jaar waarin het Sovjet-rijk definitief uit elkaar viel, en is nu in Nederlandse vertaling uitgebracht....

Eens de metafoor voor een cultuur, voor een eeuwenlange verbintenis in liefde en haat tussen de Duitse landen, Midden-Europa en de Balkan, werd de Donau na 1945 een grens tussen Oost en West. Kon na 1991 de oude metafoor worden opgepoetst? Is de oude blauwe Donau nog dezelfde? In zijn boek Stroomafwaarts langs de Donau gaat Esterhàzy op zoek naar de rivier. Naar haar geografische aanwezigheid, maar ook naar de mythen, de gemeenschappelijke herinneringen, de atmosfeer en de zintuiglijke ervaringen die de Donau oproept. De Donau compleet, zogezegd.

De Italiaanse schrijver Claudio Magris schreef in 1986 een boek met de lange titel Donau - Een ontdekkingsreis door de beschaving van Midden-Europa en de crisis van onze tijd. Een doorwrocht en bejubeld boek. Het soort boek waarvan Esterhàzy het niet kan laten het te parodiëren in zijn eigen Donau-boek.

Esterhàzy is een ander soort schrijver dan Magris. Net als in de negen boeken die aan het Donau-boek vooraf zijn gegaan, construeert Esterhàzy een wereld die geen afspiegeling is van de werkelijkheid, maar die de lezer meevoert in de gedachtegang van de auteur om iets van de wereld te begrijpen. In het, postmoderne, schrijverschap van Esterhàzy is de werkelijkheid zelfs bij benadering niet weer te geven. Er is alleen de taal, er zijn de woorden die in de ene context waar kunnen zijn, en leugens in een ander verband. Esterhàzy speelt een spel met de lezer. Wie zich overgeeft aan Esterhàzy's virtuoze taalgebruik, zijn pastiches en stijloefeningen, zijn schijnbaar onsamenhangende fragmenten waarin hij triviale anekdotes over bijvoorbeeld voetballen of de Hongaarse keuken mengt met ironische zelfbeschouwingen, emotionele uitbarstingen en erudiete dan wel ironische verwijzingen naar de literatuur van de hele wereld, maar voornamelijk toch naar die van Hongarije, wordt aan het eind heel wat wijzer. En niet noodzakelijkerwijs verdrietiger.

Esterhàzy is vervuld van een humane deernis over de wereld en biedt inzicht in het menselijk doen en laten, vooral in het handelen van de mensen die wonen in het gebied dat wij, in navolging van de geëmigreerde Tsjechische schrijver Milan Kundera, Midden-Europa zijn gaan noemen.

Als Esterhàzy een boek over de Donau schrijft, wordt dat een boek waarin vorm en inhoud samenvallen. Geen geschiedenisboek, geen reisverhaal, geen roman, maar een boek waarin dat alles samenkomt en dat net zo grillig, kronkelend, breed en diep is als zijn onderwerp. In een duizelingwekkende vaart voert hij de lezer mee langs de Donau, maar ook in allerlei avonturen die de auteur, in de gedaante van de Reiziger, meemaakt. Hij ontmoet vrouwen en schrijvers uit het heden en het verleden, hij bezoekt zijn helden (zoals de stervende Kroatische schrijver Danilo Kis, voor wie hij medicijnen probeert te vinden), vrienden in Roemenië, een land waar de armoede en de goorheid hem schokken, hij wordt verleid, opgelicht en in verwarring gebracht.

En steeds begeleiden hem spoken uit het verleden. De Reiziger, die nu de aanwijzingen van een geheimzinnige opdrachtgever volgt, heeft de reis al eens eerder gemaakt. Toen was hij in het gezelschap van een vagebond van een aangetrouwde oom, Roberto. De schrijver was toen dertien, het jaar was 1963, en hun bezoek aan Duitsland en Oostenrijk was een groot zwelgen in luxe en overdaad geweest. Zij bezoeken samen ook de Oostenrijkse tak van de Esterhàzy's, die nog altijd leven in de stijl waarvan de Hongaarse nazaten van dit aristocratische geslacht voor altijd zijn afgesneden.

Ook oom Roberto voerde destijds een opdracht uit, hij was een dubbelspion, werkend voor zowel de Hongaarse veiligheidsdienst als de Oostenrijkers. Zo wordt ook het familieverhaal van de schrijver een illustratie van de Europese geschiedenis.

De reis die de schrijver als volwassene maakt na de val van de Muur, heeft niet de beklemming en de geheimzinnigheid van toen. Hij mag nu gaan en staan waar hij wil, er is geen Oost en West meer. Daarvoor is een ongemakkelijkheid in de plaats gekomen, de arme Oost-Europeaan met zijn goedkope kleren en zijn slechte manieren valt nog altijd op en wordt vijandig opgenomen door de arrogante westerlingen.

Het Donau-boek is het vierde van Esterhàzy dat in het Nederlands is vertaald, na De hulpwerkwoorden van het hart, Kleine Hongaarse pornografie en Een vrouw. In tegenstelling tot het drietal György Konràd, Péter Nàdas en Imre Kertész, dat in Nederland grote populariteit geniet, is Esterhàzy in Nederland niet echt doorgebroken. In Hongarije is hij veel geliefder en wordt hij meer gewaardeerd. Het verschil in erkenning ligt er misschien aan dat Konràd, Nàdas en Kertész alledrie veel toegankelijker zijn dan Esterhàzy, maar misschien komt het ook doordat zij veel meer passen in het beeld dat de Nederlandse lezer van de Oost-Europese schrijver heeft. Zij zijn alledrie slachtoffer (van vervolging, antisemitisme en in het geval van Nàdas ook nog eens van een vijandige houding jegens homoseksuelen), en hun boeken zijn haast in alle gevallen vanuit het perspectief van de vervolgde geschreven.

De vertalingen van Esterhàzy's boeken in het Nederlands hebben er niet toe bijgedragen dat zijn kwaliteiten ten volle werden getoond. Stroomafwaarts bevat, net als vorige vertalingen, onvergeeflijke missers. Om te beginnen is bij de ondertitel van het boek, De blik van gravin Hahn-Hahn, verzuimd te verwijzen naar Heine's aanval op vrouwelijke schrijvers (ze loeren altijd met één oog naar het papier en met de andere naar een man, behalve gravin Hahn-Hahn die aan één oog blind is). Het zou misschien een ingewikkelde en in dit verband wellicht overbodige verwijzing zijn, maar de ondertitel rechtvaardigt wel een annotatie.

Voorbeelden van simpele fouten: iemand 'aanmelden' (pagina 9) is niet hetzelfde als 'aandienen', wat in de beschreven situatie het gebruikelijke woord is. 'Machinaal' is geen juiste vertaling van zich gedragen 'als een machine' (pagina 8). Vaak is de nuance van een woord of zinswending niet aangevoeld, of is, aangezien het Hongaars geen geslachten kent, een onzijdige vorm in plaats van een mannelijke gebruikt (pagina 27).

Bovendien gaat het niet aan om een woord dat onvertaalbaar lijkt, uit te leggen en te omschrijven in de tekst zelf (pagina 183). Zoiets hoort thuis in een noot. Noten waren voor de Nederlandse uitgave ook niet overbodig geweest om verwijzingen naar de Hongaarse geschiedenis en literatuur te verduidelijken. Maar van een uitgever die niet eens het register overneemt dat in het origineel een dubbele bodem heeft (wegwijzer maar ook parodie op boeken à la Magris), is dat misschien te veel gevraagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden