Kröller-Müller komt met de schrik vrij

De rook zag er eng uit voor het Kröller-Müller, maar net als de meeste herten en zwijnen ontsnapte ook het museum zondag aan de vuurzee op de Veluwe.

AMSTERDAM - De schade van 'het grootste paasvuur ooit' - zoals omwonenden de natuurbrand van dit weekeinde op de Hoge Veluwe noemden - lijkt uiteindelijk mee te vallen. Volgens de brandweer is 350 hectare bos- en heidegebied verloren gegaan. De meeste vogels en dieren op vier poten (hazen, edelherten, zwijnen) hebben zich kunnen redden. Ook het museum Kröller-Müller is intact gebleven.


Zondagochtend leek zich nog een gitzwart scenario te ontvouwen voor de Veluwe. In de vroege ochtend was, door nog onbekende oorzaak, brand ontstaan. De harde wind wakkerde die aan en vanwege de droge begroeiing, door het warme voorjaar, verspreidde het vuur zich razendsnel. Het park moest sluiten voor het publiek.


Medewerkers van het op het park gelegen Kröller-Müller Museum begonnen zich 's middags zorgen te maken. Een ondoordringbare sluier van rook hing boven het park. Het vuur rukte op en leek een bedreiging te vormen voor de schilderijencollectie met een miljardenwaarde. Voor de zekerheid bevochtigde de brandweerploeg van het museum de gevel van het pand.


Toch was van paniek geen sprake. Het museum is voorbereid op bos- en heidebrand in de omgeving. Binnen twee uur verplaatsten medewerkers en beveiligers, uitgerust met witte handschoenen, de driehonderd kunstwerken uit de Van de Veldevleugel naar het brandveilige depot, een inpandige betonnen bunker met muren van een halve meter dik. Het is een klus waar normaal gesproken twee dagen voor wordt uitgetrokken.


Al zou de brand de muren van het Kröller-Müller hebben bereikt, dan nog was er geen man overboord geweest, claimt Rinus Vonhof, adjunct-directeur van het museum. Er is sinds 2006 fors geïnvesteerd in brandveiligheid. Aan de buitenmuren hangen blusapparaten, de ramen kunnen minimaal 45 minuten vuur weerstaan en het dak is van brandvrij koper. 'Maar met kunst ter waarde van miljarden euro's neem je liever geen risico's.'


Al vaker woedden er branden op de Veluwe. In 1976 brandde 400 hectare natuur af. 'We trainen op dit soort noodsituaties', zegt Vonhof. 'De rook voelde wel even bedreigend. Gelukkig draaide de wind. En de brandweer was geweldig.'


Met dat laatste is niet iedereen het eens. De brandweer zou relatief laat, pas tegen het eind van de ochtend, hebben opgeschaald. 'Dat is onvermijdelijk bij natuurbranden', zegt voorlichter Allard Schimmel. 'Dit was een complexe brand die verdeeld over 500 hectare plaatsvond. Om 11 uur dachten we de brand onder controle te hebben. Maar de wind draaide regelmatig, er waren windstoten van 20 meter per seconde. We moesten continu nieuwe scenario's maken.'


Met zo'n 60 blusvoertuigen en 350 mensen werd het vuur uiteindelijk beteugeld. Zondagavond tegen 9 uur kon het sein brand meester worden gegeven. 'De kwetsbare objecten in het park zijn gespaard gebleven', zegt Schimmel. 'Op dit moment zijn we heel tevreden over hoe alles is verlopen. Later kunnen we kijken welke lessen we hieruit moeten trekken.'


Paasmaandag ging het park en ook het museum weer open voor het publiek. Een groot deel van de schilderijencollectie hing weer op zijn plaats. En alleen de parkingang via Schaarsbergen bleef gesloten.

Ramptoeristen

Het park trok veel ramptoeristen, die met eigen ogen wilden zien hoeveel schade de brand heeft aangericht. Aan het eind van de ochtend stond er een file van 3 kilometer tussen Otterlo en Hoenderloo. Veel was er niet te zien. De zwartgeblakerde heide was afgesloten voor het publiek.


'Het veld kan zo'n brand wel hebben. De natuur is flexibel', stelt hoofd bedrijfsvoering Jacob Leidekker toekomstige bezoekers gerust. Leidekker is verantwoordelijk voor het totale beheer van het natuurpark (bos, heide, fauna, gebouwen). 'Als de regen meezit, kan er over twee weken al een groene waas over het veld komen en is over twee maanden nauwelijks meer iets van de brand te zien.'


Lastiger vindt hij het inschatten van de schade onder de kleinere dieren. De vierpotigen zijn de dans ontsprongen, maar Leidekker vreest dat nogal wat vlinders, onder andere gentiaanblauwtjes, en een aanzienlijk deel van de reptielen en amfibieën zijn verbrand. 'De Veluwe is de hotspot voor drie slangensoorten in Nederland. Een deel daarvan is wellicht onder de grond gekropen. Pas over een paar maanden is meer te zeggen over hoeveel de brand hebben overleefd.'


Vandaag komt Leidekker met zijn team bijeen om te kijken hoe ze de schade aan wegen en fietspaden zo snel mogelijk kunnen herstellen. 'We gaan met man en macht aan de slag, zodat de toeristen ook weer in het afgesloten deel kunnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden