Witteman

'Kroketjes èn kwalitatief hoogwaardig voetbal'

Vakantie heeft ook wel degelijk voordelen, bedacht ik toen ik gisteren vanuit Spanje naar huis vloog. Zo zie je bijvoorbeeld nog eens wat: in de oude stad van Barcelona keek ik toe hoe een wankele vrouw van een jaar of zestig, gekleed in de ruïnes van een pauwblauwe avondjurk, zich binnensmonds vloekend over een openbare vuilnisbak boog en met een geoefend gebaar een kunstgebit uit haar verwoeste mond tevoorschijn trok. In een goedgemikte boog kotste ze over de verzamelde schillen, dozen, Kentucky Fried-kippenbotjes en colabekers, waarna ze het gebit weer trefzeker in haar muil terugstopte en zigzaggend haar weg vervolgde door de stomende hitte. Het sprak wel tot de verbeelding, dat kunstgebit, zo blinkend, onvergangelijk parelwit tussen al dat vuilnis en menselijk verval. Je zou er allerlei gedachten over krijgen van vanitas en memento mori en zo - nee, Barcelona is beslist de moeite waard.

En dan hebben ze Gaudí ook nog, die Barcelonezen, tenminste, die hádden ze, tot hij overreden werd door een tram; maar die gebouwen stáán er toch maar, vol schedels en botten en bomen en slakken en God en zo. Ook hebben ze in Barcelona kroketjes die weliswaar anders zijn dan de onze, maar toch ook heel lekker, én kwalitatief hoogwaardig voetbal, hoorde ik van mijn zoontjes. Het kan niet op.

Ik had daar dus best willen blijven wonen en loerde al gretig in de etalages van makelaars, want dat doe ik zowat overal. Vroeger schrokken de kinderen daar altijd van ('Maar mama, moeten we dan hier naar school? We kunnen helemaal geen Slowaaks/ Welsh/ Farsi!' 'Kom op jongens, als Cruijff Catalaans kan leren, kunnen jullie het ook!'), maar tegenwoordig weten ze dat het zo'n vaart niet loopt en gaan op hun gemak verder met wat kinderen zoal doen op vakantie in zo'n overrompelend prachtige en fascinerende stad: het zoeken naar gratis wifi en het drinken van verbazende hoeveelheden Fanta Limón.

Ach, en na een week of twee begin je toch de poes te missen en dan wil je ook best weer naar huis. Dat gaat gauw hoor, in een vliegtuig, een halve oude Vrij Nederland en een KLM-punseliewafeltje en daar sta je alweer in Amsterdam, waar het fris is zonder vestje.

Je doet de deur van je huis open en dan gebeurt er iets bijzonders: je ziet héél even, misschien 30 seconden, je huis zoals het werkelijk is. Die verveloze plinten, die stapels kranten, die gordijnen die echt niet meer kunnen, die halfdode ficus, die honderden wezenloze voorwerpjes op elk horizontaal oppervlak (waar nu bovendien nog een Gaudílampje, een Gaudí-koffiemok, een ijskastmagneetje in de vorm van een paellapannetje (met schattige minigamba'tjes!) en vijf Costa Brava-handdoeken van de allergoedkoopste ramsjkwaliteit aan toegevoegd zullen worden), en je neemt je voor daar nu echt eens wat aan te doen, de helft weggooien, posters laten inlijsten, stoppen met drinken, een schilder bellen, en zo.

Maar dat gaat vanzelf weer over.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden