Kroatische paarden in Servië ondervoed

Lippizaner paarden waren ooit de sterren van de internationale dressuur...

Van onze verslaggeefster Leen Vervaeke

AMSTERDAM Ook al is de oorlog tussen Servië en Kroatië al meer dan een decennium voorbij, nog steeds is er gesteggel over een aantal ‘viervoetige’ oorlogsvluchtelingen.

Uitgemergelde, witte paarden, in de hoek van een stoffig veld in het noorden van Servië. Dat beeld toonden de Servische televisiezenders deze week. Een heftige discussie tussen Servië en Kroatië brak daarop los.

De ondervoede paarden waren ooit de sterren van de internationale dressuur. Lippizanerpaarden zijn het, raspaarden van de befaamde Spaanse Rijschool van het Habsburgse Rijk, beroemd vanwege hun pronkerige paradepasjes en dartele dansen.

De Lippizaners zijn genoemd naar de stoeterij van Lipica, vroeger in het Habsburgse Rijk en nu in naburige Slovenië gelegen, waar de paarden oorspronkelijk werden gefokt. Later kregen ook andere landen van het voormalige Joegoslavië het – streng gecontroleerde – recht de raspaarden te fokken.

Kroatië had een hofstoeterij in Lipik. Toen daar in 1991 de oorlog uitbrak, doordat Kroatië zich wilde afscheiden van Joegoslavië, werden de paarden overgebracht naar het noorden van Servië, met de bedoeling om hen te beschermen tegen het geweld. Toen waren er nog negentig dieren.

Nu zijn er nog zo'n zestig paarden over, in een boerderij vlakbij de stad Novi Sad, een Servische stad zo’n 70 kilometer van Belgrado.

‘Toen de oorlog uitbrak in Kroatië, moesten de paarden weg’, zegt Mihajlo Komasovic, die in Lipik in de stallen werkte. Hij volgde de paarden tijdens hun zevenjarige zoektocht naar een nieuwe thuis. De paarden moesten verscheidene keren verhuizen. In november 1991 gingen ze naar Bosnië, in 1992 naar een legerbasis op de grens tussen Kroatië en Servië, en in 1998 uiteindelijk naar een boerderij in Novi Sad. In 2002 en 2003 stierven dertig paarden.

Komasovic betreurt de verhuizing naar Novi Sad. ‘Als ik ze nu zie, denk ik dat ze naar hier brengen een grote vergissing was’, zegt hij.

Op foto’s en videobeelden die deze week werden verspreid, zien de paarden er ondervoed uit. Ze hebben zweren en schrammen op hun witte vacht.

‘Ze kwamen vaak naar ons erf om voedsel te zoeken. Als we ze te eten gaven, aten ze alsof ze in dagen niet hadden gegeten’, citeerden lokale media de eigenaars van naburige boerderijen.

Kroatische media riepen hun regering op de ‘gestolen’ paarden te redden. De Kroatische minister van landbouw contacteerde zijn Servische collega.

Die bezocht de boerderij en bracht twintig ton paardenvoer mee. Dierenartsen onderzochten de paarden. ‘Ik ben geen expert maar de paarden leken allemaal in prima conditie’, zei de minister achteraf.

Maar volgens dierenactivisten en omwoners van de boerderij in Novi Sad zag de minister niet de echte Lippizanerkudde. Journalisten zagen tijdens het bezoek in de buurt van de boerderij een kleine groep ondervoede paarden, mogelijk de echte Lippizaners.

‘We zullen het probleem proberen op te lossen, samen met de Kroatische regering,’ kondigde de Servische minister van landbouw aan. De eigenaar van de boerderij waar de paarden nu verblijven is volgens Servische media bereid de paarden terug naar Kroatië te laten gaan. Wel wil hij 300 duizend euro compensatie krijgen voor tien jaar accommodatie en voedsel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden