Kritiek werd snel weggewuifd

Het was staatssecretaris Tineke Netelenbos of Jacques Wallage, soms ook minister Jo Ritzen; díe hebben het voortgezet onderwijs in de jaren negentig naar de knoppen geholpen....

Het parlementaire onderzoek naar de mislukte onderwijsvernieuwingen loopt zoals een parlementaire enquête eigenlijk altijd verloopt: de beschuldigende vinger wijst vooral naar anderen. Iedereen staat nog vierkant achter de eigen ideeën. Dat er weinig van terecht is gekomen, sterker, dat het onderwijs eronder heeft geleden, ligt aan een overhaaste invoering, te lage budgetten, te weinig aandacht voor leraren, uitgevers die verkeerde studieboeken maakten. Of, zoals Clan Visser ’t Hooft, pleitbezorgster voor het studiehuis, het stelt, ‘aan de pers’. Die zou docenten al bij voorbaat tegen de plannen hebben opgejut.

De achtkoppige commissie-Dijsselbloem, in een rij achter de verhoortafel, krijgt verhalen voorgeschoteld over rijdende treinen waar je niet zomaar even af sprong. Over bewindslieden die niet tegengesproken wensten te worden. Die onwelgevallige adviezen binnen 24 uur onder het tapijt veegden. Ja, die scholen zelfs chanteerden als ze niet wilden meewerken. Tijd om rustig een pilot te doen, die te evalueren en pas bij goed resultaat de plannen ‘uit te rollen’, was er niet. Er moest gescoord worden, en wel in vier jaar.

Kritiek – want die was er wel degelijk – werd vakkundig weggewuifd. Het kwam van ‘achterlopersscholen’ die altijd al achter de feiten aan liepen. Visser ’t Hooft geeft het ronduit toe: ‘Ik had er absoluut geen boodschap aan. Iedereen was razend enthousiast.’ Protestacties van scholieren, zoals die tegen het studiehuis in 1999, waren voor de leerlingen ‘gewoon een mooie happening’, een dagje uit. Dat er wel eens iets mis kon zijn met hun mooie plannen, komt zelfs met de kennis achteraf niet in de hoofden op.

Het was de verhoorweek van de wegbereiders. Van oud-PvdA-minister Van Kemenade die met zijn middenschool aan de wieg stond van de basisvorming. Van voormalig VVD-staatssecretaris Ginjaar-Maas, die de aanjager werd van de vier profielen (standaard vakkenpakketten) en het studiehuis (zelfstandig leren op de computer). Van ex-CHU-minister Van Veen die een opvolger moest bedenken voor de ambachtsschool, wat het vmbo werd.

Stuk voor stuk trekken ze hun handen ervan af, de één nog opzichtiger dan de ander. ‘Het is te veel eer om te denken dat ík het vmbo heb neergezet’, aldus Van Veen. Zijn compagnon Carlo Hover: ‘Ik was slechts secretaris en dus geen onderdeel van de commissie. Het is veel meer Van Veens rapport dan mijn rapport.’ Van Kemenade ontkent dat hij de geestelijk vader van de middenschool is. ‘Dat was het CDA.’ Willy van Lieshout, destijds voorzitter van de verenigde universiteiten: ‘Het is niet waar dat de profielen op mijn aandringen zijn ontstaan.’

Toch, als ze moeten vertellen waarom een vernieuwing nodig was, druipt de bevlogenheid ervan af. Nobele idealen, van het onderwijs als grote gelijkmaker voor achterstandskinderen, worden nog met evenveel passie vertolkt als toen. Clan Visser ’t Hooft is de enige die het zich in de enquêtezaal hardop afvraagt: misschien was juist die bevlogenheid de valkuil waardoor de trein maar voortdenderde?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden