Opinie

Kritiek op Syrië? En Bahrein dan?

Waarom veroordelen we de steun van Rusland aan Syrië, maar zeggen we niks over de Amerikaanse steun aan het brute regime van Bahrein? Dat vraagt Midden-Oostendeskundige Anno Bunnik zich af.

Een demonstrant daagt de politie uit in Manama, 14 februari 2012.

Dinsdag 'vierden' de sjiieten van Bahrein de eenjarige revolutie van hun opstand. Op 14 februari 2011 verzamelden zich duizenden demonstranten op wat wij in Nederland het Parel-plein zijn gaan noemen, maar wat niet meer is dan een veredelde rotonde. In de weken die daarop volgde sloegen de veiligheidsdiensten van de Emir de demonstraties hard uiteen.

Volgens het Bahrein Centrum voor Mensenrechten vielen er in totaal 72 doden, waarvan de meesten werden doodgeschoten door ordetroepen. Gewonde demonstranten werden in het ziekenhuis opgewacht door de geheime dienst om vervolgens gemarteld te worden en artsen die de gewonden hadden behandeld werden gevangen gezet en vervolgd.

Een maand na het begin van de protesten reden tientallen tanks uit Saudi-Arabië de brug over naar de hoofdstad van Bahrein om het parelplein schoon te vegen. De roep om meer rechten voor de arme sjiitische meerderheid was hierdoor definitief met harde hand neergeslagen.

Pr-bedrijven
Sindsdien is Emir Hamad bin Isa Al Khalifa druk bezig om zijn reputatie op te poetsen. Hij spendeert miljoenen oliedollars aan westerse pr-bedrijven om een gunstig beeld van hem neer te zetten en spreekt over hervormingen. Deze hervormingen bestaan uit het in het leven roepen van een commissie van nationale dialoog, die de suggestie wekt dat de sjiieten betrokken worden bij de politieke besluitvorming.

Dit is echter louter schone schijn. De absolute macht over besluiten ligt nog steeds bij de Emir in plaats van het parlement en de sjiieten hebben ondanks hun numerieke meerderheid weinig tot geen invloed. De hervormingen van Emir lijken dan ook verdacht veel op de hervormingen van de Syrische president Bashar al-Assad. Beiden hameren erop dat de enige oplossing bestaat uit dialoog met de oppositie.

Ik hoop dat er bij u nu een belletje begint te rinkelen. De Syrische gruweldaden van het corrupte regime domineren al maanden onze nieuwspagina's en de steun van Rusland aan Assad veroordelen wij scherp. En terecht. Maar waarom lees ik dan zo weinig over Bahrein?

Neergeslagen
Ten eerste heeft het met de kleinschaligheid te maken. Bahrein telt slechts een half miljoen inwoners en beslaat de helft van de oppervlakte van de provincie Utrecht. Bovendien zijn de opstanden in Bahrein, in tegenstelling tot Syrië, wel succesvol neergeslagen door het heersende regime, met hulp van Saudische leger en met goedkeuring van de Verenigde Staten.

Dat er nu weinig tot geen doden meer vallen doet echter niks af aan de discriminatie van de sjiieten. Honderden politieke gevangen zitten nog steeds vast en gisteren werd wederom buitensporig geweld gebruikt tegen de oppositie. De gewonden zullen gisteren ongetwijfeld de ziekenhuizen hebben vermeden uit angst om ook ten prooi te vallen in de handen van de geheime dienst.

De vraag is nu wat wij in Nederland en het Westen hieraan kunnen doen. Het is onmogelijk om elk land dat haar burgers onderdrukt binnen te vallen. Toch is het belangrijk om rekening te houden met de situatie in Bahrein wanneer we het hebben over Syrië. Bahrein is immers Syrië in het klein.

Minderheid
In beide landen onderdrukken een minderheid de meerderheid. In Syrië worden de soennieten onderdrukt en in Bahrein de sjiieten. Beide landen maken hardhandig gebruik van hun ordetroepen om elke roep om meer democratie en hervormingen de kop in te drukken. En beide landen worden hierin gesteund door bevriende wereldmachten.

Waar Syrië een strategische partner is voor Rusland is Bahrein dat voor de Verenigde Staten. De Syrische havenstad Tartous huisvest een deel van de Russische vloot terwijl de Amerikaanse 'Fifth Fleet' gestationeerd is in Manamah.

Als we Rusland bekritiseren voor het leveren van wapens aan het dictatoriale bewind in Damascus dan moeten we ook westerse landen bekritiseren voor wapenleveranties aan het dictatoriale bewind in Manamah. Zo niet, dan staan wij in het Midden-Oosten wederom bekend als die hypocriete Westerlingen die de mond vol hebben van democratie, maar als het hen uitkomt maar al te graag zaken doen met allerlei ongure dictators.

Anno Bunnik is Midden-Oosten deskundige.
Twitter: @Eurabist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden