Kritiek op geplande loonsverhoging voor bestuur Van Lanschot

Opnieuw is er kritiek op een loonsverhoging voor de top van een bank. Van Lanschot Kempen wil de beloning van de topbestuurders fors verhogen, omdat ze aanzienlijk minder verdienen dan hun collega's bij vergelijkbare bedrijven. Maar critici wijzen erop dat die bedrijven veel groter zijn dan Van Lanschot en de vergelijking mank gaat.

Geldautomaat van de Van Lanschot Bank in Amsterdam. Foto anp

De voorgenomen loonsverhoging voor de top blijkt uit stukken voor de komende aandeelhoudersvergadering die Van Lanschot Kempen vrijdag heeft gepubliceerd. Volgens de plannen krijgt topman Karl Guha er dit jaar via meer aandelen en een hogere pensioenbijdrage ruim 20 procent bij. Zijn totale beloning komt daarmee uit op ruim 1,5 miljoen euro.

De andere drie bestuurders gaan er een kwart op vooruit, naar ruim een miljoen euro. Het in Den Bosch gevestigde Van Lanschot Kempen (van 1737) specialiseert zich in vermogensbeheer voor welvarende klanten.

Volgens de toelichting is de verhoging nodig omdat de bestuurders 'aanzienlijk' onder het gemiddelde verdienen ten opzichte van een groep vergelijkbare bedrijven.

Manke vergelijking

Voor die vergelijking is gekeken naar de beloning bij Nederlandse financiële instellingen, bij Europese vermogensbeheerders en bij Nederlandse multinationals. Op deze manier vergelijkt het relatief kleine Van Lanschot Kempen zich met veel grotere bedrijven als verzekeraar NN, chipmachinefabrikant ASML, chemieconcern DSM en de grootste bank van Nederland, ING.

Al deze multinationals zijn genoteerd in de eredivisie van de beurs, de AEX. Van Lanschot Kempen behoort als small cap tot de kleinste beursgenoteerde bedrijven. Ook op andere terreinen zijn de verschillen groot. Zo heeft DSM meer dan 20 duizend werknemers, tegen 1.685 bij Van Lanschot Kempen. De Bossche bank heeft een balanstotaal van 14,7 miljard euro. Bij ING is dat 846 miljard euro. ING trok onlangs vanwege grote ophef het plan in om de beloning van topman Ralph Hamers met 50 procent te verhogen, tot 3 miljoen euro.

Eumedion, de belangenbehartiger van grote beleggers zoals pensioenfondsen, vraagt zich af of het wel gepast is een relatief kleine Nederlandse financiële instelling voor de beloning te vergelijken met grote AEX-multinationals.

Maatschappelijk draagvlak

Volgens Eumedion-directeur Rients Abma is het ook twijfelachtig of het beloningsvoorstel 'bijdraagt aan het herstel van maatschappelijk vertrouwen in de financiële sector'. Uit de toelichting wordt niet duidelijk of de commissarissen van Van Lanschot Kempen - die over de beloning gaan - rekening hebben gehouden met het maatschappelijk draagvlak. Volgens de Code Banken moet dat.

Van Lanschot Kempen zegt in een reactie dat de 'succesvolle transformatie tot gespecialiseerd vermogensbeheerder, met goede tot zeer goede financiële resultaten' de belangrijkste reden is geweest voor het verhogen van de beloning. Die beloning is de afgelopen jaren nauwelijks gestegen, stelt de bank verder. De 'benchmark' met de andere bedrijven is 'een van de onderdelen die is gebruikt'.

Externe beloningsexperts (van Willis Towers Watson) is gevraagd om 'een zorgvuldige benchmark'. 'Deze benchmark vormt een bruikbare vergelijking, waarbij ook in ogenschouw is genomen dat Van Lanschot Kempen opereert in een sterk concurrerende internationale markt', aldus de reactie. Volgens de bank is de voorgestelde nieuwe beloning nog steeds aanzienlijker lager dan het gemiddelde van de groep.

Volgens de FNV is de voorgenomen loonsverhoging van de top van Van Lanschot Kempen een nieuwe deuk in het imago van de financiële sector. De vakbond stelt onaangenaam verrast te zijn door het nieuws dat 'wéér een financiële instelling de beloning van de top exorbitant verhoogt.' 'Het oude graaien lijkt weer terug te zijn in de financiële wereld', stelt bondsbestuurder Ger Klinkenberg, die daarmee ook verwijst naar de na ophef afgeblazen loonsverhoging voor ING-topman Ralph Hamers. 'De beloningsverhoudingen gaan steeds verder uit de pas lopen.'

Het beloningsvoorstel wordt op 31 mei voorgelegd aan de aandeelhouders, die ermee moeten instemmen.