Kritiek op Dutchbat volkomen onterecht

DE artikelen van Jan Willem Honig en Herman Wigbold op de Forum-pagina (afgelopen zaterdag en maandag) vragen om een reactie....

Eerst enkele feiten: anderhalf jaar geleden zaten 150 Canadese blauwhelmen in Srebrenica opgesloten. De moslimbevolking verhinderde hun vertrek omdat men wist dat dat het eind van Srebrenica zou zijn. Het kabinet Lubbers-III was bereid de Canadezen uit hun benarde positie te verlossen en hen door Nederlandse blauwhelmen te laten aflossen. Nederland aanvaardde op ethische gronden een tijdelijke rol (voor anderhalf jaar) in een militair onhoudbare enclave. Het was de bedoeling dat Nederland in juli door Oekraïne zou worden afgelost. De Serviërs hebben dat door hun verovering onmogelijk gemaakt.

De afgelopen anderhalf jaar hebben Nederlandse militairen de veertigduizend inwoners en vluchtelingen in Srebrenica een menswaardig bestaan gegeven. De Nederlandse blauwhelmen boden een zekere mate van veiligheid, zorgden voor de humanitaire hulpverlening en konden de moslims in deze enclave enige medische verzorging bieden.

Tijdens mijn bezoek aan Srebrenica, direct na mijn aantreden als minister, heb ik met eigen ogen kunnen zien dat de enclave was omsingeld door Servische troepen met een indrukwekkende hoeveelheid zware wapens. Zelfs met een veelvoud aan blauwhelmen zou de enclave onverdedigbaar zijn geweest.

Tegen deze achtergrond kan men niets anders dan bewondering hebben voor de houding van de Nederlandse militairen. Na de verovering van enkele VN-observatieposten hebben de Nederlandse militairen een nieuwe verdedigingslinie opgeworpen. Tussen deze militaire eenheid en de Serviërs is tweemaal een vuurgevecht gevoerd.

Terwijl 30 Nederlandse militairen werden gegijzeld, werd luchtsteun aangevraagd. Pas op het allerlaatste moment werd die luchtsteun door de NAVO gegeven, in twee rondes. Toen de Serviërs desondanks met hun opmars doorgingen was verder verzet zinloos. Ook een derde luchtsteunactie zou daaraan niets meer veranderen. De Serviërs dreigden na een derde actie de gevangen Nederlanders te vermoorden en de stad Srebrenica en Potocari met de grond gelijk te maken. Vele honderden, zo niet duizenden doden zouden zijn gevallen. Srebrenica zou even snel zijn gevallen, maar dan na een afgrijselijk bloedbad.

Als docent aan het Department of War Studies zou de heer Honig dat inzicht moeten delen. Dat militaire inzicht mis ik ook bij een andere suggestie. Als vorig weekeinde Nederland de hulp van een Frans bataljon zou hebben ingeroepen, zou het 'veilige gebied' Srebrenica nog bestaan, zo meent hij. Echter: één bataljon zou volstrekt onvoldoende zijn geweest om effectieve tegenstand te bieden. De Servische artillerie had geen spaan van het stadje heel gelaten. Bovendien zou het met helikopters overbrengen van deze eenheid onaanvaardbare risico's met zich mee hebben gebracht. Rondom de enclave staat volop luchtdoelafweergeschut dat de helikopters zou hebben uitgeschakeld.

Tijdens de Servische overrompeling van Srebrenica hebben de Nederlandse militairen onder zware beschietingen het plaatselijke ziekenhuis geëvacueerd en grote stromen vluchtelingen onder hun hoede genomen. De nog aanwezige voedselvoorraad is uitgedeeld aan de vluchtelingen in Potocari. ël deze feiten horen ten grondslag te liggen aan een beoordeling van de houding van de Nederlandse militairen. En juist dèze feiten mis ik in de artikelen van de heren Honig en Wigbold.

Uiterst beledigend is de vergelijking van Herman Wigbold, waarin hij de Nederlandse blauwhelmen gelijk stelt aan Nederlandse politiemannen die in de Tweede Wereldoorlog joden ophaalden. Wigbold ziet over het hoofd dat de vluchtelingen uit de enclave niet naar de gaskamers, maar naar een veilige opvang bij Tuzla zijn gebracht. Ook ontging het de heer Wigbold dat de Nederlandse militairen met de loop van tanks en artillerie op hen gericht moesten toezien hoe de Serviërs te werk gingen.

De commandant van Dutchbat, luitenant-kolonel Karremans, heeft juist geweigerd mee te werken aan de soort deportaties waarvan de heer Wigbold hem beschuldigt. Op elk konvooi met vluchtelingen zijn Nederlandse militairen meegestuurd om te kunnen vaststellen dat de mensen veilig werden afgeleverd. Ronduit afschuwelijk is het dat de Nederlandse blauwhelmen machteloos moesten toezien hoe mannen en vrouwen werden gescheiden en de mannen afgevoerd.

Afgelopen weekeinde kreeg luitenant-kolonel Karremans de toezegging dat zo'n honderd zwaargewonden naar Tuzla zullen worden geëvacueerd. Hij heeft geweigerd hen achter te laten. Ook heeft hij gewacht op een toezegging dat het Rode Kruis de afgezonderde mannen mag bezoeken.

Ik weegt deze feiten zwaar mee in mijn lof voor de Nederlandse militairen in Srebrenica. Zij hebben alles gedaan dat menselijkerwijs mogelijk was, en zelfs meer dan dat.

J.J.C.Voorhoeve

De auteur is minister van Defensie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden