'Kritiek=klagen=huilie-huilie=slachtofferisme'

Een groeiende groep mensen begrijpt niet meer dat je aandacht kunt vragen voor een rare kwestie, zonder uit te zijn op applaus of medelijden. Dat constateert Aleid Truijens naar aanleiding van reacties op haar column in de Volkskrant van vorige week.

Medewerkers van het Landelijk Actie Komitee Scholieren (LAKS) nemen in Amsterdam telefonische klachten aan van scholieren over hun eindexamen. Vorig jaar ontving het LAKS een recordaantal van 145.000 klachten. Beeld anp

Als je voorin een roman de formule 'Iedere gelijkenis van romanfiguren met bestaande personen berust op toeval' ziet staan, kun je er donder op zeggen dat de roman grotendeels autobiografisch is.

Respect
Zegt iemand 'Met alle respect, maar...', dan volgt steevast een lelijke sneer. Wordt op hoge toon 'respect!' geëist, en niet door een oud dametje, dan heb je vermoedelijk van doen met iemand die zelden respect krijgt en nimmer geeft.

Wordt in een vacature-advertentie dringend gevraagd om iemand met 'passie' en vallen de woorden 'inspiratie' en 'energie', dan moet je vrezen dat het een sufkezenbaan is waarvoor men niet in de rij staat. Wordt de baan ook nog aangeduid als 'de mooiste baan van de wereld', dan gaat het waarschijnlijk om een slecht betalende branche als onderwijs of verpleging. Bankdirecteuren hebben nooit de mooiste baan van de wereld.

Uitdaging
Valt het woord 'uitdaging' of erger, 'kans', dan weet je vrijwel zeker dat er sprake is van tegenslag, zoals echtscheiding, ontslag of een ernstige ziekte. Iemand die zwakzinnig is, bijvoorbeeld, is gesteld voor 'een geestelijke uitdaging'. Fijn hè?

Held, ook al zo iets, of 'dappere strijder'. Meestal gaat het bij deze woorden niet om iemand die een kindje redt uit ijskoud grachtenwater of een soldaat in de frontlinies, maar om een zieke die het ondanks een verbeten gevecht moest afleggen tegen zijn rotziekte. In de metaforiek rond de dood klinkt vaak wapengekletter. Waarom eigenlijk? Je vraagt je af hoe zieken heten die zich neerleggen bij het onvermijdelijke. Zijn dat lafaards, die met de staart tussen de benen voortijdig de arena verlaten?

Soms moet de dood juist worden omzwachteld. Als iemand een 'zachte dood' sterft, kunnen we aannemen dat hier niet moeder natuur haar werk deed, maar dat de man met de zeis een handje werd geholpen.

Kanjer
Onlangs reed ik langs een vmbo/roc in Amsterdam-Geuzenveld. Op de gevel van het vervallen, deprimerende gebouw, zat een groot bord, dat belangstellenden uitnodigde voor een 'Talentendag'. Iets vertelde me dat de open dag niet bedoeld was voor toekomstige raketgeleerden, sterrenkundigen of cardiologen.

'Kanjer', nog zo eentje. Woord voor kinderen die gepest of buitengesloten worden, die als laatste gekozen worden bij gymnastiek en nooit een verjaardagspartijtje hebben. Zij moeten op 'kanjertraining'. Maar hoe vaak ze ook horen dat ze een heuse 'kanjer' zijn, een echte topper, hoe hard ze het tegen hun spiegelbeeld herhalen, waar wordt het nooit.

Woorden, woorden, woorden - wat zijn ze soms machteloos. Hoe krampachtiger ze proberen de droeve werkelijkheid te verdoezelen of op te fleuren, des te eerder worden ze ontmaskerd. De bezwering werkt niet. De barre wereld wint altijd van de taal.

Wanhoop
Na enige tijd zijn woorden als passie en inspiratie omhangen met wanhoop. 'Held' en 'vechtlust' wasemen de geur van de dood. 'Kans' betekent op den duur gewoon tegenslag, 'kanjer' staat voor kneus, 'talent' zweemt naar kansarmheid. 'Respect!' wordt synoniem met 'ik haat je'.

Het nieuwste woord op de ingezeepte glijbaan der taalinflatie is 'slachtoffer'. In de letterlijke betekenis wordt het nog wel gebruikt, zoals slachtoffer van een ongeluk of een tsunami. Lees je 'slachtoffertje' dan vermoed je meteen dat er seksueel misbruik in het spel is. Tegenwoordig is 'slachtoffer' vaak neerbuigend bedoeld. Het is iemand die lijdt aan slachtofferisme. Een klager, een zeurpiet die vindt dat anderen zijn problemen moeten oplossen. Een aandachttrekker, hengelend naar medelijden. Zulke types verdienen een schop onder hun kont, ongeacht of ze schuldig zijn aan hun ellende.

Hufterig
Vorig week schreef ik over een akkefietje met de NS - ik kon geen kaartje kopen of opladen omdat alle automaten de bankpassen van mij en mijn man, en naar nu blijkt van talloze ING-klanten, weigerden. In enkele reacties werd mij 'hufterigheid' en 'slachtofferschap' verweten. Interessant - ik had mezelf niet gauw in deze categorieën geplaatst.

Sinds wanneer ben je een hufter als je op een NS-conducteur afstapt om een kaartje te kopen? En waarom zou ik in de woordenwisseling die ontstond een slachtoffer zijn? Langzaam begon het me te dagen. Kritiek hebben op instanties = klagen = huilie-huilie = slachtofferschap. Geen kaartje = zwartrijden = hufterig. Een groeiende groep mensen begrijpt niet meer dat je aandacht kunt vragen voor een rare kwestie, zonder uit te zijn op applaus of medelijden. Kennelijk draait alles om het ik. Nog even en een slachtoffer is gewoon een hufter.

Aleid Truijens is is columniste van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden