Krioelend houtsnijwerk

De meeste Roemeense steden zijn tamelijk nieuw en tamelijk onorigineel. Dat wil zeggen: aan het gros der bouwwerken lagen uitheemse voorbeelden ten grondslag, Franse, Habsburgse of - veel later - grauwe communistische Sovjet-architectuur....

Olaf Tempelman

Het Dorpsmuseum (Muzeul Satului) aan de Kiseleff-boulevard in Boekarest is daarom de perfecte introductie in de oorspronkelijke cultuur van het land. Langs het Herastraumeer werden in 1936 over een lengte van enkele kilometers bijna honderd dorpshuisjes, boerderijen en kerken nagebouwd of, wat ook gebeurde, letterlijk op een trailer naar Boekarest verplaatst. Het Dorpsmuseum is daarom meer dan een Roemeens openluchtmuseum. Het is een culturele slagader. Er staat hier geen hek om het verleden. Veel van wat te zien is, bestaat in het echt nog steeds. Heel wat van de huizen worden in het echt nog steeds bewoond. De volksdansgroepen en muziekgezelschappen die hier optreden, komen vaak voor een paar dagen uit echt bestaande dorpen over.

Een bezoek aan het Dorpsmuseum betekent een intrede in de wereld van imposante, tot in het detail versierde houten poorten, lage houten veranda's met steunpilaartjes met krioelend houtsnijwerk, deuropeningen van anderhalve meter (kop omlaag!), kleine blauwe raamkozijntjes en met rode tapijten bedekte lemen kamertjes met grote weefgetouwen en - nooit mogen die ontbreken - iconen aan de muur. Een juweel op het terrein is de houten Dragomiresti-kerk uit het achttiende-eeuwse Maramures, met zijn typische spitsen dak.

De verschillende landsdelen van Roemenië zijn tamelijk evenredig vertegenwoordigd. Slenterend tussen de boerderijen realiseer je je hoe verschillend de achtergrond van al die regio's eigenlijk is, die pas in 1918 verenigd werden. De landsdelen lagen eeuwenlang op een kruispunt van concurrerende invloedssferen. Aan de huizen kun je zien dat de Habsburgse gebieden veel rijker waren dan de rest. Er gaapt een contrast tussen de lemen huisjes met strooien daken uit Oltenië en de statige hoeves uit Transsylvanië, die bijna een soort boeren-paleizen zijn.

In de jaren tachtig liet dictator Ceausescu in het kader van de socialistische vooruitgang in het hele land dorpen tegen de grond gooien. Als hij nog een decennium was doorgegaan, was het Dorpsmuseum een verzameling dode geschiedenis geweest. Nu is het een bloemlezing van wat in de rest van het land vaak nog te zien is. Eigenlijk is het net een echt Roemeens dorp. De medewerksters met hoofddoeken die voorovergebogen overal de herfsbladeren wegvegen, zijn de boerinnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden