Kringloopmantel

Hoe authentiek is de koningsmantel van de Oranjes? Alleen de goudgeborduurde leeuwtjes zijn origineel, wordt gefluisterd. En zit er C&A-bont in? Wat Willem-Alexander bij zijn inhuldiging op 30 april draagt,

Hoge boord eraf, nieuwe hermelijnen pelerine - een korte schoudermantel - erop. Nieuwe hermelijnstaartjes. Bredere bontrand. Reparaties. Nog meer reparaties. Aanpassingen aan het model. En dan de grootste verandering: een nieuwe, veel kleinere mantel van nieuw fluweel.


Hoewel de Rijksvoorlichtingsdienst ons anders wil doen geloven, zijn na tweehonderd jaar repareren, veranderen en vernieuwen van de oude koningsmantel alleen de goudgeborduurde leeuwen nog origineel. De Nederlandse koningsmantel uit 1815 werd voor de inhuldiging van Juliana in 1948 vervangen door een nieuwe. Toch beweert de RVD op zijn site dat sinds 1815 steeds gebruik is gemaakt van dezelfde mantel. Nu bekend is dat Willem-Alexander de mantel bij zijn inhuldiging zal dragen, dringt de vraag zich op: welke verboden geschiedenis kleeft er aan de koningscape?


De geschiedenis van de koningsmantel begint bij de inhuldiging van Willem I in 1815. De roodfluwelen mantel met hermelijnen voering die hij droeg, had een hoge opstaande boord, zoals toen mode was voor mannen. Op het fluweel waren goudgeborduurde leeuwen gemonteerd. Paul Christian Arbeiter, een telg uit een Duitse bontwerkersfamilie, was een jaar eerder door Willem I tot hofbontwerker benoemd. Het is goed denkbaar dat hij de koningsmantel of het bontwerk ervoor maakte.


Voor de inhuldiging van Willem II in 1840 verving Arbeiter de opstaande boord van de 'troonmantel', zoals de koningsmantel oorspronkelijk heette, door een grote pelerine. Willem II moest daarvoor 90 gulden betalen. Het schoonmaken van de hermelijnen voering en rand kostte 12 gulden. Voor reparatie van het bont en nieuwe hermelijnen staarten rekende Arbeiter 45 gulden.


De firma Arbeiter, gevestigd in Den Haag, heeft meer dan 130 jaar het koninklijk bont geconserveerd. Dat betekende in de praktijk dat alle koninklijke bontjassen inclusief de koningsmantel bij Arbeiter in de opslag hingen als ze niet gebruikt werden. Voor alle inhuldigingen deed Arbeiter het herstelwerk, de aanpassingen en de vernieuwingen. Daar kwam in 1948 ineens een einde aan.


Nico de Groot werkte in 1948 als jonge bontwerker bij Arbeiter aan de Laan van Meerdervoort. Hij herinnert zich de opwinding in het bedrijf toen het bericht kwam dat de koningsmantel gebruikt zou worden voor de inhuldiging van Juliana. De Groot: 'Meneer Bakels, onze bedrijfsleider, liet koningin Wilhelmina weten dat de mantel in heel slechte staat was. Het fluweel was verschoten en het hermelijn zou eigenlijk vervangen moeten worden. Koningin Wilhelmina antwoordde dat ze hermelijn te duur vond en dat we maar konijn voor de restauratie moesten nemen', aldus Nico de Groot. Van een restauratie kwam het niet, want kort daarop werd de mantel opgehaald. Bij de hof-bontwerkerij heerste grote verslagenheid. Het was nauwelijks een troost dat Juliana drie jasjes van lamabont voor de oudste prinsessen bestelde. De meisjes droegen de jasjes op de dag van Juliana's inhuldiging.


De oude koningsmantel met z'n lange sleep en grote pelerine werd overgebracht naar het Paleis op de Dam. Daar had Juliana een groot atelier laten inrichten voor Erwin Dolder, een 19-jarige Zwitserse couturier. Zij had hem een half jaar eerder via een vriendin leren kennen en hem wat kleren laten maken. Daar was ze zo tevreden over, dat hij haar inhuldigingsjurk mocht maken. Terwijl hij aan de jurk van saffierblauwe zijden jersey werkte, werd de koningsmantel bij hem afgeleverd met de vraag of hij die een beetje kon opknappen. Dolder was ontzet toen hij de totaal verschoten mantel bekeek. Zo'n oude mantel bij zijn mooie nieuwe jurk? Dat nooit! Dolder besloot een nieuwe mantel te maken, maar zei niets tegen Juliana. Omdat in Nederland drie jaar na de oorlog nog grote textielschaarste heerste en er geen fluweel en al helemaal geen hermelijn te koop was, reisde Dolder naar Zwitserland. In zijn geboortestad Basel kocht hij rood fluweel voor de koningsmantel. Later zou hij vrienden vertellen dat hij het fluweel bij Zum wilden Mann gekocht had, een modehuis met een grote afdeling met couturestoffen. De hermelijnen voering en pelerine bestelde hij waarschijnlijk bij het bonthuis Goldfarb. Daar lieten alle Baseler couturiers bont naaien.


Dolder ging enkele weken na de inhuldiging terug naar Basel. Hij nam de onttakelde oude koningsmantel mee. De gouden leeuwen zaten er niet meer op, die had hij op Juliana's nieuwe mantel gezet. Het vergane hermelijn had hij eruit gehaald. Een klein deel van het hermelijn was hergebruikt in de nieuwe mantel, de rest had hij weggegooid.


Hij werkte in de daarop volgende jaren in Parijs en in verschillende Zuid-Amerikaanse landen. In 1953 zegt hij in een interview met de Argentijnse journaliste Rubi M. Rubens dat hij voor Juliana een inhuldigingsjurk en een nieuwe koningsmantel had gemaakt. Dolder in het interview: 'De dag van de kroning brak aan. Ze had de japon drie maal gepast. Die dag had ik de eer haar persoonlijk te kleden. Ik zag hoe haar nervositeit langzaam verdween naarmate de veranderingen in haar figuur die door de spiegel weerspiegeld werden, bleven doorgaan. Ze werd een beetje bang toen ik met de mantel aankwam. We hadden hem nog niet één keer uitgeprobeerd. Ik had een speciaal systeem bedacht waardoor de zware mantel zou rusten op haar schouders, zonder sluiting en zonder dat hij haar tot last zou zijn op het moment dat ze haar hand moest opsteken om de eed af te leggen. Het duurde maar even of de cape zat al om haar schouders.'


In 1953 kwam Dolder terug naar Nederland. Hij had de oude fluwelen koningsmantel bij zich. Dolder woonde in Delft en raakte daar bevriend met Riet en Wim van Bokhoven die een antiekzaak in Delft hadden. De Van Bokhovens zagen de oude koningsmantel in september 1955. Riet van Bokhoven: 'We waren die dag bij Erwin op bezoek in zijn atelier. Toen we daar zaten, kwam hij met een enorme lap rood fluweel aanlopen. Hij zei: 'Riet en Wim, ik moet jullie iets laten zien.' En toen spreidde hij die lap voor ons uit. Ik dacht eerst dat het een oud gordijn was, want de stof was helemaal verschoten. Het gekke was dat er allemaal helderrode plekken in het fluweel zaten, in de vorm van leeuwtjes. Erwin vertelde dat dit de oude koningsmantel was. Alle Oranjekoningen hadden die mantel bij hun inhuldiging aangehad, zei hij, alleen Juliana niet.'


Dolder mocht er van Juliana met niemand over praten dat hij een nieuwe mantel had gemaakt. Maar hij vertelde het verhaal aan talloze mannen die hij in het Amsterdamse homocircuit tegenkwam. Een van die mannen was José Warmund-Cordelier, een Zwitserse modeontwerper die na de oorlog bij de Amsterdamse dameskledingfabriek Bercofa werkte. José Warmund zag Dolder jaren later een paar keer in een homobar in Basel. De totaal verarmde Dolder liep daar rond met de verschoten koningsmantel om zijn schouders.


Ook Jean-Martin Leonhardt, modeontwerper en eigenaar van een modewinkel in het Zwitserse Arosa, zag Dolder met de koningsmantel. 'Op een dag stond hij met die oude fluwelen mantel bij mij in de zaak.' Leonhardt bekeek de mantel van alle kanten. 'Dolder vertelde daar dat de mantel een cadeautje van de Nederlandse koningin was.'


Juliana had de door Dolder gemaakte koningsmantel na haar inhuldiging in een kleine loden kist gestopt. Dat was niet de best denkbare opbergplaats, zo bleek 32 jaar later. Frieda Dijkslag werkte in 1980 als coupeuse bij Theresia Vreugdenhil, de couturier van Beatrix. 'Wij maakten niet alleen de inhuldigingsjurk voor Beatrix, maar moesten ook de koningsmantel restaureren. Toen ze hem brachten, zat hij in een loden kistje van ongeveer 30 bij 50 centimeter. Daarin zat hij sinds Juliana's inhuldiging. De jas was ongelooflijk gekreukt en het rode fluweel had afgegeven op het hermelijn.'


Nieuw hermelijn was te wit voor reparatie van het vergeelde bont. Daarom vroeg Vreugdenhil haar klanten of ze nog een oude hermelijnen cape of jas hadden die voor de restauratie gebruikt mocht worden. Drie klanten meldden zich, onder wie Elly Brenninkmeijer-Maurer, echtgenote van de topman van C&A. Eén van de dochters van Elly Brenninkmeijer-Maurer bevestigde het verhaal: 'Ja, de hermelijnen cape van mijn moeder is voor de restauratie van de koningsmantel gebruikt', zei ze. 'Maar u mag mijn naam niet noemen.'


De Brenninkmeijers hebben het verhaal nooit naar buiten gebracht, maar in de familiekring werd het tot vermaak van iedereen steeds opnieuw verteld: een koningsmantel met bont van C&A.


Juliana wist het. Een met Dolder bevriend echtpaar uit Delft wist het. Buitenlandse journalisten wisten het. En alle homo's uit Amsterdam en omstreken wisten het. Wist Beatrix het ook? In 1980 zei Beatrix tegen toenmalig premier Dries van Agt dat ze bij haar inhuldiging een mantelpakje wilde aandoen. Was dat omdat ze een moderne koningin wilde zijn? Het kan zijn, maar een andere mogelijkheid is dat ze de mantel niet wilde dragen, omdat het niet de originele was. Premier Van Agt haalde Beatrix over hem toch aan te doen. Hij was van mening dat de sacrale dimensie van het koningschap om de hermelijnen koningsmantel vroeg.


Terugblikkend zegt Van Agt: 'Ik dacht toen dat er een kloeke mantel was, gereed voor gebruik. Had ik toen geweten dat die mantel relatief nieuwer was, dan had ik dat (het mantelpakjesidee, red.) misschien met elkaar in verband gebracht.'


Hoe het ook zij, Beatrix wilde in 1980 niet dat er iets over de geschiedenis van de koningsmantel geschreven werd. Dat bleek toen Willem van den Berge, hoofd pers en publiciteit van de Rijksvoorlichtingsdienst, haar voorstelde om een artikel over de mantel in het blad Vorsten te laten publiceren. Het idee voor dat artikel kwam van Gerard Offers. Hij werkte bij Defensie, woonde in Soest en schreef af en toe een historisch stukje voor Vorsten. Offers: 'Willem vond het een fantastisch idee en maakte een notitie voor Beatrix. De notitie kwam terug met maar één woord erop: NEE met drie hele dikke strepen eronder. Willem was woedend. Hij vond het ongehoord dat ze zo met hem communiceerde.'


Na zo veel reparaties, veranderingen en vernieuwen van de oude koningsmantel is de vraag wat Willem-Alexander straks tijdens zijn inhuldiging zal dragen. De mantel van Juliana was slank gesneden, had een klein sleepje en een korte 'vrouwelijke' pelerine. Wijlen couturier Frank Govers noemde het in een interview 'die te ielige koningsmantel'. Wat moet de lange en brede Willem-Alexander met die ielige mantel? Veranderen natuurlijk.


De Rijksvoorlichtingsdienst bevestigt dat de mantel wordt klaargemaakt voor Willem-Alexander, maar zegt dat nog onbekend is door wie dat gebeurt. En wie het ook zal zijn, diegene zal zijn gehouden aan geheimhoudingsplicht. 'Dat is altijd zo bij opdrachten van het koninklijk huis', zegt textielrestauratrice Anne Marieke Millenaar uit Heemstede. Zij heeft een eigen restauratieatelier, net als de aan de Looiersgracht in Amsterdam gevestigde textielrestauratrice Loutje den Tex. Samen hebben zij de zogeheten Chinese kamer op Huis ten Bosch gerestaureerd. Millenaar is ervan overtuigd dat de koningsmantel vergroot wordt. 'Als dat niet gebeurt, loopt Willem-Alexander met een hoogwatermantel. Dat zal hij in geen geval doen', zegt ze.


Vergroten betekent veranderen. Dat is toch niet het normale werk van restauratoren? 'Nee, dat is zo. Wij conserveren en restaureren. Conserveren is het stabiliseren van de toestand om het verval te stoppen. Restaureren gaat verder. Bij een restauratie wordt een object teruggebracht in de oorspronkelijke staat. Een mantel vergroten gaat nóg een stap verder. Een restaurator kan dat alleen onder strikte voorwaarden doen. De verandering mag het object niet aantasten en moet ongedaan gemaakt kunnen worden. Je mag er alleen een stuk aanzetten, als dat er ook weer afkan.'


De mantel verlengen is misschien mogelijk, maar hoe verbreed je hem, zonder de schaar erin te zetten? 'Ja, dat is een probleem. Ik denk dat er een creatieve oplossing gezocht wordt. Een van de mogelijkheden is een tweede mantel te maken die onder de koningsmantel gedragen wordt. Daardoor lijkt de koningsmantel groter', aldus Millenaar.


Er is lang gedacht dat Willem-Alexander de koningsmantel niet zou dragen. Ook de Rijksvoorlichtingsdienst ging daarvan uit. Een jaar geleden zei een medewerker van de dienst tegen twee verslaggevers van de Volkskrant dat de mantel niet meer kón nu er een Partij voor de Dieren is.


In 1980 werd tijdens de restauratie een nieuwe pelerine op de koningsmantel gezet. Ongeveer 25 tot 30 hermelijnen in hun witte wintervacht met zwarte staartjes moesten er het leven voor laten. Beatrix houdt van bont. Ze vindt het ergerlijk dat ze door de kritiek van dierenbeschermers haar bontjassen in Nederland niet meer kan dragen, dat heeft ze meermaals tegen haar couturier Theresia Vreugdenhil (1929-2012) gezegd.


Wordt ook nu weer nieuw hermelijn gebruikt voor de restauratie van de koningsmantel? Wel of geen nieuw bont, het is nog maar de vraag of prinses Amalia de mantel ook nog kan aandoen als ze haar vader opvolgt. Hermelijn heeft een levensduur van ongeveer dertig jaar. Alleen als de mantel onder museale omstandigheden, bij de juiste temperatuur en vochtigheid, wordt bewaard, kan hij iets langer mee. Maar of hij het volhoudt tot de inhuldiging van Amalia? Dat is niet waarschijnlijk.


Premier Rutte heeft in antwoord op Kamervragen van de Partij voor de Dieren geschreven: 'De historische mantel is afgezet met bont afkomstig van hermelijnen. Na de inhuldiging in 1980 is in de mantel geen bont meer verwerkt. Hiertoe bestaat evenmin enig voornemen.'


is geheim. Een hoogwaterjas van bont?


VAN WIE IS DE KONINGSMANTEL?


Betaalde Juliana de koningsmantel die ontwerper Erwin Dolder ongevraagd voor haar maakte? Of kreeg Dolder alleen geld voor de inhuldigingsjurk en de accessoires?

Toen Erwin Dolder na de inhuldiging uit Nederland vertrok, had hij een cheque van de thesaurier, de penningmeester van het hof, bij zich, ter waarde van 2.410 Zwitserse frank. In 1948 was dat 3.012,50 gulden. Een paar jaar na Dolders dood (1970) gaf zijn moeder een kopie van de cheque aan Hilly Tieleman-van der Tas, Dolders voormalige assistente.

Wat kostte een cape van fluweel met hermelijnen voering en pelerine in 1948? Een Duitse en een Belgische bontdeskundige, beiden met grote historische kennis, hebben op ons verzoek een berekening gemaakt. Zij zijn uitgegaan van 360 hermelijnvellen, een aantal dat nodig is voor een normale damesmantel in maat 42, als de velletjes niet al te groot zijn. Omdat Dolder iets van het oude hermelijn hergebruikt heeft, blijven ze met 360 vellen aan de voorzichtige kant.

De beide bontdeskundigen hebben de veilingprijs van ruwe hermelijnvellen in Canada in 1947 als uitgangspunt genomen. Zij komen uit op een geschatte kleinhandelswaarde van 9.000 tot 12.750 Nederlandse gulden. Dat was veel geld in 1948. Hermelijn heet niet voor niets koningsbont.

Is Dolder betaald voor de met hermelijn gevoerde mantel? Heeft de thesaurier hem nog een andere cheque gegeven? Als dat zo was, had Dolders moeder, die haar zoon adoreerde, de cheque naar alle waarschijnlijkheid bewaard.

Juliana was zuinig. Ze betaalde niet wat ze niet had besteld. Dat maakte Hilly Tieleman mee in 1955. Dolder had voor Prinsjesdag 1955 een zilvergrijze jurk met stroken voor Juliana gemaakt. Die jurk wilde ze laten verknippen voor het bal van Beatrix' 18de verjaardag. Dolder weigerde. Hij vond dat de jurk daardoor verwoest zou worden. Hij had nog stof over en maakte er een avondjurk met grotere stroken van. Die jurk wilde Juliana niet betalen, omdat ze er niet om had gevraagd, aldus Hilly Tieleman.

Juliana had ook niet om een nieuwe koningsmantel gevraagd. Als ze die mantel niet betaald heeft, doet zich een interessante vraag voor: van wie is de mantel die Willem-Alexander bij zijn inhuldiging zal dragen?

Continuering

De Rijksvoorlichtingsdienst beweert dat sinds 1815 bij elke inhuldiging gebruik is gemaakt van dezelfde koningsmantel, terwijl in werkelijkheid alleen de goudgeborduurde leeuwen nog origineel zijn. Dit zou een voorbeeld kunnen zijn van inventing tradition, zoals de Engelse historicus Eric Hobsbawm het noemt. Hij doelt op de neiging van vorsten om tradities in een ver verleden te plaatsen om zo de continuïteit van hun koningsschap te benadrukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden