Krimpende bevolking is een hersenschim

Wie wil meedoen aan debatten over bevolking en politiek moet wel de cijfers kennen, vinden Harry van Dalen, Kène Henkens en Nico van Nimwegen....

Wanneer oude wijze mannen zich bezig gaan W houden met bevolkingspolitiek wordt het tijd om op je tellen te passen. Bernard van Praag hield onlangs een pleidooi voor het stimuleren van het kindertal (Forum, 5 augustus). Van Praag is een origineel econoom en het valt te prijzen dat hij zich zorgen maakt over de toekomst van Nederland. In zijn pleidooi verliest hij de realiteit uit het oog. Nederland zou in 2060 het inwonertal van negen à tien miljoen bereiken en dat zou allerlei desastreuze effecten hebben voor economie en samenleving. Een aardig verhaal voor wie wil griezelen maar wie gelooft dit echt?

Een andere originele econoom, Jan Pen (Forum, 12 augustus), heeft op zijn eigen wijze Van Praag inmiddels van repliek gediend en zijn geboorte bevorderende beleid als onzinnig bestempeld. In de analyse van Pen valt op dat hij aanneemt dat wat Van Praag voorspelt waarschijnlijk is. Wie dramatische voorspellingen doet kan ook dramatische beleidsaanbevelingen doen, maar is het wel realistisch? Om een degelijke discussie te voeren is het wellicht aardig om de cijfers er bij te pakken om vervolgens te bezien wat het beste kan worden aanbevolen.

De cijfers: het CBS komt in zijn vooruitberekeningen voor het jaar 2060 op het aantal van 17,6 miljoen inwoners. Dat is bijna 1,5 miljoen meer dan nu. Nu is het CBS zeker niet onfeilbaar maar gegeven het feit dat demografische veranderingen zeer langzaam doorsijpelen in de bevolkingsopbouw, zijn de CBS-cijfers toch betrouwbaarder dan de slag in de lucht die Van Praag doet.

Het vervangingsniveau van 2,1 kinderen per vrouw, dat een centrale rol speelt in de apocalyptische analyse van Van Praag, heeft betrekking op het vruchtbaarheidsniveau waarbij een 'cohort' vrouwen gemiddeld precies genoeg kinderen krijgt om beide ouders te vervangen. Dit cijfer houdt geen rekening met migratieontwikkelingen. Migratie vormt al sinds de jaren zeventig een belangrijke factor in de bevolkingsgroei en het gaat daarbij niet alleen om niet-westerse migranten. Europa en zeker Nederland zullen in de toekomst aantrekkingskracht blijven uitoefenen op immigranten. Voorts zijn alle verhalen over ontgroening ook weer overdreven. Het aantal jongeren neemt weliswaar procentueel af maar absoluut gezien blijft hun aantal de komende vijftig jaar redelijk stabiel. De grootste veranderingen doen zich voor in de toename van het aantal 65-plussers.

De implicaties van de vergrijzing én de integratie van immigranten zijn de grootste uitdagingen. Daar heeft de WRR, waar Van Praag aan refereert, een aan-zinnige dingen over gezegd in Generatiebewust beleid (1999) en Nederland als immigratiesamenleving (2001). Het lijkt zinniger om een vergrijsde bevolkingsstructuur als normaal te beschouwen en daar naar te handelen. Vergrijzing wordt vaak als een probleem neergezet maar de kern ligt eerder in financieringssystemen die te afhankelijk zijn van de bevolkingsstructuur. De vergrijzing maakt met andere woorden duidelijk hoe gevoelig bepaalde onderdelen van de verzorgingsstaat zijn voor demografische schokken. De AOW van 1957 is allang niet meer geschikt voor het Nederland van de 21ste eeuw en in de praktijk wordt daar ook naar gehandeld. Gelukkig is dat bewustzijn wel aanwezig onder de bevolking en het is wellicht ironisch te noemen dat zij in de aanpak van de gevolgen vergrijzing 'economischer' nadenken over bijvoorbeeld de financiering van de AOW dan Van Praag zelf.

Enquêtecijfers van het NIDI (mei 2002) wijzen uit dat arbeidsmarktbeleid (hogere arbeidsparticipatie van vrouwen en ouderen, meer uren werken en dergelijke) en meer sparen veruit de voorkeur genieten boven typische bevolkingspolitieke maatregelen als het aantrekken van buitenlandse werknemers en het stimuleren van kinderen krijgen.

We ontkennen niet dat de overgang van een jonge naar een oude bevolkingsstructuur (financiële) problemen met zich meebrengt maar veel (on) gevraagde beleidsadviseurs lijden aan een Vanessacomplex: jong zijn is een keuze. Zo ook Van Praag die een 'jonge' bevolking wil. Hij komt met de aanbeveling om het kindertal op te krikken om zo vergrijzing tegen te gaan en een dynamische economie te behouden. Immers, jongelingen zijn de dragers van de nieuwe kennis en oude werknemers die zijn toch maar inflexibel en kennen een dalende productiviteit. Het is wederom ironisch dat een econoom in de valkuil valt waar demografen net uit proberen te klauteren.

Demografen konden in het verleden nog wel eens met sterk kwantitatieve scenario's komen. Toegegeven, de demografen van de VN blinken nog steeds uit in dat soort exercities, maar inmiddels is de communis opinio duidelijk: het draait niet zozeer om het aantal mensen maar om wat die mensen doen (of consumeren en produceren) en om de keuzevrijheid, vooral als het om het krijgen van kinderen gaat.

De pleidooien om op kwantitatieve wijze iets te sleutelen aan de bevolkingsstructuur zijn de laatste paar maanden niet meer te tellen. Bij Van Praag moet er zelfs een 'onafhankelijke' staatscommissie komen waarbij de conclusie eigenlijk al vast lijkt te staan: het kindertal moet worden bevorderd en voor de rest moet er alleen nog wat beleidsinstrumenten gezocht worden die de vaart er goed in zetten. Als er ooit een staatscommissie komt dan lijkt de opdracht eerst de cijfers te raadplegen voordat men met grootse beleidsaanbevelingen komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden