Column

Krijgen we Wilders - Klaver?

Stagnatie van inkomensgroei betekent tegenwoordig succes voor rechtse politiek.

Jesse Klaver (L,GroenLinks) en Geert Wilders.Beeld anp

Het gerommel van de Oostenrijkse presidentsverkiezingen zal ook in Nederland naklinken. De uiterst rechtse FPÖ werd de grootste partij, met liefst 72 procent van de arbeidersstem. Morgen is het 1 mei, maar niks internationale solidariteit. Werkloosheid, EU en vluchtelingen, dat waren de thema's. Gerommel zal ook naklinken van de demonstratie zaterdag tegen het vrijhandelsverdrag TTIP in Hannover. Daar waren een kwart miljoen nee-zeggers, tegen chloorkippen en tegen amerikanisering in het algemeen. Nederland zal vermoedelijk zijn tweede referendum over TTIP krijgen. Het zal wel weer nee worden.

Wat Oostenrijk en TTIP gemeen hebben: de onttakeling van de globalisering als symbool van het goede, het ware en het schone. Dit schrijft commentator Wolfgang Münchau nota bene in de Financial Times. Een omineus stuk, dat begint met de vaststelling dat het besteedbare inkomen twintig jaar nauwelijks is gegroeid. Globalisering beloofde gouden bergen maar bracht, aldus Münchau, de eeuwigdurende hervormingen, lagere lonen, flexibelere arbeidsomstandigheden, pensioenaanpassingen. Alles om mee te kunnen in de wereldwijde ratrace.

Het artikel sloot wonderwel aan bij mijn stukje van vorige week, toen ik aanliep tegen het bbp als onbetrouwbare maat voor de nationale welvaart. De afgelopen decennia is het bruto binnenlands product fors gegroeid, hoe kon de ontevredenheid zo groot zijn? Dat was de vraag. Slechts een klein deel van die groei bleek bij de burgers terecht te zijn gekomen. Sinds 1997 is de koopkracht in Nederland nauwelijks toegenomen. Dat mag je stagnatie noemen, stiekeme stagnatie, aangezien je er niets van terugvindt in de groeicijfers. In Amerika, waar hetzelfde speelt, spreekt men van 'the dirty little lie'. Trump wijst op die leugen en dat verklaart zijn succes: it's the economy, stupid!

Bovenstaande informatie over de koopkracht komt uit een analyse van De Nederlandsche Bank (plaatje 1). Een steeds groter deel van de nationale koek komt niet bij de huishoudens terecht, maar bij de bedrijven en de overheid, aldus de bank. Dat bedrijven meer winst maken dan voorheen, terwijl de lonen stagneren, werd deze week nog eens door DNB bevestigd. Topinkomens stijgen door, terwijl de onderkant het zwaar heeft. Maar ook de overheid roomt een groter deel af van het inkomen dat voorheen naar de huishoudens ging. DNB noemt de gezondheidszorg, die sinds de eeuwwisseling fors duurder is geworden, en de verdubbeling van de pensioenpremies. Maar net als in het bedrijfsleven is ook hier een verschuiving van laag naar hoog zichtbaar. Aan de onderkant hebben gemeenten het eenvoudige werk afgestoten of afgeschaft; aan de bovenkant zitten nog evenveel beleidsambtenaren als voorheen. Bovendien profiteren hogere inkomens aanzienlijk meer van overheidsregelingen en subsidies (Profijt van de overheid, SCP 2011).

Allemaal dingen die helpen om het politieke chagrijn te begrijpen. Tegenwoordig kijken we meer naar de 'bovenbouw' om het kiezershumeur te duiden. Vluchtelingen spelen zeker in Oostenrijk een hoofdrol, en als Wilders islam zegt, bedoelt hij geen lage lonen. Maar het rumoer over de culturele tegenstellingen heeft de aandacht voor de traditionele politieke hoofdschotel weggedrukt: de inkomens. Met de blik daarop, zien bijvoorbeeld de verkiezingen van 2002, toen Fortuyn postuum 26 zetels won, er heel anders uit. Ogenschijnlijk gingen die verkiezingen over immigratie, aangezien de economie dankzij paars bloeide. Maar dat geld was nauwelijks bij de burgers terechtgekomen. Daaroverheen kwam de dot.com-crisis, die ertoe leidde dat de koopkracht daadwerkelijk daalde. Links begreep niets van de onvrede; en de kiezers gingen naar rechts.

Onze nieuwe columniste Heleen Mees brengt de huidige stagnatie direct in verband met de euro; dat was ónze gouden-bergen-belofte. Zij schreef 23 maart dat het inkomen van gezinnen met een kleine beurs gedurende de eerste tien jaar van de euro (2000-2010) maar liefst 30 procent was gedaald, terwijl de bovenkant bloeide. Het leek me een kras percentage en ik vroeg om haar bron. Dat was een verhaal van de Britse bank UBS uit 2012 onder de titel 'Who wins with the euro?' Inderdaad zaten de mensen aan de onderkant in Nederland bij de grootste verliezers (plaatje 2), al had de bank niet meegenomen dat inkomenseffecten op grote schaal worden gladgestreken met toeslagen. Zodoende valt het met de inkomensongelijkheid relatief mee. Maar, mailde Mees me terug, 'voor de geluksbeleving (gevoel van eigenwaarde) lijken de UBS-cijfers me doorslaggevend'. Voorheen een decente baan, nu overgeleverd aan de overheidsgrillen; dat is geen fijn idee.

UBS noemde in dat artikel Nederland expliciet als verliezer van de euro. Een ander land dat 'alarmerend zwak' werd genoemd, was... Oostenrijk. Heel weinig inkomensgroei, wel inflatie. Ook daar doen de 'hogere inkomensgroepen het relatief goed'. De bank waarschuwde vier jaar geleden al voor 'meer nationalistische politici in het hart van de euro'. Rechtse boze werknemers die de pineut zijn, staan tegenover linkse hogere ambtenaren en professionals die het goed gaat.

In Oostenrijk gaat de tweede ronde om het presidentschap over een week tussen de uiterst rechtse FPÖ en de Oostenrijkse variant van GroenLinks. De middenpartijen zijn verpulverd. Het lijkt verdacht veel op Nederland. Ook hier bevinden de middenpartijen zich in een put. Onderwijl was Amersfoort afgelopen weekeinde in de ban van wonderkind Jesse Klaver, nu op zestien zetels in de peilingen. Wilders tegen Klaver, wordt dat in de verkiezingscampagne ons voorland?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden